Deftig advocaat met Slavische inslag

Slobodan Miloševic verscheen vandaag opnieuw voor het Joegoslavië-tribunaal. Drie advocaten moeten toezien op een eerlijke rechtsgang. Eén van hen is de Nederlander Michail Wladimiroff. Hij verdedigde de eerste verdachte van het tribunaal, Tadic, maar wijdde zich daarna weer aan zijn specialiteit: financiële fraude. Voor één man wilde hij terugkeren naar het tribunaal: Miloševic.

Er waren de afgelopen jaren nog wel eens gevangenen van het Joegoslavië-tribunaal die Michail Wladimiroff als hun advocaat wilden hebben. In 1995 had hij de eerste verdachte van het tribunaal verdedigd, de Servische cafébaas Duško Tadic, en hij had indruk gemaakt met de ontmaskering van een getuige tegen zijn cliënt de man gaf toe dat hij de getuigenis had verzonnen. Maar Michail Wladimiroff, die vooral optreedt in fraudezaken, had geen zin meer in oorlogsmisdadigers. Hij zou, had hij bedacht, maar voor één man een uitzondering maken: de Joegoslavische oud-president Slobodan Miloševic, de belangrijkste verdachte van het VN-tribunaal.

Een rechtszaak tegen hem zou een advocaat wereldwijde bekendheid opleveren. Miloševic, die afgelopen zomer naar de gevangenis van het tribunaal werd gebracht, kon krijgen wie hij wilde. Maar Miloševic wilde niemand. Hij noemde het tribunaal ,,illegaal'' en was niet van plan het serieus te nemen. Er zijn wel juristen die hem adviseren, ze hebben een steuncomité opgericht en bezoeken hem in de gevangenis. Maar in de rechtszaal mogen ze niet komen.

Michail Wladimiroff is er wel bij. Vandaag was de derde zitting in de zaak tegen Miloševic, een zogenoemde status conference waarin procedures voor het proces worden besproken. Heel even, kort na de arrestatie van Miloševic, was Wladimiroff bang dat de rechtbank de ex-president een advocaat zou toewijzen en dat hij dat dan zou zijn. Zijn naam was genoemd door een Servische advocaat die eerder voor Miloševic werkte. Wladimiroff moest er niet aan denken een cliënt te hebben die hem niet wilde. Er kwam een oplossing die hij eleganter vond. In de vorige zitting besloot rechter Richard May dat het hof advocaten zou aanwijzen die de rol van amicus curiae zouden vervullen, `vriend van het hof'. Ze zouden opkomen voor Miloševic' belangen, ze zouden getuigen verhoren en erop toezien dat het proces goed verliep. Het tribunaal benoemde Michail Wladimiroff, de Brit Steven Kay en de Serviër Branislav Tapuškovic. Kay is een vriend van Wladimiroff, ze werkten samen in de Tadic-zaak. Tapuškovic is er volgens Wladimiroff bij gevraagd voor de couleur locale.

Begin jaren negentig vond Wladimiroff dat hij op zijn eigen vakgebied ,,alles wel gezien had''. Het Joegoslaviëtribunaal was net opgericht en Duško Tadic werd als eerste berecht. Daar wilde hij bij zijn. ,,We zaten daar echt steen te hakken.'' Het was, zegt hij, liefde voor het vak, gedrevenheid en ijdelheid. ,,Ik vind mezelf ijdel, maar ik probeer het onder controle te houden.'' Hij denkt dat hij met die ijdelheid zichzelf onder druk zet. ,,Ik heb het misschien nodig om dingen te doen die ik anders niet zou doen, ik ben lui van aard.''

Op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag, eind jaren vijftig, vertelde jonkheer Michail Wladimiroff graag dat hij van Russische adel was. Willem van Doorn, in die tijd een van zijn beste vrienden, zegt: ,,Ik heb vaak het verhaal gehoord over zijn vader die als kind vanuit het rijtuig snoepjes gooide naar de arbeiders, en hij zei er bij dat zijn familie zo goed voor ze was geweest.''

