Abdul Haq was voor de duvel niet bang

De Talibaan lieten vrijdag zien dat ze niet met zich laten spotten. Ze overmeesterden hun tegenstander Abdul Haq en stelden hem terecht.

Twee eigenschappen zijn Abdul Haq, een befaamde voormalige guerrilla-commandant die vrijdag door de Talibaan in Afghanistan is geëxecuteerd, fataal geworden. Hij was voor de duvel niet bang en hij beoordeelde politiek-militaire situaties vaak verkeerd. Het zijn karakteristieken die veel Afghanen met hem gemeen hebben.

De dood van de 43-jarige Haq is buitengewoon spectaculair te noemen, al blijven sommige details nog schimmig. Voorzover valt na te gaan begon hij zondag 21 oktober aan een hachelijke missie door met enkele metgezellen vanuit Pakistan oostelijk Afghanistan binnen te trekken, in de hoop medestanders tegen de Talibaan te vinden in zijn geboortestreek. Haq en de zijnen reisden per auto en waren slechts licht bewapend. Ze beschikten over mobiele telefoons en dollars om ter plaatse aan eventuele bondgenoten te geven.

De Talibaan kwamen Haq naar eigen zeggen al snel op het spoor, waarna ze hem vrijdag dachten in te rekenen. Maar hij probeerde te vluchten en de Talibaan zetten de achtervolging in. Haq wist volgens sommige berichten per telefoon nog een vriend in Pakistan te bereiken, die de Amerikanen waarschuwde. Die stuurden, bevestigde Washington later, een onbemand maar met anti-tankraketten uitgerust verkenningsvliegtuig dat in de buurt was. Dit kon niet voorkomen dat de Talibaan Haq te pakken kregen. Ze stelden hem en twee van zijn metgezellen enkele uren later in Kabul als ,,verraders'' terecht. Gisteren werd Haq begraven in zijn geboortedorp.

De dood van Haq, een vooraanstaande Pathaan, betekent een gevoelige slag voor de Amerikaanse pogingen een geloofwaardig alternatief te smeden voor het Talibaan-bewind. Steun van de grootste stam, de Pathanen, is daarbij van cruciaal belang. Anders blijven zij liever de Talibaan (vooral Pathanen) steunen.

Haq was niet alleen Pathaan, maar ook gerespecteerd om zijn moedige rol in het verzet tegen het communistische bewind in Kabul in de jaren tachtig. Dat hij geen vuile handen had gemaakt in de bloedige burgeroorlog waarin Afghanistan in de jaren negentig steeds verder verstrikt raakte sprak ook veel Afghanen aan. Naast ex-koning Zahir Shah was hij tot nu toe de enige Pathaan van formaat die bereid was mee te werken aan zo'n alternatief.

In verband met het politieke offensief tegen de Talibaan keerde Haq enkele weken geleden uit ballingschap in Dubai, waar hij onder meer een internetcafé runde, terug naar de Pakistaanse stad Peshawar. Maar naar op tragische wijze bleek overspeelde hij zijn hand al tijdens het voorspel. Ironisch genoeg bewijst Haq met zijn doldrieste actie de Talibaan een grote dienst. Met de aanhouding van de commandant hebben ze een nieuw bewijs van eigen kracht geleverd. En de Amerikanen zijn terug bij af met hun pogingen Pathanen voor een alternatief bewind te werven.

Abdul Haq, die behoorde tot de grote Pathaanse clan van de Ahmedzais, kwam voort uit een vooraanstaande familie in de oostelijke provincie Nangahar. Hij groeide op in en om de stad Jalalabad, tussen de hoofdstad Kabul en de grens met Pakistan. Al op jonge leeftijd sloot hij zich eind jaren zeventig aan bij het verzet tegen de communistische regering in Kabul. Tijdens de lange guerrillastrijd tegen het communisme maakte hij deel uit van de gematigde verzetsbeweging Hizb-i-Islami van Yunis Khalis.

In de loop der jaren groeide de potige Haq uit tot een van de bekendste Afghaanse commandanten. Veel faam verwierf hij zich met gedurfde aanvallen op Russische doelen in en om de hoofdstad, waarbij hij altijd in de voorste gelederen was te vinden.

Vele malen raakte hij gewond bij acties, het ernstigst in 1987 toen hij op een landmijn stapte en een been goeddeels moest worden geamputeerd. Na een langdurige behandeling in de Verenigde Staten, waarbij hij vertrouwd werd gemaakt met het gebruik van een kunstbeen, keerde hij echter in het Pakistaanse Peshawar terug, vastbesloten om de strijd in Afghanistan voort te zetten.

De joviale Haq, die vloeiend Engels sprak, was zeer geliefd bij de media, in het bijzonder de Amerikaanse. Door alle aandacht voor hem werd zijn invloed op de gang van zaken in Afghanistan echter nogal eens overschat.

Dat die niet bovenmatig groot was, bleek in het voorjaar van 1992, toen het communistische bewind in Kabul definitief instortte.

Haq probeerde vanuit Pakistan met zijn strijders en met een konvooi met hulp voor de burgerbevolking snel Kabul te bereiken. Hij voorzag een prominente rol voor zichzelf in de nieuwe regering. Maar uiteindelijk moest hij dagenlang buiten de stad wachten tot de (onlangs vermoorde) Tadzjiekse legeraanvoerder Ahmed Shah Massoud ermee instemde dat hij de stad binnenkwam.

Toen Afghanistan na 1992 steeds dieper in een verwoestende burgeroorlog verstrikt raakte, besloot Abdul Haq zich uit Afghanistan terug te trekken. Na enige tijd wezen de Pakistanen, nooit zijn grote vrienden, hem uit.

Hij vestigde zich in Dubai. Ook in de Talibaan, die halverwege de jaren negentig opkwamen, zag de primair nationalistisch en niet islamitisch georiënteerde Haq niets goeds. Regelmatig uitte hij kritiek op hen.

Dat kwam hem duur te staan. Zijn in Peshawar achtergebleven vrouw, zoon en een lijfwacht werden daar in 1998 vermoord, waarschijnlijk door aanhangers van de Talibaan.