`Niveau van Russinnen en Roemenen te hoog'

Frank Louter (37) is twee maanden geleden benoemd tot bondscoach van de Nederlandse vrouwenturnploeg. De trainer van Pro Patria uit Zoetermeer debuteert in die deeltijdbaan bij de WK die dit weekeinde in Gent beginnen.

Frank Louter is als bondscoach hiërarchisch boven Boris Orlov en Rietje Bijlholt gesteld. Dat ongebruikelijke verbond tussen elkaar beconcurrerende turntrainers van de drie Nederlandse topclubs moet uiteindelijk tot plaatsing voor de Spelen van 2004 in Athene leiden.

Orlov van de Hazenkamp uit Nijmegen en Bijlholt van het Heerenveense WIK-FTC schikken zich in de rol van assistent, omdat zij tijdens de grote toernooien hun eigen turnsters mogen coachen en vergaande bevoegdheden hebben gekregen. Maar de eindverantwoording voor de nationale ploeg ligt nadrukkelijk bij de trainer van Pro Patria.

Door Louter te benoemen heeft de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) nog eens laten blijken definitief met het verleden te hebben gebroken. De bond ontbond enige jaren geleden het turninternaat op Papendal, waar Orlov jarenlang de technische leiding had en Bijlholt hem lange tijd assisteerde. Inmiddels is de macht terug bij de clubs, waarvan die van de drie bondscoaches de leveranciers van de Nederlandse WK-ploeg in Gent zijn.

Louter heeft voor Nederlandse begrippen een groep uitzonderlijke talenten onder zijn hoede, met de 15-jarige Verona van de Leur uit Waddinxveen als rijzende ster. Om die reden heeft de KNGU het vrouwenturnen tot speerpunt van het technisch beleid gemaakt en wordt het daarin financieel gesteund door NOC*NSF. Tot `Athene' worden alle kaarten op het team gezet, omdat daarmee de kans op resultaat het grootst wordt geacht. In Gent moet blijken wat de poldertalenten nu mondiaal voorstellen.

Wat is de reden dat u zo kort voor de wereldkampioenschappen bent benoemd?

Louter: ,,De gesprekken waren al gaande, maar de financiële haalbaarheid was afhankelijk van de bijdragen van NOC*NSF. En daarover is pas in juni na de Nederlandse kampioenschappen beslist.''

Gaat de samenwerking met Orlov en Bijlholt goed?

,,Zij vormen een prettige aanvulling, hoewel er vooraf wel wat problemen opgelost moesten worden. Maar ik heb het gevoel als hoofdcoach volledig te zijn geaccepteerd. In de gesprekken vooraf bleken er toch verbluffend veel overeenkomsten tussen ons te bestaan. De verschillen zitten eigenlijk voornamelijk bij de turnsters, die ieder hun eigen aanpak verlangen.''

Hoewel het turninternaat op Papendal is opgedoekt, zijn er in Nederland momenteel veel turntalenten. Hoe verklaart u dat?

,,Dat is een golfbeweging. De huidige lichting is toevallig talentvol. Het oude centralistische systeem was voor die tijd goed, maar nu de clubs op zichzelf zijn aangewezen, blijken die eigenwijze trainers op hun manier uitstekend werk af te leveren. Het systeem van turnsters in gastgezinnen is uit de tijd. Die meiden functioneren tegenwoordig beter wanneer ze na afloop van de training binnen vijf minuten bij pa en ma zijn.''

Turnen voor jonge meisjes roept vaak weerstanden op, omdat het ongezond zou zijn. Wat vindt u van die opvatting?

,,Ik verwijs dan altijd naar Rusland en Roemenië, waar turnsters wekelijks 40 tot 50 uur in de trainingshal doorbrengen. Daar steken wij met 34 uur per week schril bij af. Overigens is dat in onze cultuur wel het maximum. Wij moeten creatief omgaan met de typische Nederlandse kenmerken als fysieke kracht en intelligentie. Bovendien staan alle turnsters onder streng medisch toezicht. En wat is beter: dagelijks achter de computer zitten of met je lijf bezig zijn? Daarnaast leren turnster discipline. Het is geen toeval dat zij het doorgaans ook goed doen op school, terwijl ik de combinatie turnen en studie toch loodzwaar vind.''

Twee jaar geleden bleek tijdens de WK in China de veertiende plaats voor het Nederlandse team niet toereikend voor de Spelen in Sydney. Op welke plaats rekent u in Gent?

,,Op basis van een simpele rekensom behoort een elfde plaats tot de mogelijkheden. Van de landen die twee jaar terug boven ons eindigden, hebben we recent Canada in een landentoernooi ruim verslagen, heeft Italië geen goed team meer en heeft China zich voor deze WK teruggetrokken.''

Een plaats bij de beste acht, en dus plaatsing voor de finale van de landenwedstrijd, acht u uitgesloten?

,,Dat doe ik geen uitspraken over. Ik ben gewoon razend benieuwd naar onze vorderingen. Ik struin internet af op uitslagen om een indruk te krijgen van de concurrentie, omdat er nog geen toernooi is geweest waar iedereen aanwezig was. Ik weet alleen zeker dat het niveau van de Russinnen en Roemenen onbereikbaar is. In die landen turnen de meisjes al vanaf hun zesde jaar. Vergelijk ze maar met Keniaanse hardlopers, die op biologische gronden ook een voorsprong op hun concurrenten hebben.''

Maar Nederland heeft toch Verona van de Leur, die internationaal al prijzen heeft gewonnen?

,,Maar daarmee is geen succes bij de WK gegarandeerd. Ze heeft een enorm fysiek vermogen, maar mist bijvoorbeeld `lange' enkels en de juiste armlengte. Verona heeft tijdens Grand-Prixwedstrijden goed gepresteerd, maar kan ze dat ook tijdens de WK? We mogen dan in een na-olympisch jaar zitten, waarin veel topturnsters zijn gestopt, in het Oostblok is de bron onuitputtelijk. Wij moeten het doen met die paar talenten die zich nu aandienen.''