Na de Russische revolutie vluchtten de grootouders van Michail Wladimiroff met hun twee zoons naar Nederlands Indië. Zijn grootvader werkte als scheepsbouwkundig ingenieur op een scheepswerf in Soerabaja. In de jaren dertig ging de vader van Michail Wladimiroff in Nederland studeren. Hij trouwde met een vrouw uit Friesland, ze kregen drie zoons. Michail was de jongste. In hun huis in Den Haag hingen oude wapens aan de muur, ze vierden orthodox Kersmis en Pasen en de naamdagen.

In de eerste klas van de middelbare school was Michail Wladimiroff opvallend klein. Hij had een bril met dikke glazen en hij stotterde. Willem van Doorn: ,,Hij kon soms dapper doen om erbij te horen. We mochten bijvoorbeeld niet van het plein af in de pauze. Mischa deed dat wel, hij haalde brood en kroketten voor ons bij een winkel in de buurt.'' Maar hij hoorde er niet echt bij. Willem van Doorn: ,,Ik denk dat we daarom bevriend waren, ik was ook een Einzelgänger.''

Michail Wladimiroff zat op twee verschillende middelbare scholen. In de tweede klas bleef hij drie keer zitten. Zijn ouders stuurden hem naar een particulier instituut, hij deed staatsexamen HBS-A. Willem van Doorn: ,,Hij kreeg de leerstof er niet in. Ik denk dat hij te veel bezig was zich staande te houden. Leraren dachten dat hij een lastpak was, hij kwam met leugentjes om bestwil, probeerde zich eruit te redden en kwam vast te zitten.''

Zijn vrienden lieten hun haar groeien, ze gingen spijkerbroeken dragen. Michail Wladimiroff deed er niet aan mee. Hij had colberts, lange jassen, corduroy broeken. Willem van Doorn: ,,Ik denk dat hij die studentikoze kleren van zijn oudere broers had, hij droeg ze graag.'' Hij corrigeerde zijn vrienden als hij vond dat die niet keurig praatten, zegt Willem van Doorn. ,,Hij gebruikte zelf van die dure woorden en Engelse uitdrukkingen.''

Yvonne de Gilde, een vriendin die vroeger bij hem in de buurt woonde en later op zijn kantoor werkte: ,,Mischa zei altijd: Keep calm, cool and collected.'' Hij gedroeg zich ,,opa-achtig''. Maar hij was ook nieuwsgierig. ,,Dan was hij bij ons thuis geweest en ging weg. Hij zei `Dag, tot de volgende keer', maar daarna bleef hij onder het raam zitten om te luisteren.''

Na zijn eindexamen zat Wladimiroff zes jaar in dienst, hij was Kort Verband Vrijwilliger, en in die tijd studeerde hij rechten in Leiden. Hij was getrouwd en had een dochtertje. Hij werd geen lid van het corps. Toen hij advocaat was, had hij daar soms spijt van. Collega's hadden als corpslid in de kroeg leren debatteren, ze hadden er een `netwerk' opgebouwd. Wladimiroff: ,,Aan de andere kant is het ook wel goed zo. Ik heb van nature de neiging om wat arrogant te zijn. Dat zou dan verder ontwikkeld zijn.''

