Slobodan in pyjama

Wat denkt een oud-president die door landgenoten gevangen wordt gezet? Dragiša Blanuša kan het weten. Hij was directeur van de gevangenis in Belgrado waar Slobodan Miloševic zat. Blanuša praatte met hem, en dronk whisky met de oud-dictator die maandag opnieuw moet voorkomen bij het Joegoslavië-tribunaal. `Wees een mens, laat me me tenminste aankleden.'

Slobodan Miloševic liep naar de helikopter die hem van Belgrado naar een NAVO-basis in Bosnië zou brengen. Het was vrijdagmiddag 29 juni. Drie maanden had de vroegere president van Joegoslavië vastgezeten in de gevangenis van Belgrado, nu was hij op weg naar het VN-cellenblok van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, in Bosnië stond een vliegtuig voor hem klaar. Opeens bleef hij staan. Hij keek naar de gebouwen van de stad, naar de bomen, de lucht. En hij liep weer door. Bij de helikopter stonden de piloten. Miloševic zei: ,,Zo jongens, hoe gaat het met jullie?'' ,,Goed, president'', mompelde een van hen. Een bewaker en de directeur van de gevangenis van Belgrado, Dragiša Blanuša, hielpen hem met instappen. Toen hij zat, vroeg hij aan Blanuša: ,,Waar zijn mijn spullen?'' De spullen stonden naast hem. In zijn boek, Ik bewaakte Miloševic, schrijft Dragiša Blanuša: ,,Dat waren de laatste woorden van Slobodan Miloševic, uitgesproken op Joegoslavische grond.''

De laatste woorden van het boek gaan over de spullen die Miloševic níet had meegenomen, en die de gevangenisdirecteur naar de vrouw van Miloševic heeft laten brengen. Plastic slofjes, een pyjama, sportschoenen, een shirt, een handdoek, sigaretten, een badjas, boeken, een röntgenfoto van zijn kaak, een woordenboek (Engels-Servisch), een thermometer, een bloeddrukmeter. En tussen de tralies in zijn cel zat nog de aanklacht van het tribunaal. De van oorlogsmisdaden verdachte oud-president had die niet willen aanraken.

Het was `Gods wil', zegt Dragiša Blanuša in de inleiding, dat hij directeur was toen Slobodan Miloševic op 1 april dit jaar, om kwart voor vijf 's ochtends, aankwam bij de gevangenis van Belgrado. Blanuša noemt zich `Gods nederige dienaar', hij vond dat hij het verhaal moest vertellen over de gevangene van cel 1121. ,,Omdat het nodig is dat wij meer leren over ons recente verleden en over nu, met het oog op onze toekomst.''

In negentig hoofdstukken beschrijft hij gedetailleerd de negentig dagen die Miloševic doorbracht in zijn gevangenis. Blanuša praatte zelf met Miloševic, hij hoorde wat Miloševic tegen bewakers zei tijdens wandelingen op de luchtplaats, en hij kreeg verslagen van gesprekken die Miloševic had met zijn bezoekers: partijgenoten, advocaten, zijn vrouw Mirjana Markovic, hun dochter Marija en schoondochter Milica.

Miloševic hoorde in zijn cel in Scheveningen over het boek. Hij was woedend. Zijn eerste reactie was, volgens zijn advocaten in Belgrado, dat er alleen maar leugens in stonden. Later zei hij dat de gesprekken met partijgenoten verzonnen waren. De gesprekken met advocaten waren `onnauwkeurig en onjuist' weergegeven. Hij eist nu ruim een miljoen gulden schadevergoeding van Blanuša, wegens smaad en inbreuk op zijn privacy. Hij wil dat het boek dat in het Servo-Kroatisch is verschenen uit de handel wordt genomen.

Het hoofdstuk over Miloševic' vertrek naar Den Haag begint zoals de meeste andere hoofdstukken. Miloševic was om tien voor acht opgestaan, maar hij was teruggegaan naar bed en bleef liggen tot half tien. Hij liet zijn bloeddruk meten, hij schoor zich, douchte. Er was bezoek. Een Griekse Europarlementariër kwam hem de groeten overbrengen van het Griekse volk. Het Griekse volk, zei de man, was trots op Miloševic' dappere gedrag in de gevangenis en het hoopte van harte dat hij snel vrij kwam.

