GEEN PARTIJ ZONDER PROGRAM, DAT NIET AL TE UITGESPROKEN MAG ZIJN, OM ALLE OPTIES OPEN TE HOUDEN

Partijprogramma's! Er zijn tijden geweest dat ze voor sommige partijen de status hadden van heilig geschrift met ononderhandelbare strijdpunten. De boodschap aan de kiezer was: voor minder regeert de partij niet mee. Het was een houding die vooral ellenlange kabinetsformaties opleverde, met uiterst ingewikkelde tekstconstructies als eindresultaat.

Jan Pronk, in 1973 in het kabinet Den Uyl aangetreden als minister van Ontwikkelingssamenwerking betrad de eerste tijd de vergaderingen van de ministerraad niet zonder Keerpunt 72, het programakkoord van PvdA, D66 en PPR. Het was tot grote ergernis van veel van zijn collega's in het kabinet zijn allesbepalende kompas. Terwijl partijgenoot en collega-minister Henk Vredeling al lang afscheid had genomen van dat programma (,,Keerpunt `72? Daar veeg ik mijn gat mee af'') bleef Pronk maar bij het akkoord van de `progessieve drie' zweren. In het twee jaar geleden verschenen boek `De verbeelding aan de macht' van Peter Bootsma en Willem Breedveld verhaalt Pronk over die periode: ,,Alleen de eerste twee, drie maanden had ik Keerpunt bij me in de ministerraad. Toen merkte ik wel dat dat contra-productief was. Daarom nam ik het daarna op mijn schoot. Maar dan maakte Gruijters die naast me zat weer een rotopmerking. Die vroeg dan: `Jan, wat staat daar precies?' Nou, toen deed ik dat ook maar niet meer.''

De tijden zijn drastisch veranderd, maar nog steeds geldt: geen verkiezing zonder verkiezingsprogramma. Er mag dan nog zo vaak worden beweerd dat in de huidige mediacratie alleen nog maar de persoon van de lijsttrekker en diens uitstraling er bij verkiezingen werkelijk toe doet, geen politieke partij die het stelt zonder lijvig partijprogramma. Werkstukken waarvan de vergadertijd die er in gestopt wordt naar alle waarschijnlijkheid omgekeerd onevenredig is met de leesconsumptie. Geen gewone kiezer die ze werkelijk tot zich neemt. Maar programma's s zijn er dan ook om posities te bepalen, niet om gelezen te worden.

Ze zijn inmiddels bijna allemaal klaar. Achter elkaar geplakt zouden de titels van de diverse ontwerpprogramma's de eerste zinnen van een politieke beginselverklaring van één partij kunnen vormen: Samen voor de toekomst; de toekomst in eigen hand; betrokken samenleving, betrouwbare overheid; ruimte, respect en vooruitgang; durf te kiezen voor normen. Aldus respectievelijk PvdA, D66, CDA, VVD en ChristenUnie. Alleen de SP valt met de titel 'Eerste weg links' vanwege de ondubbelzinnige keuze die er uit spreekt enigszins uit de toon.

De Amsterdamse advocaat Eberhard van der Laan deed het voor de PvdA, Robeco-topman Pieter Korteweg voor de VVD, oud Vendex-topman Jan-Michiel Hessels voor het CDA en deeltijd-hoogleraar samenlevingsopbouw Jan-Willem Duyvendak voor GroenLinks: de programmacommissie leiden. Het voorzitten van zo'n commissie is een even eervolle als ondankbare klus. Eervol omdat de partij die een `partijgenoot' hiervoor uitnodigt - bijna altijd gaat het om iemand met aanzien die op enige afstand van het Haagse politieke gewoel staat - aangeeft deze figuur serieus te nemen.

Ondankbaar is het, omdat zo iemand na verloop van tijd de hete adem van de politieke professionals in zijn nek voelt. Vroeg of laat breekt het moment aan dat het platwalsen van scherpe teksten gaat beginnen. Harde voornemens veranderen in draderige opties. `De partij wil dat' wordt dan gewijzigd in `Onderzocht zal worden of'. Want, voorstellen doen is leuk, maar er moeten straks in Den Haag met de programmateksten wel zaken gedaan kunnen worden.

Hoe meer verbonden met de macht, hoe vlakker het programma. Vier jaar geleden werd het verkiezingsprogramma van het CDA alom als één van de meest interessante van de grote partijen gekwalificeerd. De christen-democraten hadden voor het eerst in hun bestaan vier jaar in de oppositie doorgebracht. Ontdaan van de druk die het dragen van bestuursverantwoordelijkheid met zich meebrengt had de partij eindelijk eens in alle vrijheid kunnen formuleren wat men werkelijk voorstond.

Ook voor het nieuwe verkiezingsprogramma heeft het CDA zich een aanpak kunnen veroorloven die onmogelijk was toen de partij nog als een spin in het web van de Haagse macht zat. Met het project `Competitie van ideeën' heeft het CDA bewust willen breken met de gesloten cultuur die zo kenmerkend is voor politieke partijen. De website van de partij werd opengesteld voor het ventileren van ideeën voor het programma. Het leverde 15.000 reacties op.

Nu zijn het de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 die bij het opstellen van hun programma in een `dubbele spagaatstand' verkeren. Zij moeten én niet teveel afstand nemen van het gevoerde beleid, én het als gevolg van de deelname aan een coalitie verbleekte eigen profiel oppoetsen, én tenslotte kiezen voor zodanige formuleringen dat de macht wederom in coalitieverband gecontinueerd kan worden.

Het betekent in de praktijk dat een tekst over een politiek heikel onderwerp voordat deze in het ontwerpprogramma terecht komt vele omzwervingen maakt. Want een `onafhankelijke' programmacommissie mag dan wel een aardig idee hebben, maar als dat idee toevallig een beleidsterrein betreft waar de partij een `eigen' bewindspersoon heeft zitten moet het wel heel gek lopen wil deze er niet even naar kijken voordat het wordt opgeschreven. En als het een beetje meezit werpen de betrokken ambtenaren er voor alle zekerheid ook nog even een blik op. En dan is er ook natuurlijk nog de lijsttrekker die met het programma de verkiezingen en (eventueel) de kabinetsonderhandelingen in moet.

Zo kon het gebeuren dat in het PvdA-programma een aanvankelijke tekst over het beperken van de hypotheekrente door toedoen van beoogd lijsttrekker Melkert en partijvoorzitter Ruud Koole gaandeweg werd weggemasseerd. Hoewel? de strijd is nog niet gestreden. Altijd is er nog het congres dat het laatste woord heeft over het programma. Volgens de laatste stand zijn er inmiddels 1050 wijzigingsvoorstellen ingediend.

PARTIJPROGRAMMA'S: www.nrc.nl/doc

De Tweede Kamer behandelt deze week de begrotingen van Defensie en Buitenlandse Zaken.