In 1972 kreeg hij een baan als advocaat op een klein kantoor, gespecialiseerd in intellectueel eigendom. Hij was afgestudeerd met een 5,5 voor strafrecht, maar nu begon hij dat een interessant vak te vinden. In Paramaribo zat een andere advocaat, Gerard Spong, in een vergelijkbare situatie: hij werkte op een civiel kantoor met weinig mogelijkheden op het gebied van strafrecht. Een initiatief van de Nederlandse Orde van Advocaten bracht de twee bij elkaar. De Orde had een stichting opgericht om de strafrechtpraktijk te professionaliseren. Te veel kantoren, vond de Orde, lieten strafzaken over aan stagiairs. Uit een psychologische test bleek dat Wladimiroff en Spong bij elkaar zouden passen. Ze begonnen samen een praktijk, Wladimiroff & Spong advocaten, met subsidie van de stichting. Ze hielden zich vooral bezig met fraude- en drugszaken. Andere kantoren vonden die zaken, met metersdikke dossiers, niet rendabel. Na drie jaar kwam er een eind aan de subsidie, maar Wladimiroff en Spong maakten winst, ze besloten door te gaan.

Wladimiroff richtte zich vooral op het financieel strafrecht. Tot begin jaren tachtig was het gebruikelijk dat banken meewerkten aan constructies waardoor hun cliënten zo min mogelijk belasting betaalden. Maar justitie begon die constructies aan te pakken. In een van de meest geruchtmakende fraudezaken, de Slavenburg-affaire, was Wladimiroff advocaat van de raad van bestuur van de Rotterdamse bank. De manier waarop hij die zaak deed, typeert zijn stijl. Wladimiroff bepaalde de strategie en coördineerde de verdediging, zijn medewerkers verdiepten zich in de dossiers. In 1983 was justitie een onderzoek begonnen naar nalatigheid van de bankdirectie bij zwartgeldpraktijken. De Slavenburg-jurisprudentie leidde tot een sanering van het bankwezen. Accountants en belastingadviseurs konden zich niet meer verschuilen achter hun verschoningsrecht.

Wladimiroff was advocaat in de meeste grote fraudezaken van de jaren tachtig en negentig. Op dit moment is zijn kantoor Wladimiroff, Waling, Schreuders betrokken bij het Clickfonds-dossier, in Nederland tot nu toe het grootste onderzoek naar financiële fraude. Hun belangrijkste cliënt in deze zaak is voormalig commissionair en hoofdverdachte Adri S..

De tactiek van Wladimiroff: iedere afspraak, toezegging of telefoongesprek wordt op papier gezet en naar het openbaar ministerie gestuurd. Hoe slim dat is, bleek in november vorig jaar, toen Wladimiroff een andere verdachte uit die zaak verdedigde, Rein van Z.. Nog voordat de rechtbank kon beginnen aan de inhoudelijke behandeling, voerde Wladimiroff een niet-ontvankelijkheidsverweer. Hij kwam met correspondentie en een sluitende chronologie, en betoogde dat het openbaar ministerie de afspraken niet was nagekomen. Hij verweet de officier van justitie ,,onzorgvuldig en onbehoorlijk'' gedrag. Maar hij bleef keurig als altijd. Hij beëindigde zijn betoog met de opmerking dat hij het ,,in hoge mate'' betreurde dat hij dit verweer moest voeren, omdat ,,de relatie tussen balie en openbaar ministerie toch goed moet zijn''. De rechtbank had weinig tijd nodig om de advocaat bij te vallen en vast te stellen dat de officier de belangen van de verdachte ,,op grove wijze had veronachtzaamd''. Het openbaar ministerie werd niet ontvankelijk verklaard, Van Z. ging vrijuit.

Eén keer was hij zelf verdachte. Wladimiroff had in 1984 een man verdedigd die werd verdacht van fraude met de omzetbelasting. In de periode van het faillissement had Wladimiroff zich laten uitbetalen voor zijn diensten. Volgens justitie had hij op die manier geld aan de boedel onttrokken, ten nadele van de schuldeisers. Toen het faillissement was opgeheven, inde hij nog een keer honorarium. Dat geld was van een Zwitserse onderneming, waarvan de verdachte directeur was, en het was tijdens het faillissement buiten het bereik van de curator gehouden. Wladimiroff liet het niet op een rechtszaak aankomen, omdat de zaak nog liep. In een vraaggesprek met NRC Handelsblad zei hij: ,,Mezelf verdedigen kan zijn veroordeling betekenen.'' Hij trof een schikking met justitie. De adviescommissie strafrecht van de Orde van Advocaten, waarvan hij zelf voorzitter was, stelde richtlijnen op. ,,Zoiets mag nooit meer gebeuren'', zei hij in 1998 in het vakblad Mr..