Van twaalf uur tot half twee waren zijn vrouw en schoondochter er. Mirjana Markovic had een schoon shirt meegenomen, en ook kaas, melk, koek, gepaneerde courgette, een sardine, tomatensalade, watermeloen, perziken, peren, mineraalwater. Blanuša schrijft: ,,Ze praatten over vroeger. Miloševic nam uit zijn zak zeven papieren bootjes en vroeg zijn schoondochter of zij het aan de kleine Marko wilde geven.'' Marko is zijn kleinkind. Mirjana Markovic vertelde dat haar moeder, toen die gevangen zat, voor haar ook een papieren bootje had gemaakt. Ze had het bootje later gekregen van haar grootmoeder. Haar moeder was in de Tweede Wereldoorlog partizaan geweest. Blanuša: ,,Schoondochter Milica begon te huilen. Daarna huilde Mirjana ook. Langs het gezicht van Miloševic rolde ook een traan, die kwam uit zijn rechteroog.''

Van twee uur tot vier uur wandelde Miloševic op de luchtplaats, hij gaf oud brood aan de duiven. Hij at zijn lunch, kool en vlees, en ging slapen.

Bij de gevangenisdirecteur werd een brief bezorgd: die avond zou Miloševic worden overgedragen aan vertegenwoordigers van het VN-tribunaal in Den Haag. Om zes uur ging Dragiša Blanuša naar de cel van Miloševic. Miloševic lag in zijn pyjama op bed, hij las een boek. De directeur zei: ,,Sta op, maakt u zich gereed.'' In zijn boek schrijft Blanuša: ,,Miloševic vroeg verbaasd: `Waar ga ik heen?' Mijn antwoord was kort: `Naar Den Haag.' Hij stond langzaam op en zei: `Mag ik op z'n minst mijn vrouw bellen, mijn advocaten, en mijn spullen pakken?' Ik pakte zijn rechterarm en zei: `Snel'. Hij zei alleen: `Wees een mens, laat me me tenminste aankleden.' Hij kleedde zich langzaam aan, koos spullen uit en legde die in zijn tas. Hij pakte vier boeken, zijn toilettas, zijn jas.

Drie dagen eerder had Miloševic van zijn advocaten gehoord dat de procedure van zijn uitlevering aan het tribunaal was begonnen. Zijn dochter had die middag hard gehuild, ze was kwaad geworden en had gezegd: ,,Er zou niks zijn gebeurd als je je had verzet. Maar je hebt een afspraak met ze gemaakt op 31 maart (de dag van zijn arrestatie in Belgrado, red.) en je bent in hun auto gestapt. Ik wil dat mijn vader bij mij is, en niet in Den Haag. Het lijkt erop dat je zelf besloten hebt dat je naar Den Haag zou gaan. Naar de hel ermee.''

,,Marija, lieverd'', zei Miloševic. ,,Rustig maar. Het leven kent pieken en dalen. Had ik jullie moeten laten afmaken die nacht? Hadden ze andere onschuldige slachtoffers moeten maken? Ik ben tevreden zolang het goed gaat met jou, je moeder, kleine Marko en onze Marko (zijn zoon, red.). Ik zal dit met waardigheid dragen. Maak je geen zorgen, ik zal geen eind aan mijn leven maken. Ik schaam me er niet voor dat ik mijn land heb verdedigd, ik ben er trots op en zou het zo weer doen. De geschiedenis zal rechtspreken.''

Mijana Markovic vertelde hem dat zijn partijgenoten hem de afgelopen maanden hadden voorgelogen. Ze hadden gezegd dat het protest tegen zijn gevangenschap enorm was. Bijna iedere dag hadden ze met Miloševic gesproken over demonstraties en persconferenties die `zeer succcesvol' waren geweest, Miloševic had zich bemoeid met de organisatie ervan. Vrouwen zouden bloemen hebben achtergelaten bij de poort van de gevangenis, er waren burgers die al hun bezit aanboden om Miloševic op borgtocht vrij te krijgen. Politiemannen en militairen `liepen over' naar zijn kant, uit het hele land kwamen mensen naar Belgrado om hem uit de gevangenis te halen. Op een dag had Miloševic zelfs aan de gevangenisdirecteur gevraagd: ,,Wat doe jij als ze hier binnenkomen om me te bevrijden?''

