De vechtlust van een kaaskop

Niet eerder heeft een Nederlandse stierenvechter het in de Spaanse arena's zo ver geschopt als Nikko Norte. `De Nederlanders haten me omdat ze me niet begrijpen, de Spanjaarden omdat ze denken dat ik ze bedrieg.'

Wat drijft een Rotterdammer ertoe stierenvechter te worden? Voor Spaanse jongens lijkt het eenvoudig. Ze groeien ermee op, staan op zesjarige leeftijd al met een rode lap te zwaaien, ontwikkelen dikke spieren in hun armen en maken hun debuut in de arena als ze vijftien zijn. Nikko Norte (37), geboren en getogen in Rotterdam, had zelfs toen hij de dertig passeerde nog nooit met de rode lap gezwaaid. Hij had toen weliswaar een avontuurlijk bestaan achter de rug – een commandotraining, een pilotenopleiding in Amerika, zeven jaar gevlogen in Afrika, baantjes als fotomodel en acteur – maar van stierenvechten had hij geen benul. Tot hij in 1995, op de motorfiets op weg naar Afrika, in Málaga een affiche voor een corrida zag.

,,Ik wist er niets van, ik dacht het een soort middeleeuwse komedie was. Ik ben gegaan en kwam er boos en geschokt uit. Ik vond het verschrikkelijk, heel naar'', vertelt hij in etablissement in Rotterdam waar hij nog een pied-à-terre heeft. Hij woont het grootste deel van het jaar in Zuid-Spanje en is op dit moment bezig met de voorbereidingen van een autobiografische film waarin hij zelf de hoofdrol zal spelen.

In Afrika aangekomen liet de ervaring met het bloederige schouwspel hem niet los. Een evenement dat door hele volksstammen als kunst wordt gezien, dagelijks op de cultuurpagina's van vele kranten door serieuze critici wordt besproken en beroemde kunstenaars heeft geïnspireerd, dat kun je in je onwetendheid maar niet even `met een grote bek' afdoen, zo overwoog hij. Norte (niet zijn oorspronkelijke, wel tegenwoordig zijn officiële naam) begon alles te lezen wat los en vast zat, als het maar over stieren ging, raakte gefascineerd en kreeg steeds meer bewondering voor stierenvechters. Hij keerde terug naar Spanje, werkte twee jaar lang op een boerderij met stieren, bezocht fokkerijen en stierengevechten en sprak met dierenartsen. ,,Ik kwam tot de conclusie dat ik me had vergist, dat het minder erg was dan het leek, en dat het een belangrijke, diepgaande kunstvorm was die invloed kan hebben op je leven'', vertelt hij. ,,Het leert je dat het leven elk moment voorbij kan zijn, dat je het zinvol moet inrichten en de confrontatie met je angsten moet aangaan.''

De definitieve ommezwaai kwam in het voorjaar van 1997, toen hij een historische corrida bijwoonde met befaamde stierenvechters, die zo voorbeeldig verliep dat er een magische sfeer in de arena ontstond en het publiek na afloop opgewonden bleef napraten. Norte: ,,Het is een soort loterij. Je kunt twintig gevechten meemaken en er gebeurt niets – vaak is het zelfs saai – en dan ineens word je gegrepen. Plotseling zag ik de schoonheid van het stierengevecht. Op dat moment besloot ik dat ik dit zelf ook wilde doen.''

Met hooggestemde verwachtingen beet hij zich vast in zijn nieuwe taak. De nodige koelbloedigheid had hij al opgedaan in zijn eerdere loopbaan en met vechtsporten had hij ook ervaring. Maar de realiteit viel bitter tegen. Het Spaanse stierenvechtersmilieu tolereert geen buitenstaanders en hij ontmoette er slechts spot en hoon. Geen enkele trainer verwaardigde zich hem op weg te helpen.

