Norman Mailer valt niet meer te parodiëren

Het Crossing Border Festival zet grote namen uit de muziek en literatuur naast onbekende debutanten, zodat festivalgangers die hun favoriet missen haast bij toeval met nieuwe talenten worden geconfronteerd.

De eerste avond van het Crossing Border-festival bleek een avond van stoere mannen en sterke bands, hoewel niet per se in die combinatie. Meteen al om acht uur stonden een paar grote trekkers van het festival, zoals Michael Franti met Spearhead, de Wedding and Funeral Band van Goran Bregovic, en de Super Furry Animals tegelijkertijd geprogrammeerd, hetgeen de keus er niet makkelijk op maakte. Veel bezoekers zouden aan het einde van de avond voor eenzelfde dilemma worden gesteld, met Eels en Echo and the Bunnymen.

Beslist aanstekelijk waren de Welshe Super Furry Animals, die een fraaie set speelden in de grote zaal van de Melkweg, met veel nummers van hun plaat Rings Around the World. Hun ruige, melodieuze gitaarpop, vaak vervormd met vreemde geluidseffecten, vormde een energiek en vrolijkmakend begin van de avond.

Bij het optreden van Goran Bregovic en zijn band daarentegen heerste er een ietwat plechtstatige stemming, maar dat kan ook aan de sjieke zaal van de Stadsschouwburg hebben gelegen. Zijn naar eigen zeggen `Frankenstein'-achtige' gezelschap met Bulgaarse, Joegoslavische, Poolse en zigeunermusici en -zangers gaf een concert met evenveel muzikale invloeden, van opzwepende dansnummers tot verstilde kerkzang door het orthodoxe mannenkoor op de achtergrond. Het mooie samenspel van Bregovic en zijn mede-bandleider, de drummer Oggy Radivojevic, die beiden op de voorgrond zaten, bleek de grote stuwkracht achter de Wedding and Funeral Band, en het was een bijzondere ervaring om Radivojevic één bonk spierbundels, tatoeages, zwarte snor en kaal hoofd en de in een keurig wit pak gestoken Bregovic samen een lieflijk, weemoedig akoestisch liedje te zien zingen. Hun snellere nummmers leken echter te smeken om meer dronken gedans en stukgegooide glazen dan het publiek in de Schouwburg kon bieden.

Terwijl Bregovic een half uur uitliep, stond in de bovenzaal van Paradiso de stoerste aller Amerikaanse schrijvers, de 78-jarige Norman Mailer, die zeer toepasselijk een fragment voorlas uit Tough Guys Don't Dance, waarin de ik-figuur John Updike's beschrijving van `pussy' gedetailleerd vergelijkt met zijn eigen, uiteraard superieure kenschets van `cunt'.

Vervolgens beantwoordde de schrijver vragen van het publiek, waarbij hij zijn politiek-incorrecte reputatie wederom eer aandeed, tot groot vermaak van de toehoorders. Op de vraag hoe zijn stijl in de loop van de jaren was veranderd, begon hij met ``Ik maak liever geen vergelijkingen met fighters'' om vervolgens vijf minuten door te praten over boksen en zijn eigen rol als een `old fighter'.

De Grand Old Man fulmineerde vervolgens nog enkele minuten tegen het feminisme (alhoewel hij de hoop uitsprak dat met de huidige, meer verlichte generatie nu ook wellicht vrouwen zijn boeken zouden gaan lezen), en gaf nog wat oneliners ten beste als ``I never look back. A real killer never looks back''.

Tja, daar viel simpelweg niets meer aan te parodiëren door Neal Pollack, de zelfbenoemde `greatest living American writer' en berucht Mailer-satiricus.

Pollack trad op als presentator van het programma rond de schrijversgroep van McSweeney's in de Stadsschouwburg. De grote man achter het Amerikaanse culttijdschrift, Dave Eggers, schitterde echter door afwezigheid: Eggers had halsoverkop naar Amerika moeten vliegen wegens familieomstandigheden.

Zijn aanwezigheid werd echter nauwelijks gemist in een zeer sterke serie optredens van schrijvers Arthur Bradford, Matthew Klam, Pollack zelf, en als uitsmijter de voormalige zanger van de Talking Heads, David Byrne, die ietwat houterig en gespannen, zoals we van hem gewend zijn, voorlas uit zijn nieuwe boek, The New Sins. Hij maakte daarbij gebruik van muziek en computerbeelden, want, zei hij, ``geheel in overeenstemming met het religieuze thema van het werk, heb ik besloten om er een soort verkooppraatje van te maken''.

Tussen de schrijvers door bewezen Carol van Dijk en Pascal Deweze, (samen Chitlin' Fooks) dat je niet meer nodig hebt dan een akoestische gitaar en een paar goede country-klassiekers, om een stoer en ijzersterk optreden af te leveren.