Tommie Smith

De Amerikaanse atleet Tommie Smith wint tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad de 200 meter. Zijn landgenoot John Carlos wordt derde. Op kousenvoeten betreden zij het erepodium. Daar steken zij een gebalde, zwart gehandschoende vuist in de lucht. Ze hebben het hoofd gebogen. De Australiër Peter Norman, die tweede werd, staat er verward bij. Het was een niet eerder vertoond protest op het olympisch podium. De gestrekte arm en de gebalde vuist van beide sprinters symboliseren kracht, de zwarte sokken de armoede. De zwarte Amerikanen vertolken het activisme van Black Power, zoals hun verspringende landgenoot Bob Beamon even verderop in het atletiekstadion met een afstand van 8,90 meter een droom à la Martin Luther King realiseerde. In de jaren zestig heerste nog altijd grote raciale ongelijkheid in de Amerikaanse sport. De prominente New York Athletic Club, die bijna alle voorzitters van Amerikaanse sporten leverde, liet tot 1968 geen zwarten en geen joden toe. Zelfs in het basketbal, waar het laatste decennium zwarten volledig de dienst uitmaken, overheerste toen nog de segregatie. Voorafgaand aan de Olympische Spelen van 1968 overwogen de zwarte Amerikaanse atleten een boycot, maar uiteindelijk werd Mexico-Stad aangegrepen om te protesteren. De leiding van de Amerikaanse olympische ploeg reageerde woedend op de vuisten van Smith en Carlos. De sprinters werden prompt naar huis gestuurd.

Dit is de dertiende aflevering in een serie over schokkende sportmomenten.