Een nieuw vak

Als het aan de Onderwijsraad ligt, krijgen de kinderen er in 2004 of 2011 een vak bij. Dat zal science heten en een mengsel zijn van natuurkunde, scheikunde, biologie en techniek. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? In de Volkskrant van 19 oktober geeft Bert Nagel, oprichter van de Ontdekhoek, een toelichting. ,,De kern is het bevorderen van een nieuwsgierige geest en het kweken van een wetenschappelijke benadering om problemen op te lossen.'' Hij geeft een voorbeeld. Hoe moet je een ei verpakken zodat het gooibestendig is? Stop het in een doosje met veren, of geef het een parachute. Gooi het naar beneden en kijk of het werkt.

Als ik een kind was, zou ik het een uitdaging vinden. Nu ook nog wel, trouwens. Maar waar haal ik de veren vandaan? Ga naar huis en snij een kussen open. Daar zit schuimrubber in. Verpak het ei dan in schuimrubber. Ja, dat kan wel, maar ik wil zien of het met veren ook lukt. Pluk een kip – niet zelf natuurlijk, maar ga naar de poelier. De poelier heeft alleen kippen die in de bioindustrie voorgeplukt zijn. Begin dan met de parachute. Waar moet ik die van maken? Van je zakdoek. Ik heb geen zakdoek; alleen Kleenex. Daar zit je in de Ontdekhoek. Telkens weer sta je voor hetzelfde probleem: gebrek aan materiaal. Toen er nog zakdoeken waren, nam je een bolletje touw, sneed vier gelijke stukken af, bond die met de ene kant aan de punten, hing er een flinke kiezelsteen onder, gooide de constructie in de lucht, en als je dat goed had gedaan, daalde het geheel statig naar de aarde. Toen is de speelgoedindustrie met kant-en-klare parachuutjes gekomen. Je hoefde ze niet meer omhoog te gooien, je kon ze met een spanveer afschieten. Eén keer is het leuk, dan is het uit met de pret. Alles wat geprefabriceerd, voorgebakken is, bederft de smaak en het plezier.

Op het eerste gezicht klinkt dit science-project als een terug naar Leonardo en de alchemisten. In de Ontdekhoek, las ik, kun je ook met het koken van aardappels en macaroni experimenteren. Maar zou de heer Nagel denken dat het daarbij blijft? Chas Addams, de Amerikaanse cartoonist, heeft in 1946 in een reeks tekeningen het verhaal van een jongen en zijn scheikundedoos verteld. Op plaatje 1 zie je hem, omringd door zijn stoffen, reageerbuisjes, retorten en een bunsenbrander zoet op de grond zitten. Hij is het een en ander aan het mengen, er stijgen al dampen op. Na nog wat handelingen giet hij de vloeistof in een glas en drinkt dat leeg. Hij zwelt op als de Hulk, verandert in een dikke kobolt, balt zijn vuisten, stampt op de grond. Ziet er ongelofelijk gevaarlijk uit. Dat is mooi getekend. Dan maakt hij het volgende mengsel, drinkt het op, slankt weer af, en als zijn moeder eens komt kijken, ziet ze daar haar zoete jongetje op de grond zitten.

Het aankweken van nieuwsgierigheid, zelf door een wetenschappelijke benadering problemen oplossen, dat zijn mooie doelen. De Renaissance herleeft. Als de geest eenmaal weer heeft leren waaien – dat is de bedoeling – waait hij waar hij wil; vooral de kindergeest. Bij de meeste grote mensen wordt het met de jaren minder. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat de avontuurlijke kindergeest na het macaroni koken en het aardappels garen halt zal maken. Buskruit is het geringste wat daarna op het programma staat. Iedere zoekmachine geeft je binnen een minuut de juiste samenstelling. Houtskool en zwavel zijn ook in deze tijd nog wel te vinden, maar waar haal je salpeter vandaan? Ik zal niet vertellen hoe ik in 1943 een voorraadje op de kop getikt heb. Het werkte boven verwachting. Lees ook de verhandelingen van Rudy Kousbroek. Een uitvinding deugt pas als er een knal mee wordt veroorzaakt. Het bestuderen van de werken van Leonardo zal evenmin onverdeeld de vrede bevorderen.

Mijn kleinkinderen krijgen dus science; in 2004 of in 2011. Het hangt ervan af hoe lang de commissie van voorbereiding op het nieuwe vak moet studeren. Drie vragen komen bij mij op. Wat is er met de oude natuurkunde- en scheikundelessen gebeurd? Waar zijn de Maagdenburger halve bollen, de luchtpomp, de elektriseermachine, de stukjes marmer, het zoutzuur en het zwavelzuur gebleven? Waarom gaat het science heten? Het moet mogelijk zijn, er binnen tien jaar een Nederlandse naam voor te bedenken. En hebben we gedacht aan de veiligheid? Als het serieus wordt aangepakt, komt het zeker tot ontploffingen. En iedere ontploffing zal je verrassen.