Ongeremde hebzucht

De afnemende groei van de economie, noch de aanslagen op 11 september lijken te leiden tot een kopersstaking op de huizenmarkt. Dat blijkt althans uit de reacties en vragen van lezers. Je kan hooguit concluderen dat men wat minder snel beslist en minder geneigd is om de vraagprijs te betalen. Dat is een gezonde ontwikkeling. Net als de lagere koersen van aandelen dezer dagen meer overeenstemmen met de werkelijke waarde van bedrijven dan een jaar geleden. Op beide markten is de positie van kopers versterkt, wat inhoudt dat je met een geruster hart dan voorheen kan kopen.

De twee wijdverbreide fenomenen (koop)huizen en aandelen hebben veel met elkaar gemeen. Het zijn beide individuele investeringen voor de lange termijn, je kan er een vermogen mee vormen, je loopt koers- of prijsrisico, en beide bezorgen de kopers hoofdpijn en slapeloze nachten als ze over de koop moeten beslissen. Niet onlogisch, maar die angst kan licht (en onbewust) leiden tot verkeerde beslissingen. Men doet maar wat, opgejut door bijvoorbeeld verleidelijke verhalen en hitsige verkopers, en komt later tot bezinning.

Maar het blote feit dat je tot bezinning komt, of te beklagen bent door een groot verlies, houdt niet in dat een deskundige de zaken met weinig moeite terug kan draaien. Was het maar waar. Iedere (financiële) markt is keihard voor de deelnemers en kent geen medelijden.

Hoe moet het dan? Nu het kopen van een huis en het beleggen in aandelen zo ongeveer gemeengoed zijn, moeten die twee disciplines en hun consumenten meer van elkaar willen leren om tot een degelijke, vergelijkbare aanpak te komen. Een die iedereen begrijpt en teleurstellingen voorkomt. Daarbij moet je de deelnemers in pensioenregelingen en de mensen die zelf voor hun oude dag zorgen, ook uitnodigen. Dan heb je de financiële probleemgebieden qua vermogensvorming rond de tafel. Het sociale verzekeringsaspect, en de risico's die een mens loopt, is een heel ander verhaal.

De grote drie trekken gezien vanuit de consument bijna geheel gescheiden op, terwijl er vele raakvlakken zijn. Ze vallen onder de noemer bezitsvorming voor iedereen, een streven dat door de overheid (fiscaal) gestimuleerd wordt. Die bezitsvorming is een maatschappelijk vraagstuk dat de gemoederen begin jaren zestig (toen bijna niemand een cent bezat) nogal bezighield.

Zo schreven de christelijke coryfeeën Willem Albeda en Norbert Schmelzer het heldere boek Bezitsvorming. Hierin staan de grondslagen van wat we nu heel vanzelfsprekend vinden: een eigen huis, een pensioen, geld op de bank en effecten. Maar ook de spanning die eigendom en bezit oproepen.

Een citaat. ,,Er bestaat een goedchristelijke huiver voor rijkdom en de verspreiding daarvan. Vrijwillige armoede is een christelijke traditie die meer aanspreekt dan de hang naar bezit. Het is niet zo moeilijk om aan het evangelie een schat van gegevens te ontlenen die wijzen op de noodzaak om afstand te nemen van bezit. Toch is er ook het streven naar bezitsvorming in de christelijk sociale beweging.''

De auteurs hebben oog voor de positieve kanten van het persoonlijk bezit. Onder meer versterkt het de verantwoordelijkheid, en vormt een voorwaarde voor vrijheid en zelfstandigheid. Het bevorderde zelfs de kerkelijkheid, want kerkgangers met bezit waren immers trouwere kerkgangers dan de have-nots, wees een onderzoek uit.

Aan bezit werden toen dus karaktervormende eigenschappen toegekend. Is dat nog steeds zo? Jazeker. Het bevordert de vrijheid en zelfstandigheid. Dat wel, maar helaas ook de (ongeremde) hebzucht en vooral onzekerheid. Een vorm van onzekerheid die niet voorkomt uit angst voor iets, maar uit angst om (vermeende) voordelen te missen, zonder de risico's van die voordelen te begrijpen. Bekende en begeerde voorbeelden: belastingvoordelen, een eigen huis, een zo hoog mogelijke hypotheek, aandelen, een tweede huis in het buitenland, korter werken, eerder dan met 65 jaar stoppen met werken, enzovoort.

Het bevredigt niet meer wanneer je ruim voldoende bezit om je leven lang rond te komen, bijvoorbeeld via zo'n royale geïndexeerde van wieg tot graf pensioenregeling. Nee, je moet met geld geld maken, vertelt je omgeving. Financieel ondernemertje spelen. Op dit punt slaat de maatschappelijk en individueel gezonde bezitsvorming op hol en ontaardt in ongeremde hebzucht, en financiële verliezen. Het wordt tijd dat we de (schulden)rijkdom anno 2001 eens goed ontleden en uitleggen aan de financiële consument. Ook de overheid (politiek) moet daarin een rol spelen.

Adriaan Hiele (hiele@nrc.nl) beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/geld)