Mirjana Markovic had er zelf aan meegedaan. Op de achtenzeventigste dag van zijn gevangenschap had ze gezegd dat ze diep onder de indruk was van de protesten. Zelfs mensen die hun zoons hadden verloren in de strijd om Kosovo gingen de straat op om zijn vrijlating te eisen. ,,Ik ken niemand in de geschiedenis van Servië die populairder was dan jij.''

Nu vertelde ze hem dat de media zijn zaak min of meer hadden geboycot, en dat het daardoor lastig was om mensen uit te leggen hoe het zat.

Afgelopen voorjaar zette de Amerikaanse regering de autoriteiten in Belgrado onder druk. Vóór 1 april moesten ze bewijzen dat ze met het tribunaal zouden samenwerken. De Amerikanen dreigden een eind te maken aan alle financiële en politieke steun voor Joegoslavië, en hun vertegenwoordigers in de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds zouden zich verzetten tegen verdere hulp. Net voor het ultimatum afliep, werd het huis van Miloševic omsingeld. Een jaar eerder had hij de Joegoslavische presidentsverkiezingen verloren. Nu werd hij gearresteerd, officieel omdat hij werd verdacht van verduistering, diefstal, wanbeheer en verkiezingsfraude.

Op zaterdag 31 maart werd Dragiša Blanuša vijfenvijftig. Maar niet een van zijn collega's in de gevangenis dacht eraan. Ze waren nerveus. Er moest een cel worden klaargemaakt voor ex-president Miloševic.

Blanuša zag hem binnenkomen, hij liep ,,met vastberaden passen'', hij was ,,rustig en zelfverzekerd''. Bij de receptie van de gevangenis vroeg de onderzoeksrechter wanneer hij hem kon verhoren. ,,Laat me eerst goed slapen'', zei Miloševic. ,,We kunnen elkaar zien na elf uur.''

Hij moest zijn riem, stropdas en schoenveters inleveren. Bewakers brachten hem naar het gerenoveerde deel van het gebouw, dat `Hyatt' werd genoemd, naar het meest bekende hotel in Belgrado. De cellen in dat deel waren ruimer gemaakt, vier bij drieënhalve meter. Er zat een douche in, een wc, en de meubels en tralies waren blauw geverfd. Miloševic trok twee dekens over zich heen en viel in slaap. De bewakers brachten hem brood, thee, jam en twee gekookte eieren, en ze zetten het voor hem op een wit tafelkleed. Om elf uur werd hij wakker.

's Middags kwam zijn vrouw Mirjana Markovic. Ze bracht schoon ondergoed en etenswaren. Aan het eind van de avond kwam Blanuša nog even langs. Had Miloševic nog wensen? Ja. Kon zijn vrouw komen om zijn bed op te maken? ,,Aan die wens'', schrijft Blanuša, ,,kon ik niet tegemoet komen.''

De eerste dagen lag Miloševic vaak in bed, hij draaide zijn gezicht naar de muur en staarde urenlang naar één punt. Zijn spullen pakte hij niet uit. Bij de gevangenis werd gedemonstreerd door aanhangers van Miloševic. Een partijgenoot die op bezoek kwam, vertelde Miloševic erover. Had hij niks gehoord? Jawel, maar Miloševic had gedacht dat het een voetbalwedstrijd was, in een stadion in de buurt. Op maandag 2 april kreeg hij polenta (een gerecht van maïsmeel met olie, red.) te eten. Dat vond hij vies, en hij zei: ,,Voor het eerst van mijn leven eet ik met mijn handen, en niet met mes en vork.''

Volgens Blanuša wende hij snel aan het leven in de gevangenis. Hij sliep lang uit en wandelde iedere dag. Op de binnenplaats voerde hij de duiven. Hij hield zijn kamer schoon, deed zijn afwas, en hij las boeken. Voor kranten had hij nauwelijks belangstelling. Blanuša: ,,Ik stelde vast dat hij ook Engels las. Zijn favoriete boeken waren bestsellers over geheim agenten en criminelen.'' Hij las Wilbur Smith, Robert Ludlum, maar ook John Steinbeck en Ivo Andric.

