Gregoriaans

Ik maak er een mooi zondags ontbijt van. Het vruchtensap staat ingeschonken, twee eieren schommelen door de pan met kokend water, het brood ligt gesneden in een zilveren mandje. Elk ogenblik kan Metje de keuken binnenkomen. Ik zit aan tafel en wacht terwijl ik luister naar Gregoriaanse koorzang.

Al een paar dagen heb ik deze cd. Ik heb hem speciaal voor dit moment bewaard.

Op zondagochtend zat ik als eersteklasser in de kapel van het Brabantse jongensinternaat. De zon scheen door het glas-in-lood op de schola, de groep ouderejaars in witte pijen, jongens bij wie de baard begon te groeien. Ze zongen eenstemmig Latijnse gezangen, ingehouden en zuiver.

Voor schoonheid is niet gek veel nodig.

In hun handen hielden ze hun missalen. Vanuit mijn bank keek ik tegen de rode bovenkant van de bladzijden aan.

Pater Van der Staak stond voor de groep en gaf met een lichte handbeweging het moment van inzet aan en ook het moment waarop een slottoon diende te worden afgerond.

Dezelfde muziek klinkt nu door mijn keuken en alles keert terug. De geur van wierook en het lege gevoel in mijn maag: ik heb honger! Ah, daar is Metje al.

Ze zegt niets, gaat op de stoel tegenover me zitten. Ik zie aan haar ogen dat er iets mis is. Maar wat? Is het gevaarlijk ernaar te informeren? Maak ik het dan alleen maar erger?

,,Mag die muziek uit?'' vraagt ze.

Haar ogen zijn vochtig. Zenuwachtig frommelt ze aan haar servetje. Ik sta op, loop naar de cd-speler, druk hem uit.

,,Het doet me zo aan Vincent denken'', zegt ze. ,,Toen hij dood was, hielden ze een dienst in een klooster. De laatste maanden van zijn leven had Vincent in dat klooster gewoond voor hij er een eind aan maakte. De kapel zat vol en het was godsgruwelijk droevig. We waren nog zo jong, allemaal begin twintig.''

Ze zwijgt en ik weet niets te zeggen. In stilte eten we ons ei.

Naast mijn bord ligt het cd-doosje. Wat moet ik daar verder mee? Die cd kan ik nooit meer draaien.