Van Aartsen

Het Hollands Dagboek van Jozias van Aartsen (Z, 20 oktober) is onthullend en onthutsend. Nietszeggende gewichtdoenerij, schaamteloze `name-dropping' en onnozelheden strijden om voorrang.

Uit alle verslagen van zijn lunches en gesprekken komt geen enkele originele gedachte of observatie, of ook maar een hint over het gevoerde of te voeren beleid naar voren. Uit zijn beschrijving van de afgelopen week is het mij geheel onduidelijk welk doel zijn activiteiten eigenlijk dienen.

Wat te denken van `Wim, Frank en ik spreken de komende fase in de (Afghanistan) crisis door. We blijven eensgezind?' Nederland is op grote afstand gehouden, hoe kunnen wij iets weten van de komende fase, terwijl de huidige al zo onduidelijk is?

`Een paar goeie mensen uit verschillende hoeken van het departement wordt gevraagd om de huidige crisis in een breder perspectief te plaatsen.' Waarom? Met welk doel? Is de crisis overigens al niet breed genoeg? Dat in de ministerraad briefjes met scholierenhumor over jeukpoeder circuleren is al tenenkrommend genoeg, maar deze minister is waarachtig in staat om zoiets gênants nog te publiceren ook.

De minister blijkt persoonlijke secretarissen te hebben `om te adviseren en te `babysitten'. Dat suggereert een verrassende mate van onzelfstandigheid van de heer Van Aartsen. Is het niet efficiënter om deze posten op te heffen, samen met de positie van de bewindsman? Hij blijkt zijn informatie immers voornamelijk van de Engelse minister van Buitenlandse Zaken en van eurocommissaris Patten te krijgen: kunnen die het buitenlands beleid voor Nederland er niet bij doen?