Iedere dag om twaalf uur kwam zijn vrouw Mirjana Markovic, ze bleef een uur of anderhalf uur. Als ze later kwam, werd Miloševic onrustig. De directeur en de bewakers verbaasden zich erover dat Miloševic en zijn vrouw aan elkaar zaten en lieve woordjes tegen elkaar zeiden, ook al waren er anderen bij. Blanuša: ,,Ze hielden vaak elkaars hoofd vast met beide handen, zij kuste zijn handen, hij de hare. Ik heb zelfs een keer gezien dat ze zijn knie kuste. Ze noemden elkaar schatje en lieveling. Zij noemde hem `mijn hondje', hij haar `mijn poesje'. Dan zei ze dat hij haar schoonheid was, en hij zei dat tegen haar.'' Als ze afscheid namen, omhelsden ze elkaar. Blanuša: ,,Dat duurde heel lang. Bewakers moesten hen uit elkaar halen. Hun dochter Marija klaagde daarover, maar Miloševic zei dan: `Marija, lieverd, die mensen doen gewoon hun werk.'''

Miloševic had een hoge bloeddruk en problemen met zijn hart, hij werd er tijdens zijn gevangenschap zelfs voor opgenomen in het militaire ziekenhuis. Hij kreeg er de kamer waar vroeger de Joegoslavische leider Tito had gelegen. Miloševic wilde die opname zelf niet, volgens de gevangenisdirecteur was hij bang dat hij uit het ziekenhuis ontvoerd zou worden. Hij gaf pas toe nadat Mirjana Markovic naast hem had zitten huilen en had geroepen: ,,Lieverd, je zult toch niet hier sterven? Je móet naar het ziekenhuis. Als jij doodgaat, gaan wij allemaal dood.''

Op zondag 15 april vierde hij Pasen met zijn vrouw en dochter. Mirjana had lunch voor hem meegenomen en drie geverfde eieren, blauw, rood en bruin. Miloševic nam het blauwe ei, zij het rode. Ze sloegen ze tegen elkaar. Hij keek naar zijn kapotte ei en zei: ,,Jij wint altijd.''

Vanaf begin mei lag de aanklacht van het tribunaal in zijn cel. Miloševic had het document niet in ontvangst willen nemen. In juni kreeg hij steeds heviger last van hoge bloeddruk, en hij klaagde over hoofdpijn. Bijna iedere dag praatte hij met zijn vrouw over zijn gezondheid. Op maandag 11 juni kwam zijn kleinzoon Marko. Miloševic vond het geweldig om het jongetje te zien. Hij speelde met hem, ze tekenden samen krokodillen. Maar aan het eind zei hij tegen zijn schoondochter dat ze hem maar niet meer moest meenemen: het kon niet goed zijn voor een kind om te zien dat opa achter de tralies zat.

Op dag negenenzeventig van de gevangenschap, maandag 18 juni, hadden Miloševic' advocaten drie vragen bij zich, het waren vragen die journalisten aan Miloševic wilden stellen.

1. Weet u waarom u in de gevangenis zit? Miloševic antwoordde: ,,Omdat ik de NAVO tegenstand heb geboden.''

2. Wie houdt u gevangen? ,,De NAVO en de bondgenoten van de NAVO in Joegoslavië.''

3. Vindt u zelf dat u gewonnen hebt? ,,Ja. En daarom zit ik nu in de gevangenis.''

Op dag vierentachtig, zaterdag 23 juni, protesteerde een groepje aanhangers van Miloševic 's ochtends vroeg bij de gevangenis. Ze droegen posters van Miloševic, spandoeken met zijn naam erop, ze schreeuwden en zongen. Een paar Albanese vrouwen die hun echtgenoot gingen bezoeken in de gevangenis probeerden er langs te komen. De demonstranten scholden hen uit, ze dwongen hen de spandoeken te kussen, en ze moesten in het Servisch zeggen: `Slobo, we houden van je.' Een van de vrouwen werd met een paraplu op haar rug geslagen.

's Middags kwamen Miloševic' vrouw Mirjana en zijn dochter Marija. Miloševic zei: ,,Marija, schat, zet jij eens koffie voor ons.''

Marija werd kwaad. ,,Daar ben ik niet voor gekomen. Ik ben geen kok. Alles doet me pijn. Mijn nieren, mijn maag, niks werkt goed en ik denk niet dat ik de veertig haal. Zie je dan niet dat alles naar de hel gaat?''

Vervolg op pagina Z2 (28)

Slobodan Miloševic

Vervolg van pagina Z1 (27)

Miloševic zei: ,,Marija, lieverd, wat zeg je nu? Waarom ga je niet naar de arts die je medicijnen heeft voorgeschreven?''