,,Het is een kleine, bekrompen wereld, ze wilden niet eens met me praten'', zegt hij. ,,De concurrentie is enorm. Er is veel meer haat en nijd dan ik had verwacht. Iedereen probeert er geld uit te slepen. Elk jaar komen er honderden jongens bij die hopen door te breken, maar een handjevol slaagt daar maar in. Als er in Spanje honderd stierenvechters zijn die ermee verdienen, is dat veel.'' Wie een carrière wil maken als stierenvechter moet een sponsor hebben die er brood in ziet of er, zoals Norte deed, zelf geld in steken. De kosten per gevecht kunnen oplopen tot zo'n 10.000 gulden en het nauwsluitende, geborduurde glitterpak (Norte heeft er nu acht) komt nog eens op zo'n 8.000 gulden.

Uiterlijk lijkt hij de ideale torero: slank, knap, niet te groot, een donker, Spaans voorkomen en een puike conditie. Maar om echt tot de top door te dringen is meer nodig. ,,Niets is zo moeilijk en gecompliceerd als stierenvechten'', vertelt Norte. ,,Elke stier is anders en reageert anders. Om dat te kunnen doorzien moet je er van jongs af aan mee opgroeien. Voor Spaanse jongens is stierenvechten dé manier om uit de armoede te geraken. Voor ze aan hun eerste gevecht beginnen, hebben ze tien jaar lang getraind en geoefend op kalveren. En dan nog valt voor de meesten bij het eerste het beste gevecht een droom aan duigen. Meestal hebben die jongens nauwelijks een schoolopleiding en als ze mislukken, is het enige wat ze kunnen knecht worden van een stierenvechter, banderillero (de man die versierde harpoenachtige stokken in de nekspieren steekt), of trainer van kleine jongetjes. Daarom zit de stierenwereld vol gedesillusioneerde mensen die een ander het succes niet gunnen.''

Uiteindelijk vond Norte een trainer bereid hem les te geven, maar die gaf het na drie maanden op. Op zijn afgelegen boerderij in de buurt van Málaga ploeterde hij alleen verder op de kunst van het parar, templar y mandar (het stoppen, met de doek rondom je laten lopen en blijven leiden van de stier), oefende zijn handen kapot aan de loodzware muleta (de rode lap) die voor gevechten nog met liters water wordt verzwaard, en ging denkbeeldige stieren te lijf met een houten zwaard. In 1998 hoorde hij dat in Málaga een reeks novilladas (gevechten voor beginnende stierenvechters) op stapel stonden. Norte, die nog nooit een vechtstier van dichtbij had meegemaakt, zag zijn kans schoon, maar werd opnieuw uitgelachen.

,,Ik heb toen zelf drie stieren gekocht en heb die achter gesloten deuren bevochten. Het was een vreselijke ervaring, ik had geen idee wat ik stond te doen. De weinige mensen die aanwezig waren hebben veel pret gehad, maar ik ben vijf of zes keer op de horens genomen en kan me van dat hele gevecht bijna niets herinneren.'' Hij scheurde, zegt hij, een heupbeen, brak zijn neus en een sleutelbeen en werd drie keer knock-out de ring uit gedragen. Uitzondelijk is zijn ervaring niet. De meeste beginnelingen krijgen te maken met gebroken armen en neuzen, blauwe ogen of verwondingen door de hoorns, zo niet erger, na aanvaringen met de honderden kilo's wegende dieren. Ook ervaren stierenvechters ontkomen er niet aan – er bestaat in Spanje, met zo'n tweeduizend corrida's per seizoen, niet voor niets een gespecialiseerde chirurgie voor stierenvechters. ,,Alleen wie vanaf het begin door de pijn heen bijt en zijn angst leert beheersen kan doorbreken'', zegt Norte.

Twee weken na zijn eerste ervaring trad hij op 14 augustus 1998, hoewel nog wat kreupel en gebutst, toch aan bij de novilladas in Málaga, in zijn eerste traje de luces: een zwart pak met zilveren tulpen. Hij was toen al 33 jaar. Ook nu maakte hij geen verpletterende indruk. Wat hem van de definitieve afgang redde was zijn vermogen snel en doeltreffend te doden – het belangrijkste, bijna plechtige moment in het stierengevecht.

