Oude idealen

Samen met een aantal geloofsgenoten droomde hij jaar en dag onafgebroken van een wereld waarin alle leerlingen van 12-15 jaar samen in een en hetzelfde gebouw hetzelfde onderwijs zouden volgen. Toen die droom niet realiseerbaar bleek, moest het maar symbolisch, net alsof: op de eigen, bestaande school in de onderbouw iedereen, van hoog tot laag, van gymnasium tot vbo, allemaal dezelfde Basisvorming.

Staatssecretaris Wallage legde het voortgezet onderwijs een wet op die door de mensen uit de praktijk vrijwel unaniem als onuitvoerbaar werd afgewezen. Resultaat? Scholen hebben massaal geweigerd te doen wat werd voorgeschreven. Veertig procent van de verplichte leerstof werd niet eens behandeld, laat staan door de leerlingen geleerd. Overigens niet omdat scholen zulke tegendraadse instellingen zijn, maar omdat ze iets kregen opgelegd wat zo onmogelijk was, dat ze er niet eens aan begonnen. Terwijl het onderwijs zuchtte onder keukenmeester Schraalhans, werd geld weggegooid aan een kostbaar Procesmanagement Basisvorming en overbodige toetspakketten.

Enige tijd geleden liet een evaluatie maar weinig heel van de Basisvorming, en vervolgens is het nu de Onderwijsraad die adviseert met de hele zaak maar te stoppen. H. van der Laan, directeur van een vbo-school, toont zich in de Volkskrant verbijsterd over dat advies: ``Nu gaan we helemaal terug naar af: we gaan gewoon weer mavootje, havootje en vwootje spelen en hebben alle oude idealen van een brede educatie voor iedereen in één klap overboord gezet. Ik ben, in opdracht van het ministerie, net bezig de de mavo en het beroepsonderwijs te integreren en nu krijg ik te horen dat dat nieuwe schooltype weer twee niveaus worden.'' Oude idealen, alsof de kwaliteit van idealen afhankelijk is van hun leeftijd, alsof het trouwens überhaupt gaat om idealen en niet in de allereerste plaats om de vraag hoe te bereiken dat het onderwijs aansluit bij wat leerlingen willen en kunnen.

Terwijl de maatschappij steeds meer is gaan differentiëren, terwijl de mening van jongeren steeds vroeger wordt betrokken bij de keuzes die ze maken, is het beleid erop gericht geweest het onderwijsaanbod voor alle leerlingen zo veel mogelijk gelijk te schakelen. De ontwikkeling die het onderwijs moet gaan volgen, is dan ook precies de andere kant op: tegemoet komen aan die verschillen, aan de toenemende behoefte aan kleinere scholen met een eigen karakter. De recente samenvoeging van mavo en vbo tot vmbo is dan ook een uitstekend voorbeeld van hoe het niet moet, van hoe het overheidsbeleid consequent doorgaat met tegen de stroom in te roeien. Als alle scholen (en daarbij gaat het vaak om locaties van grote organisatorische gehelen), als al die aparte scholen de ruimte kregen om op hun eigen manier vbootje, mavootje, etc. te spelen, dan zou vanaf vandaag iedereen een stuk gelukkiger zijn: leraren, ouders en leerlingen.

De invoering van de Basisvorming heeft het werkklimaat in scholen verslechterd, het heeft geleid tot onverschilligheid voor overheidsvoorschriften en de opvatting versterkt dat de politiek zich weinig gelegen laat liggen aan de mening van de leraren over de haalbaarheid van doelstellingen.

Wallage heeft de ambitie nog ooit een rol te gaan spelen in de landelijke onderwijspolitiek, maar gezien zijn gebrek aan realiteitszin lijkt het me verstandig hem ver van Den Haag en Zoetermeer vandaan te houden. Behalve eventueel als getuige bij een parlementaire enquête die antwoord moet geven op de vraag hoe dit alles heeft kunnen gebeuren.

prick@nrc.nl