Marija ging door: ,,Jij vindt het kennelijk lekker om hier te zitten, daarom liet je jezelf arresteren.'' Ze wees naar haar moeder en zei: ,,En deze partizaan hier vindt het heerlijk om je hier te bezoeken. Jullie moeten eens ophouden met doen alsof jullie nog partizanen zijn en moeten vechten.'' Ze wilde, zei ze, niks meer met haar ouders te maken hebben. Ze vroegen haar toch nooit om advies, ze lachten haar uit, smeedden complotten achter haar rug. Blanuša schrijft: ,,Miloševic en zijn vrouw glimlachten om die uitbarsting en gingen door met hun gesprek over de familie, over hun huis, de kleine Marko, de elektriciteitsrekening en de extra belasting die deze regering had bedacht om rijk te worden zolang ze nog aan de macht was.''

Op dinsdag 26 juni, drie dagen voordat hij naar Den Haag werd gebracht, vroeg Miloševic 's ochtends of de gevangenisdirecteur die avond bij hem langs wilde komen om wat te drinken. Blanuša schrijft: ,,Ik moet toegeven dat ik van die uitnodiging in de war was. Gevangenen mogen geen alcohol drinken. Het was voor het eerst in deze drie maanden dat hij erom vroeg.''

Om elf uur 's avonds kwam Blanuša bij Miloševic, met een fles whisky. ,,Hij lag in bed te lezen, hij droeg een donkerblauwe gestreepte zijden pyjama.'' De directeur vroeg of Miloševic hem wilde beloven dat hij met niemand zou praten over de drank die hij bij zich had. Alcohol was verboden. Miloševic knikte. Blanuša vulde de glazen, ze proostten. ,,Op je gezondheid'', zei Miloševic. ,,Ik wens je geluk'', zei de directeur.

Ze namen allebei een grote slok. Miloševic bood de directeur een sigaret aan, maar die zei dat hij niet meer rookte. Als hij rookte, rookte hij veel te veel. Volgens Miloševic hoefde hij zich daar geen zorgen over te maken. De Grieken rookten van alle volken het meest, maar ze leefden lang. Blanuša schrijft: ,,Hij zei dat dat kwam omdat ze olijfolie gebruiken en veel salades eten. Hij zat op de rand van het bed en vroeg me: `Kom je afscheid van me nemen?' `Nee', zei ik, `ik kom omdat ik was uitgenodigd'.'' Miloševic wilde weten wat Blanuša wist van de gevangenis in Den Haag. Blanuša schrijft: ,,Ik zei dat ik alleen maar wist wat ik van zijn advocaat Fila had gehoord. Dat het er heel mechanisch aan toe ging. Gevangenen mochten niet met hun bewakers praten, zoals hier in Belgrado. Onze gevangenissen waren op een bepaalde manier romantisch. Dáár werd alles gecontroleerd met hulp van computers, gevangenen werden behandeld als robotten, niet als menselijke wezens.''

Miloševic zweeg. Toen zei hij: ,,De klootzakken. Ze zijn echt van plan om me naar Den Haag te sturen. Maar ik zeg jou: ze zullen er allemaal terechtkomen.'' De directeur vroeg: ,,Waarom heb je geen afstand gedaan van de macht op het moment dat je het meest populair was? Waarom heb je de mensen niet hun eigen lot laten kiezen? Je had nu de wereld rond kunnen reizen, je had op het strand kunnen liggen.''

Miloševic: ,,Ik ben gebleven omdat de Serviërs ruzie maakten met elkaar. Het was vooral Vuk Draskovic (oppositieleider die later samenwerkte met de socialistische partij van Miloševic, red.), een drugsverslaafde, voor zover ik weet. Hij begon jonge mensen te misleiden, en hij vergat dat ik had betaald voor zijn medische behandeling toen hij door demonstranten in elkaar was geslagen. Maar je hebt gelijk. Ik heb een vergissing gemaakt.''

Na de publicatie van het boek Ik bewaakte Miloševic werd Dragiša Blanuša ontslagen door de Servische minister van Justitie. Hij had geen toestemming gevraagd voor de publicatie. Maar zo heel erg zal de minister dat nu ook weer niet gevonden hebben. Blanuša kreeg een andere baan op het ministerie.

Met medewerking van Lidija Zelovic