Cake

Een lezer schrijft dat ze problemen heeft met het maken van cake. Ze bakt de cake in een heteluchtoven op 160 graden Celsius en krijgt dan een product met gescheurde bult en harde korst. Een gescheurde bult betekent dat de cake te snel is gerezen en dat de oventemperatuur te hoog was. De gebruikelijke temperatuur voor het bakken van een doorsnee cake is 150 graden Celsius. Maar dan hebben we het over een gewone oven. Bij een heteluchtoven moet de temperatuur 15 tot 20 procent omlaag. Tegenwoordig staan in bepaalde kookboeken handige overzichten van temperaturen per type oven. Het kan zijn dat een oven heter wordt dan de bedoeling wordt. Dat is te controleren met een oventhermometer. Een heteluchtoven heeft veel voordelen, maar ook als nadeel dat het baksel te droog of te hard kan uitvallen. Een truc om dit te voorkomen is om een hittebestendig schaaltje met water in de oven te zetten. Donkere bakvormen trekken hitte aan en geven het baksel daardoor een donkere korst. Dat is voor brood prima, maar voor het bakken van cake kun je beter cake- of glazen vormen nemen.

Dan nu een recept. Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius. Vet de cakevorm in en bestuif die met bloem of paneermeel. Doe de boter in stukjes in een ruime kom, doe er de suiker en de vanillesuiker bij en klop het geheel met een mixer tot een lichte, romige massa. Klop de eieren één voor één door de massa; voeg een volgend ei pas toe als het vorige helemaal is opgenomen. Spatel de bloem en het zout door het beslag. Roer sap en rasp van de limoen en de beide soorten bessen door het beslag. Schep het beslag in de vorm tot ongeveer driekwart hoog. Strijk de bovenkant met de bolle kant van een lepel glad. Ik maak altijd een gleuf in het midden. Bak de cake op een rooster in het midden van de oven in ongeveer vijf kwartier lichtbruin en gaar. Steek een satéstokje middenin de cake; komt het er droog uit dan is de cake gaar. Laat hem vijf minuten afkoelen in de vorm en stort hem dan op een rooster.