Hockney

Het artikel van Rob van den Berg in W&O van 20 oktober over de theorie van David Hockney over het gebruik van spiegels en lenzen in de 15de-eeuwse schilderkunst is bijzonder interessant. Het is alleen jammer dat er een `bewijs' wordt gegeven, dat ook op een andere, eenvoudiger wijze, is te verklaren en dat daardoor het betoog verzwakt.

Waarom zou de schilder zich aan de vaagheid van zijn optisch geproduceerd beeld vasthouden? Het is geen foto, dus hij kan dat beeld van het vage deel van het tapijt aan de hand van het wel scherpe deel makkelijk retoucheren. Het patroon is zelfs op de krantenfoto volkomen duidelijk. Bovendien zullen er waarschijnlijk veel meer delen van het beeld onscherp zijn geweest die er nu haarscherp op staan.

De conclusie is dat de schilder op die plek een onscherp beeld wìlde. Absoluut een innovatie in die tijd. Wat hier wordt uitgewerkt is het idee dat alles wat de aandacht van het portret afleidt, gedempt moet worden. Later veel vaker toegepast, tot de geheel zwarte achtergronden van portretten in de 17de eeuw. In dit geval moest de weelde van het interieur worden weergegeven en zo werd een geniaal compromis bereikt, ongetwijfeld zeer naar tevredenheid van de opdrachtgevers.