RUIMTELIJK INZICHT VOORSPELT CARRIÈRE BETER

Zeer getalenteerde kinderen moeten niet alleen getest worden op rekencapaciteiten en taalvaardigheid, maar ook op hun ruimtelijk inzicht. Dit concluderen drie psychologen van de Vanderbilt Universiteit in Nashville, Tennessee uit een langlopend onderzoek waarbij de studie-interesses en beroepen werden gevolgd van 563 hoogbegaafde kinderen die op dertienjarige leeftijd waren getest (Journal of Educational Psychology, sept.).

De geteste kinderen behoorden tot de intelligentste 0,5 procent in hun leeftijdsgroep. Hun score op de rekenkundige en verbale SAT-test (Scholastic Aptitute Test, de standaard toelatingstest voor Amerikaanse universiteit) op twaalf- à veertienjarige leeftijd was te vergelijken met die van de beste 20 procent van eindexamenkandidaten: ze liepen minstens vier jaar voor op hun leeftijdsgenoten. De kinderen werden ook onderworpen aan testen die hun ruimtelijk inzicht (eigenlijk: hun vermogen tot ruimtelijke visualisatie) bepaalden. Ze werden vervolgens op 18-jarige leeftijd gevraagd naar hun meest favoriete en minst favoriete schoolvak, op hun 23-ste naar hun universitaire vakken en op hun 33-ste naar hun beroep.

De factor `ruimtelijk inzicht op dertienjarige leeftijd' bleek meer variatie in de vakken- en beroepskeuze te verklaren dan het rekenkundig vermogen op die leeftijd (ten opzichte van verbale vaardigheid). De adolescenten bij wie het ruimtelijk inzicht relatief groter was dan de verbale vaardigheid kwamen vooral terecht in technische vakken (engineering) en de computer- en wiskunde, terwijl adolescenten met de omgekeerde talenten (verbaal sterker dan ruimtelijk) in de letteren, sociale wetenschap, biowetenschappen, medicijnen en juridische vakken terechtkwamen.

Volgens de psychologen Daniel L. Shea, David Lubinsky en Camilla P. Benbow wordt de voorspellende waarde van ruimtelijk inzicht bij hoogbegaafden onderschat omdat dat inzicht traditioneel vooral wordt gezien als nuttig voor praktische vakken, niet voor meer intellectuele beroepen. Ten onrechte, zo blijkt uit hun onderzoek.

Toelating bij topuniversiteiten wordt in Amerika vooral bepaald door de hoogte van de SAT-scores, maar de psychologen uit Tennesee hebben berekend dat bij de top 3 procent van deze taalkundige en rekenkundige scores, meer dan de helft van de hoogste 1 procent van de ruimtelijke talenten buiten beschouwing wordt gelaten. Dat is des te pijnlijker omdat het ruimtelijk inzicht minder dan rekenkundig talent wordt beïnvloed door sociale economische omstandigheden. Door te eenzijdig testen gaat hier belangrijk talent verloren.