Omgaan met `vuile was'

Klokkenluiders horen in het bedrijfsleven en de overheid nog steeds tot de paria's van de werkvloer, was gisteren de boodschap op de conferentie `Klokkenluiders, Ongehoorde Helden' in Amsterdam.

Hij werkte als wetenschappelijk onderzoeker bij het RIVM in Bilthoven en zag tot zijn ongenoegen hoe op het instituut onzorgvuldig werd omgegaan met computermodellen waarmee te verwachten milieubelasting gemeten werd. Hoe die onderzoeksmodellen niet onderbouwd werden met concrete metingen. En naarmate het moment dichterbij kwam waarop die computerberekeningen de basis zouden vormen voor de nationale Milieubalans waarop het ministerie van VROM haar milieubeleid aanpast, groeide zijn gewetensnood.

Rob van Es, docent organisatiefilosofie aan de Universiteit van Amsterdam, illustreerde tijdens de conferentie Klokkenluiders, Ongehoorde Helden in Amsterdam het proces van een klokkenluider die tegen wil en dank de vuile was in de openbaarheid bracht omdat men intern bij het RIVM niet wist om te gaan met de professionele bezorgdheid van die medewerker.

De onderzoeker uitte zijn bezwaren tegen de gebruikte onderzoeksmethoden eerst intern. Die bezwaren werden niet eens van de tafel geveegd, integendeel. Voorjaar 1997 werd hem verzocht om zijn bezwaren goed onderbouwd in een notitie uiteen te zetten, een notitie die hij in juli van dat jaar aan de directie overhandigde. Maar zijn schriftelijke bezwaren leidden niet tot andere onderzoeksmethoden, ondanks verscheidene gesprekken met opeenvolgende directieleden. Sterker nog, een jaar later, bij de verantwoording van de Milieubalans voor dat jaar, schreef het RIMV in een onderzoeksverantwoording dat die gestoeld waren op direct gemeten resultaten.

De medewerker wist nu dat zijn notitie niet alleen vergeefse moeite was geweest, hij meende nu ook zeker te weten dat het ministerie en Tweede Kamerleden werden bedrogen. Hij uitte daar, opnieuw intern, zijn ongenoegen over en maakte tegenover de directie duidelijk dat hij desnoods bereid was om zijn bevindingen naar buiten te brengen. Opnieuw gaf de directie van het RIVM volgens Van Es geen krimp, hoogstens de waarschuwing dat het buitenhangen van de vuile was hem zijn baan zou kosten.

Een typisch geval van een potentiële klokkenluider die klem zat tussen zijn professionele verontwaardiging, de werknemerethiek die verbiedt dat je collega's afvalt en de managementethiek die van bovenaf druk op personeel legt om onwelgevallige berichten binnenskamers te houden, aldus Van Es. Hij besloot toch naar buiten te gaan en merkte dat de media niet meteen happig op zijn bevindingen waren. Twee kranten lieten weten, niet geïnteresseerd te zijn. Niet zozeer uit desinteresse, maar omdat zijn notitie een hoog wetenschappelijk abstractieniveau had die zijn boodschap verhulde. Dagblad Trouw, de derde krant die hij benaderde, toonde wel interesse. Omdat de opinieredactie, waar hij zin bevindingen aan had toegestuurd, advies vroeg aan de wetenschapsredactie. En die begrepen waar de RIVM'er op doelde.

Trouw besloot te publiceren. De krant plaatste zijn notitie op de opiniepagina, vergezeld van een interview met de man en een nieuwsbericht.

Het RIVM reageerde furieus. De man werd in afwachting van ontslag met onmiddellijke ingang geschorst, Trouw kreeg het verwijt dat het RIVM niet snel genoeg om weerwoord was gevraagd. Inhoudelijk reageerde het RIVM niet op de kritiek van haar eigen medewerker.

Ook toenmalig minister Pronk hield op Kamervragen de boot af, zo schetste Trouw-eindredacteur, Willem Schoonen, de afloop van deze affaire. Een interne commissie van toezicht zou de beweringen van de medewerker onderzoeken, maar wees externe toetsing van die Milieubalans resoluut van de hand. En de computermodellen zonder toetsing aan de praktijk gingen gewoon door, aldus Schonen.

De medewerker zelf wist gedaan te krijgen dat de rechter zijn schorsing ongedaan maakte, hij werd overgeplaatst naar een andere afdeling en kreeg te maken met een bedrijfscultuur waarin hij als persona non grata werd behandeld. Tot op de dag van vandaag is hij verwikkeld in juridische procedures tegen zijn werkgever over de inhoud van zijn arbeidsrelatie.

Die RIVM-affaire maakt volgens Van Es duidelijk dat klokkenluiders niet alleen in eigen huis, maar ook in de omgang met de media bescherming behoeven. De RIVM-directie had het nooit zover mogen laten komen en toen de vuile was eenmaal buiten hing, was acuut ontslag ook niet de beste reactie. Maar ook journalisten moeten volgens hem leren omgaan met ongevraagde informanten. Van Es bepleitte ,,professionalisering van het proces van intake van klokkenluiders.''

Elke redactie zou daar één aanspreekpunt voor moeten hebben. Niet alleen om te beoordelen of de klokkenluider een relevante boodschap heeft, maar ook om te beoordelen of de nieuwswaarde van de boodschap opweegt tegen de stortvloed van woede en emoties die zo'n klokkenluider na publicatie zowel privé als op de werkvloer over zich heen krijgt.