Vrijmetselaars 3

De door briefschrijver J. Voorberg naar voren gehaalde geschiedenis van het Overijsselse statenlid mr. P.J.G. Van Diggelen (W&O, 13 okt.) geeft de Vrijmetselarij te veel eer en mist het nodige bewijs, dat het daarbij niet om een privé-initiatief ging, maar aan de Orde van Vrijmetselaren kan worden toegerekend.

Van Diggelen is inderdaad Grootmeester van de Orde geweest tussen 1885 en 1892. In het gedenkboek `175 Jaren Nederlandsche Vrijmetselarij' uit 1931 wordt hierover gemeld: `een periode van weinig kracht en veel onenigheid'. Dit geeft reeds aan dat het Hoofdbestuur en daarmede ook de Grootmeester het wezenlijke gezag miste tegenover de zelfstandige loges. Overigens is door de grote mate van zelfstandigheid van de loges de hiërarchie binnen de Orde erg betrekkelijk.

Dat een groot aantal burgemeesters in Friesland lid was van de Orde moet op een toevalligheid berusten. Ook toentertijd werden de burgemeesterbenoemingen gedaan door de kroon, waardoor de raad van ministers erin was gemoeid. Het is ernstig de vraag of de voorgangers van Van Diggelen (prins Frederik en prins Alexander), laat staan Van Diggelen zelf, zoveel invloed hadden, dat zij hier sturend konden optreden. En er ontbreekt iedere aanwijzing, dat deze burgemeesters lid waren van de Orde vanwege de door Van Diggelen geïnitieerde plannen.

Dat veel van deze burgemeesters nadien het lidmaatschap van de Orde opzegden in verband met het sneuvelen van de plannen voor inpoldering van de Zuiderzee is, zonder nader onderzoek naar hun beweegredenen, suggestief. Veel waarschijnlijker is dat dit te maken heeft gehad met de toentertijd bestaande onenigheid binnen de Orde en een Grootmeester, die politiek in opspraak was geraakt, zodat de burgemeesters zich terugtrokken om hun handen schoon te houden.

Van Diggelen was een politicus en politici bouwen nu eenmaal netwerken. Voorberg noemt zelf hof, adel en bekwame katholieken. Ongetwijfeld zullen ook enkele bekwame vrijmetselaren zich bij de ideeën van Van Diggelen hebben aangesloten, maar om daaruit de conclusie te trekken, dat `de Vrijmetselarij' een rol heeft gespeeld is zuiver speculatief. Trouwens het netwerken en elkaar de bal toespelen gebeurde vroeger en gebeurt nog steeds. Denk aan patriciaatfamilies en studentencorpora (vroeger) en aan politieke partijen, Rotary en dergelijke zakenkringen (thans). En tenslotte: de Zuiderzee is dan toch nog ingepolderd. De plannen van vader en zoon Van Diggelen getuigden dus wel van enige visie.