Rechter beval afluisteren in cel

De Almelose rechter-commissaris die belast is met het strafrechtelijk onderzoek naar de Enschedese vuurwerkramp heeft tegen de zin van justitie afluisterapparatuur willen plaatsen in de gevangenis. Hij dreigde opsporingsambtenaren met aangifte wegens het niet opvolgen van zijn ambtelijk bevel als het afluisteren niet doorging.

Deze unieke situatie heeft zich afgelopen zomer voorgedaan in het onderzoek naar de ontploffing van het bedrijf SE Fireworks vorig jaar mei. De Almelose onderzoeksrechter in deze zaak, rechter-commissaris M. Melaard, gaf politie en justitie opdracht om de man die ervan wordt verdacht brand bij het vuurwerkbedrijf te hebben gesticht, de 34-jarige André de V., met behulp van elektronica in de gevangenis af te luisteren.

Politie en justitie weigerden dit. Ze kwamen tot hun opvatting nadat de speciale zogeheten toetsingscommissie van het openbaar ministerie – die oordeelt over het inzetten van bijzondere opsporingsmiddelen – had bepaald dat afluisteren in de gevangenis geen zin had. Twee eerdere pogingen om met dergelijke apparatuur op te nemen wat verdachte André aan anderen vertelde in de gevangenis waren namelijk al mislukt. Justitie achtte het daarom een te zwaar middel om weer af te luisteren.

Dit leidde tot een nooit eerder vertoonde ruzie tussen staande (openbaar ministerie) en zittende magistratuur (rechters). De rechter-commissaris eiste dat de apparatuur toch zou worden ingezet. Hij beriep zich op artikel 177 van het Wetboek van Strafvordering, waarin staat dat de rechter-commissaris de bevoegdheid heeft in het belang van het onderzoek bevelen te geven aan opsporingsambtenaren. Toen politie en justitie in Almelo weigerden zijn bevel op te volgen, heeft de rechter-commissaris de voorzitter van het college van procureurs-generaal, J. de Wijkerslooth, persoonlijk gevraagd in te grijpen. De PG weigerde dit.

Volgens De Wijkerslooth past het niet in het systeem van de wet dat een rechter-commissaris bevelen geeft over de toepassing van bijzondere opsporingsmethoden. ,,Het OM bepaalt of een bevel tot afluisteren moet worden gegeven, want de officier van justitie beslist over de inzet van opsporingsmiddelen. Het is aan de rechter-commissaris om de rechtmatigheid van dit besluit te toetsen'', zegt OM-woordvoerder L. de Lange.

Vervolg ENSCHEDE: pagina 3

'Rechter-commissaris keurt alles goed in Enschede-onderzoek'

Vervolg van pagina 1

De procureur-generaal heeft volgens de woordvoerder uiteindelijk het Korps Landelijke Politiediensten – waartoe de `sectie stiekem' behoort die afluisterspullen plaatst – schriftelijk opdracht gegeven de bevelen van rechter-commissaris Melaard te negeren. De rechter-commissaris heeft vervolgens zijn plannen moeten laten varen.

De vice-president van de Almelose rechtbank, M. Verhoeven, bevestigt de gang van zaken. Hij zegt dat de onderzoeksrechter bij zijn mening blijft dat een rechter-commissaris bij dit soort geschillen het laatste woord moet hebben. ,,Het is jammer dat het afluisteren niet is doorgegaan. Dan had de rechtbank kunnen uitmaken welke uitleg in deze de juiste is.''

Over de afluisteraffaire wordt overigens met geen woord gerept in het strafrechtelijk dossier van André de V. die in januari werd opgepakt op verdenking van de brandstichting die aan 22 mensen het leven kostte.

Bij het openbaar ministerie is men erg geschrokken van het conflict. Justitie vreest dat onderzoeksrechters mogelijk vaker zelf willen gaan besluiten bijzondere opsporingsmiddelen – zoals infiltratie of het gebruik van richtmicrofoons – te gaan inzetten. Een woordvoerder van het OM zegt dat de rechter-commissaris alleen ,,in algemene zin de bevoegdheid heeft in het belang van het onderzoek bevelen te geven aan opsporingsambtenaren, met uitzondering van de officier van justitie. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat voor de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden uitsluitend bevel kan worden gegeven door de officier van Justitie.''

Advocaat G. Meijers, die een van de twee directeuren van Fireworks – W. Pater – bijstaat, zegt zich niet te verbazen over dit incident. Het onderzoek naar de vuurwerkramp is volgens Meijers niet alleen uniek qua omvang maar vooral ook door de ongekend royale toepassing van bijzondere opsporingsmethoden. ,,Er is gebruik gemaakt van middelen die een vergaande inbreuk vormen op de privacy. De politie heeft direct afgeluisterd, telefoons getapt, geobserveerd en verscheidene pogingen tot infiltratie gedaan. Er is in deze zaak kennelijk een ongelimiteerd budget en de rechter-commissaris keurt alles goed''.

Rechter Verhoeven zegt dat het goed zou zijn als de wetgever zich nadrukkelijker uitlaat over de vraag wie uiteindelijk beslist over de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen: de rechter-commissaris of de officier van justitie.