Donker asfalt en verkalkte aarde

Al jaren klagen de vijf musea rond het Rotterdamse Museumpark over de donkere asfaltvlakte in hun midden. Al jaren blijkt de gemeente niet in staat om er iets aan te doen.

Het Museumpark van Rotterdam gaat op de schop. Het architectonisch meest verantwoorde park van de stad, tevens het onherbergzaamst en duurst in onderhoud, krijgt gras, zitbanken en verlichting. Tenminste, als het aan de directeuren van de omringende musea ligt. Als de gemeente het wil betalen. En kán betalen. En als het ontwerp uit 1992, van Rem Koolhaas en Yves Brunier, het toelaat.

Wat is er mis met het Rotterdamse Museumpark?

Bijna alles, zo komt naar voren uit correspondentie tussen de betrokken instellingen die er de afgelopen jaren over is gevoerd. Vijf musea zijn betrokken: rond het park liggen Kunsthal, Museum Boijmans van Beuningen, Chabotmuseum, Natuurmuseum en Nederlands Architectuurinstituut. Het Museumpark, begint een vier jaar oude notitie ten behoeve van een gesprek tussen de museumdirecteuren en de verantwoordelijke wethouder ,,is eigenlijk nooit echt gereed gekomen''. Vijf jaar na aanleg ontbreken ,,verlichting, fietsenrekken, een autowerende afsluiting en bewegwijzering''. Bomen gaan dood doordat de schelpen op de grond de watertoevoer belemmeren en de aarde laten verkalken.

Het manifestatieterrein, een stuk asfalt dat na de bomen en de schelpen komt, is ,,naargeestig'' en feitelijk ongeschikt voor manifestaties, omdat er slechts met grote moeite tenten kunnen worden opgezet. Waar wel tuin is, achterin, is geen verlichting, wat het tot een nachtelijk toevluchtsoord voor drugsverslaafden heeft gemaakt. In het oorspronkelijke ontwerp zijn trouwens ook geen prullenbakken voorzien.

Eind november 1997 laat wethouder Jacques van der Tak aan de museumdirecteuren weten dat ,,er van gemeentezijde geen middelen voor een herinrichting zijn gereserveerd''. Wel zegt hij fietsenrekken en ,,maatregelen aan de verlichting'' toe. Een jaar later, 1998, vraagt de Dienst Stedebouw en Volkshuisvesting de verschillende directeuren wat ze nu precies willen met het park. ,,Na discussie over de standpunten zal vervolgens moeten blijken of dit consequenties voor het museumpark zou moeten hebben.''

De antwoorden van de vijf directeuren komen overeen. ,,Een familiepark'', waar mensen ,,ook naar toe komen als er geen manifestaties zijn''. De dode bomen en de zwarte asfaltvlakte maken dat bezoekers nu ,,in een dodelijke sfeer'' hun weg moeten vinden.

Februari 2000, twee jaar later. Aan de verlichting is nog weinig gedaan. Aan het asfalt ook niet trouwens. Uit een brief van directeur Wim van Krimpen van de Kunsthal aan wethouder Els Kuijper: ,,Gelukkig'' heeft het publiek ,,voor al onze avondlezingen, verhuringen, openingen en andere activiteiten'' zich de afgelopen winter ,,toch'' een weg gebaand door een ,,onvriendelijk, onveilig en onverlicht park''.

Weer een half jaar later. Wim Pijbes, de nieuwe directeur van de Kunsthal, organiseert een rondwandeling door het park met de Dienst Gemeentewerken en CityTec, verantwoordelijk voor de verlichting in de stad. ,,Vastgesteld wordt'' dat het park verslonst is. ,,Afgesproken is'' dat de meest storende mankementen zullen worden verholpen.

Februari 2001, een half jaar later. ,,Met verwijzing naar alle voorgaande correspondentie'' vraagt Wim Pijbes ,,opnieuw aandacht'' voor ontbrekende verlichting, openliggende stroomkabels, de bouwcontainer die drie parkeerplekken in beslag neemt en het zwerfvuil achter die container.

Diezelfde maand nog praat wethouder Els Kuijper met de vijf directeuren. Uit het gespreksverslag: ,,Mevrouw Kuijper schetst de moeilijkheidsgraad van het parkbeheer. Er zijn twee wethouders (voor binnenstad en buitenruimte) en er is de centrumadviesraad die zich er alle(n) mee (kunnen) bemoeien. Onbekend is bij haar waar de bevoegdheden liggen met betrekking tot parkaanleg en planvorming. (...) Het is dus van belang eerst duidelijkheid te krijgen omtrent de status van het park in bestuurlijke zin.'' Zij zal de kwestie opnemen met weer een andere wethouder, Hans Kombrink.

Op dit moment leggen de directeuren van de vijf musea de laatste hand aan een gezamenlijk `programma van eisen reconstructie museumpark'. De wensen zijn overzichtelijk. Het zijn nog steeds dezelfde: geen asfalt maar groen, ankerpunten voor tenten en podia, een vriendelijke, gastvrije sfeer, bankjes, verlichting.

De gemeente heeft een architectenbureau in de arm genomen.