De ongelofelijke patrouille

Na de operatie `Market Garden' in 1944 (de geallieerde luchtlandingen bij Arnhem, Nijmegen en in Noord-Brabant) namen de Duitsers nieuwe posities in langs de grote rivieren. Ten zuiden hiervan werden Britse eenheden bij Arnhem gestationeerd, terwijl in de Betuwe eenheden lagen van de Amerikaanse 101st Airborne Division.

Luitenant Hug Sims, inlichtingenofficier bij het 501ste pararegiment, kreeg van zijn commandant het verzoek na te gaan welke Duitse eenheden aan de overzijde waren gelegerd. ,,Kan je een krijgsgevangene voor mij te pakken krijgen', was de vraag. Sims zond iedere nacht enkele patrouilles over de rivier, maar zonder succes. Sims besloot toen zelf te gaan. Hij stelde een patrouille samen van zes man, onder wie de vloeiend Duits sprekende sergeant Peter Frank. Allen waren vrijwilliger.

Verkenningsfoto's werden grondig bestudeerd. Eind oktober zou de oversteek plaatsvinden tegenover Renkum. De zes man zouden met rubberboten worden overgezet. Vier maal per uur zou een salvo artilleriegranaten worden afgevuurd als richtingbaken. Bovendien zou precies om de dertig minuten een lichtgranaat ontbranden om de omgeving te observeren.

Eindelijk was het zover. Na de nachtelijke oversteek ging de patrouille aan land en sloop door vijandelijk terrein. Rond de para's doken vage gestalten op, Duitse stemmen werden gehoord en naast de afgesproken eigen lichtgranaten gingen ook plotseling Duitse lichtkogels omhoog. Ten oosten van Renkum werd een grote Duitse munitiedump ontdekt. De patrouille zou na terugkeer de coördinaten doorgeven aan de artillerie; de dump werd geheel vernietigd. De patrouille sloop verder, behoedzaam werd om Wolfheze heen getrokken; het dorp zal vol SS-troepen. Na vier kilometer werd de oude straatweg Ede-Arnhem bereikt. Een leegstaand huisje werd aanvankelijk uitgekozen om te overnachten. Dit plan liet men varen: de Duitsers zouden wantrouwend worden bij het ontdekken van activiteiten. De mannen trokken verder en troffen in een tweede huisje twee slapende Duitsers aan: de eerste gevangenen!

Sims schakelde de radioset in en meldde de vangst aan zijn hoofdkwartier. De gevangen Duitsers zeiden dat zij in de loop van de morgen werden afgelost. Inderdaad verscheen een kerel met paard en wagen, hij werd gevangene nummer drie. In de middag kwam Duitser nummer vier onverwacht bij het huisje, op zoek naar water. Een van de para's stond met een tommygun op de man gericht. Eerst dacht hij dat het een grapje was. De man was postbode in het Duitse leger, hij vond dit einde van de oorlog voor hem wel acceptabel.

In de namiddag verschenen diverse Nederlandse burgers, vermoedelijk op zoek naar spullen in verlaten woningen. Zij konden uiteraard niet meer vertrekken, daar de kans bestond dat zij door te praten de patrouille in gevaar zouden brengen. Kort daarop stopten opnieuw twee Duitsers bij het huis. Direct na binnenkomst werden ook zij toegevoegd aan het groepje gevangenen.

Tegen de avond besloot Sims dat het tijd was voor vertrek. Zes gevangenen was een mooie score. Nu moest nog een vrachtwagen worden georganiseerd. Twee para's, waaronder Frank, stelden zich terzijde van de weg op. De Duitse postbode was bereid mee te spelen en zou op de weg gaan staan en `Halt Kamerad' roepen. Terwijl de drie mannen in het donker langs de straatweg stonden, kwam een compagnie Duitsers op fietsen langs; veel guten Abend over en weer; één man stopte zelfs om te vragen of ze op de goede weg zaten. De Duits sprekende Frank zei kortaf dat hij het niet wist.

De spanning steeg, het wachten op het goede voertuig duurde lang. Ineens reed een Duitse motorrijder het tuinpad op. Para Robert Nicolai pakte hem. De man bleek op zoek te zijn naar de nog niet teruggekeerde makkers. Gevangene nummer zeven!

Enige minuten later kwam er zwaar geronk aan uit het nachtelijk duister. Frank gaf het sein. Met veel Halt Kamerad kwam het voertuig tot stilstand. Het bleek een vijftonner te zijn met in de laadbak vijftien SS'ers. Nicolai sommeerde hun: ,,Uitstappen en op de grond zitten.' De chauffeur werd gedwongen om de truck op het voorterrein bij het huisje te parkeren, maar hij probeerde door het laten afslaan van de motor de opdracht te saboteren.

Eindelijk lukte het om alle gevangenen in te laden. De chauffeur kreeg opdracht naar de Neder-Rijn te rijden. Op de straatweg gekomen, liet hij de motor opnieuw afslaan. Op dat moment stopte een Duitse `Schwimmwagen', een amfibievoertuig. Een blaffende SS-kaptein stapte uit en wilde de chauffeur gaan uitkafferen. Maar hij werd onmiddellijk gevangengenomen.

De truckchauffeur werd steeds koppiger, ondanks de para's die hem met hun tommyguns in zijn rug porden. De straatweg werd verlaten om via secundaire wegen naar de rivier te rijden. Op een modderig stuk weg liep het voertuig vast. Sims besloot dat de hele club dan maar moest lopen. Terwijl de gevangenen werden uitgeladen, probeerde de SS-officier te ontsnappen; Nicolai dook in het duister achter hem aan. De anderen hoorden geschreeuw: ,,Hände hoch, you son of a bitch.' Frank maakte duidelijk dat wie ook maar probeerde te ontsnappen onmiddellijk werd neergeschoten.

Zo ging het verder te voet, de lange weg richting Wolfheze en door naar de Rijn. Bij het passeren van de spoorlijn Utrecht-Arnhem wilde de patrouille de meegedragen lading trotyl nuttig gebruiken door de rails op te blazen. Maar de tijdontsteking van twee en een halve minuut was te kort om de groep de Rijn te laten bereiken.

Men naderde Renkum; gelukkig was het nu pikdonker. Sims besloot dwars door het dorp te marcheren. Het geklik van de Duitse spijkerlaarzen moet heel vertrouwd hebben geklonken voor de Duitsers, die zich in de woningen te Renkum hadden genesteld. Zonder problemen werd de noordelijke rivieroever bereikt. Sims had per radio het hoofdkwartier ingelicht: ,,Grote buit.' Alles werd in gereedheid gebracht om veilig op de zuidoever te landen. Zwaar artillerievuur aan weerszijden van de oversteekplaats moest de vijand afleiden.

Frank ontdekte ineens langs het water een paar Duitsers die recht op de groep toeliepen. Snel riep hij hen toe dat alles in orde was. De Duitsers hielden de pas in. Frank nam hen bij verrassing gevangen. Nog twee Duitse posten langs de oever werden op gelijke wijze overmeesterd. Geen schot viel. De patrouille van zes man had nu 32 gevangenen gemaakt.

Sims gaf per zaklantaarn een lichtsignaal, dat werd beantwoord. De `ferry-dienst' kon beginnen. Het overzetten duurde enkele uren. In de annalen van de 101st Airborne Division staat deze actie met recht weergegeven als: `The Incredible Patrol'.

Gerectificeerd

Frits Molhuysen

De auteur van het artikel De ongelofelijke patrouille (in de krant van maandag 29 oktober, pagina 22) heet niet Peter Molhuysen, maar Frits Molhuysen.