Het jaar erop gebruikte hij om van zijn opgelopen kwetsuren te herstellen en nog intensiever te trainen. Zijn eerstvolgende corrida op 13 juni 1999 bracht hij het er beter af en oogstte zelfs een oor (een blijk van waardering voor een goede prestatie). ,,Later in Málaga kreeg ik twee stieren van een slecht bekendstaande fokkerij. De eerste nam me al op de horens en ik werd bewusteloos weggedragen naar het ziekenhuisje van de arena. Ik kwam net op tijd weer bij, ben van de brancard gesprongen en ben de ring weer in gerend. Het Spaanse publiek waardeert dat. Ik kreeg van elke stier een oor en werd op de schouders de ring uitgedragen.''

Vanaf dat moment ging het bergopwaarts. In 1999 deed el Holandés mee aan veertien novilladas, die zich meestal in kleinere arena's afspelen, en sleepte volgens zijn speellijst negen oren in de wacht. In 2000 trad hij 41 keer aan. Ter vergelijking: een professional doet zo'n zeventig tot tachtig en een `ster' als Enrique Ponce wel honderd corrida's per seizoen. De mindere goden geven er dikwijls de voorkeur aan niet boven de 42 gevechten te komen, omdat ze dan in een hogere categorie vallen en hun helpers meer moeten gaan betalen.

Om toegelaten te worden tot het professionele circuit van matadores die in de grote, belangrijke arena's optreden moet Norte een `alternativa' zien te halen, door Ernest Hemingway het `doctorate' voor de stierenvechter genoemd. ,,Je moet daarvoor een aantal gevechten hebben geleverd in een minimaal aantal ringen van een bepaalde categorie. De komende winter ben ik volgeboekt in Mexico en vanaf april begint weer het seizoen in Spanje. Ik heb dertig gevechten gepland, onder meer eind april tijdens de Feria van Sevilla en in september in Zaragoza, en ik hoop dat het er veertig worden. Als alles goed gaat, kan ik in september de alternativa halen.''

Het filmscript, een `geromantiseerde documentaire', kwam dit jaar tot stand tijdens een gedwongen rustperiode, nadat Norte op de horens was genomen en hardhandig op zijn hoofd was beland. De gegevens had hij voorhanden, want hij had altijd een dagboek bijgehouden. Met het script wist hij in Los Angeles een contract los te krijgen. De film financiert hij voor een groot deel zelf. Het plan is in februari met draaien te beginnen in Rotterdam waar hij is opgegroeid. Als regisseur is de Amerikaan Zalman King aangetrokken, bekend onder meer van een aantal licht erotische B-films, maar ook bijvoorbeeld een film over Braziliaanse zwerfkinderen. ,,Het is een controversiële man, daar houd ik wel van. En hij is visueel heel sterk'', zegt Norte die nog bezig is met het bijeenbrengen van een passende cast.

De Spaanse regisseur Almodóvar kreeg onlangs moeilijkheden omdat hij stieren voor een film liet doden, maar Norte verzekert dat daar bij hem geen sprake van zal zijn. ,,Bij het maken van een film moet je afwijken van de regels van het stierengevecht en dan heb je niet het recht de stier te doden of leed aan te doen. Wat er bijvoorbeeld wel in komt zijn beelden van de feesten in Pamplona in juli.''

Wanneer het seizoen is aangebroken, reist de Nederlandse novillero in een busje met twee picadores, drie banderilleros, een chauffeur, een aankleder en een helper van arena naar arena. In Spanje met zijn lange geschiedenis van stierengevechten zijn de regels en arbeidsvoorwaarden voor corrida's tot in de details vastgelegd door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zo heeft de torero, op het moment dat de corrida officieel is en de aanplakbiljetten met zijn naam zijn gedrukt, de plicht de arena in te gaan en de stier te doden. Doet hij dat niet, dan hangt hem zelfs gevangenisstraf boven het hoofd. ,,Voor de verschillende functies bestaan aparte vakbonden en CAO's. Ik betaal mijn helpers van mijn gage. Met vijftig gevechten hebben ze een modaal jaarinkomen'', zegt Norte die verder zwijgzaam is over zijn eigen inkomen.

