Hockney 2

In 'Renaissance door de lens' (W&O, 20 oktober) beschrijft Rob van den Berg een interessante gedachte van David Hockney.

Deze meent dat de schilders vanaf 1420 gebruik hebben gemaakt van holle spiegels voor het verkrijgen van een goed perspectief. Een zwak punt in Hockney's redenering is dat voor een dergelijk gebruik van spiegels geen schriftelijke bewijzen te vinden zijn.

Een aardige aanvulling van het artikel is dat de schilders Jan van Eyck, Petrus Christus en Quinten Matsijs er in hun schilderijen blijk van geven wel met de eigenschapen van bolle spiegels vertrouwd te zijn. Hiermee kan de schilder dingen weergeven die buiten het kader van het schilderij vallen. Bekend is het gebruk van de bolle spiegel in het schilderij 'De bruiloft van Arnolfini' door Jan van Eyck.

Het toont de achterkant van een slaapvertrek. In het kader van dit schilderij staat het bruidspaar Arnolfini bijna tegen de achterwand. Aan die wand hangt een spiegel waarin men he bruidspaar op de rug ziet en verder het hele slaapvertrek tot aan de deur. In de deuroopening staan twee mannen, onder wie de schilder, als het ware achter de bechouwer van het schilderij!