Michail Wladimiroff, zegt Hans Mentink, advocaat in Rotterdam, ,,is geen lawaai-advocaat, zoals Piet Doedens en Bram Moszkowicz. Je zult hem nooit zien optreden in spelletjesprogramma's. Daar is hij te deftig voor.'' Mentink vindt dat Wladimiroff en Spong het strafrecht ,,naar een hoger niveau hebben getild''. Spong vond de tijd die hij met Wladimiroff samenwerkte ,,fantastisch''. Maar na bijna 25 jaar onstond er ,,wrijving'', vorig jaar kwam er een eind aan hun samenwerking. Wladimiroffs vrouw wilde toetreden tot de maatschap, en dat wilde Spong niet. Het ging ook over geld. Meer wil Spong er niet over zeggen, en ook Wladimiroff wil niet praten over ,,de scheiding'', zoals hij de kwestie noemt.

Wladimiroff was begin jaren negentig voorzitter van de adviescommissie voor het Joegoslavië-tribunaal. Toen de eerste verdachte, Duško Tadic, zou worden berecht, belde Theo van Boven hem op. Van Boven was griffier van het hof, hij zegt nu: ,,We hadden dringend een advocaat nodig. Ik vroeg of hij iemand wist en volgens mij zei hij toen: `Dat vind ik zelf wel leuk.' Ik denk dat hij het interessant vond, maar ik had de indruk dat hij de naamsbekendheid die erbij zou horen ook wel leuk vond.'' Wladimiroff verdiende er 320 gulden per dag mee. Zijn standaardtarief in die tijd was 500 gulden per uur. Volgens een berekening van Spong heeft dat het kantoor ongeveer één miljoen gulden gekost.

De Amerikaanse Gabrielle Kirk McDonald, rechter in de Tadic-zaak, zegt dat Wladimiroff ,,zijn zaakjes altijd keurig op orde had''. ,,Hij heeft de belangen van meneer Tadic optimaal verdedigd.'' Wladimiroff denkt zelf dat hij makkelijk een ,,vertrouwensrelatie'' opbouwt met inwoners van ex-Joegoslavië, beter dan andere advocaten. Wladimiroff: ,,Je praat met mensen van wie je iets wilt, je trekt en sjort, en op een gegeven moment zeggen ze: `Wil je wat drinken?' Ik zeg altijd ja. Anderen zeggen: `Het is jouw Slavische inslag waardoor jij beter met die mensen kunt omgaan.'''

In het voorjaar van 1997 ontsloeg Tadic Wladimiroff. Hij nam een Servische advocaat. Wladimiroffs inspanningen hadden al wel geleid tot belangrijke jurisprudentie. Hij had de legitimiteit van het tribunaal betwist, er zou geen juridische basis voor zijn. In hoger beroep werd de legitimiteit bevestigd. Kirk McDonald: ,,Anderen hebben geprobeerd het trucje te herhalen, maar de uitspraak ligt er. Nu is het een heilloze weg.''

Toch gaat Wladimiroff het nu zelf nog een keer proberen, samen met Kay en Tapuškovic. De drie `vrienden van het hof' willen de legitimiteit laten beoordelen door het Internationale Hof van Justitie. Gisteravond hadden Wladimiroff, Kay en Tapuškovic `krijgsberaad'. Hun belangrijkste doel vandaag: Miloševic zover krijgen dat hij met hen wil samenwerken. Op een brief die ze eerder bij hem lieten bezorgen in de gevangenis kregen ze geen reactie.

Met medewerking van Joost Oranje