Op een video van een van zijn gevechten is te zien dat hij over een elegante, klassieke stijl beschikt, al schort het hem volgens eigen zeggen nog aan techniek. Niet eerder heeft een Nederlander het in de Spaanse arena zo ver geschopt en Norte is dan ook de trots van de Nederlandse aficionados. Bij de doorsnee Nederlander kan Norte op weinig begrip rekenen en probeert hij ook niet meer aan te komen met verhalen over de symboliek van de strijd tussen torero en stier of met argumenten dat vechtstieren een beter leven hebben dan slachtvee in de stal. Maar ook in Spanje is het begrip vaak ver te zoeken. ,,De Nederlanders haten me omdat ze me niet begrijpen, de Spanjaarden haten me omdat ze denken dat ik ze bedrieg'', schrijft hij in het filmscript. Engaño, bedrog, is een belangrijk woord achter de schermen van de Spaanse arena's, zo heeft Norte ervaren. ,,Ze willen je weg hebben. Je moet voortdurend op je hoede zijn dat ze je niet iets flikken.''

Norte heeft nu een of twee medewerkers op wie hij kan vertrouwen, maar in het begin was dat anders. Met alle gevolgen van dien, zoals de keer dat hij van een helper op het moment suprême een bot oefenzwaard in de hand kreeg gedrukt en zijn optreden op een grote mislukking uitliep. Niet alleen de helpers, ook de stieren die hij krijgt toegewezen zijn vaak tweede keus. ,,De grote stierenvechters mogen zelf hun fokkerijen aanwijzen. Ik ken de verschillen niet, voor mij is een stier een stier. Ze hebben me zelfs eens stieren gegeven die al eerder gevochten hadden.'' Dat laatste is levensgevaarlijk en zelfs wettelijk verboden. Want een stier die eerder gevochten heeft, weet dat hij niet de rode lap maar de figuur ernaast moet hebben.

Wat bezielt hem om ondanks alles door te gaan? ,,Het is een ongelooflijk intens moment, wanneer je een snuivende stier op een halve meter voor je ziet staan en er duizenden mensen rondom zitten die je kop eraf willen als je het niet goed doet. Natuurlijk ben ik bang. Vooral het wachten na aankomst, als je weet dat je straks moet gaan vechten, is erg. Die ongelukken maken je onzeker, je bent bang dat door de angst je lichaam niet meer gehoorzaamt en je de controle over je spieren verliest. Bovendien zit het pak zo strak dat je gaat hyperventileren. Die angst valt wel weg als je eenmaal de ring instapt. Maar een triomfgevoel heb je nooit, ook al doe je het goed. Er is niets uitbundigs aan, want per slot heb je een dier gedood. Wat je voelt is meer een verdrietige blijdschap.''

Een torero heeft in Spanje de status van een popster, compleet met groupies die zich na afloop van het optreden op hun held werpen. Bekend zijn de tonelen bij de populaire El Cordobés – inmiddels met pensioen – die vanuit alle hoeken van de arena bh's en slipjes kreeg toegeworpen. ,,Als torero ben je een held in Spanje, maar daar doe ik niets mee. Ik zit thuis, train en werk dagelijks aan mijn conditie. Ik doe niet mee aan spelletjesshows en heb geen relaties met zangeressen zoals de meeste stierenvechters. Mijn doel is een volwaardig stierenvechter te worden. Dat heb ik me voorgenomen en dat wil ik afmaken. Als ik de alternativa heb bereikt, stop ik ermee. Dan wil ik verdergaan met films maken, en met een boek op basis van het filmscript. Want schrijven doe ik eigenlijk het liefst.''