De blinde kaartspeler

Speelkaarten zijn gemaakt voor analfabeten. Zelfs de cijfers hoef je niet te kennen. Op elke kaart staan overduidelijk twee informaties geschilderd. De eerste informatie is tot welke kleur en soort de kaart behoort (hart, ruit, klaver, schop). De tweede informatie is de hoogte die de kaart in de soort inneemt, waarbij de 1 aas heet, de 11 boer, de 12 vrouw en de 13 heer. Je hoeft de cijfers niet eens te kennen, want op, bijvoorbeeld, de ruitentien staan tien ruiten.

Er staan wel eens letters op een kaart, maar daar heb je niks aan, want dan moet je weten uit welk land je kaartspel komt. Je herkent de boer, knecht, jack, valet aan zijn gemene kop, de vrouw, dame, koningin aan haar liefelijk gelaat en de heer of koning aan zijn arrogante blik.

De betekenis der speelkaarten is net zo eenvoudig als de visuele vorm: hoe meer punten een kaart heeft, hoe machtiger hij is, waarbij de aas vaak weer de heer verslaat. Zowel voor het oog als voor het verstand zijn de 52 kaarten dus eenvoudig te doorgronden. Vandaar dat ze over de hele wereld geliefd zijn, ook voor gokken en voorspellen en huisjes bouwen.

Nu was er eens een blinde kaartspeler. Hij zag de kaarten niet, maar hij hoorde hun namen, van hartenaas tot schoppenzeven. Er bestaan geluidmakende kaarten voor blinden, maar daar hield hij niet van. Eigenlijk gaat het er niet om dat deze kaartspeler blind is misschien doet hij een blinddoek om maar dat hij wel degelijk lezen en schrijven kan. Zoals zijn analfabetische medespelers naar de kaarten kijken en dan zonder tellen zien dat een ruitenvijf meer is dan een ruitenvier iets dat een papegaai ook kan leren zó inspecteert de blinde kaartspeler de letters van elke speelkaartnaam.

Voor onze schriftelijke kaartspeler zijn rode kaarten: die kaarten waar de vierde letter een T is (harTen, ruiTen), terwijl de zwarte kaarten geen T bij de eerste zes letters hebben. De rode kaarten zijn gemiddeld tien letters lang, en de zwarte twaalf. Met gemiddeld bedoel ik niet: ongeveer, maar: precies. Want de totale letterlengte van de kaarten van één soort (aasheervrouwboertiennegenachtzevenzesvijfvierdrietwee) is precies 52, dus 4 letters per stuk.En daar komen de zes letters van de rode kaartsoort (harten, ruiten) en de acht letters van de zwarte (schoppen, klaveren) bij.

Omdat de blinde kaartspeler de vorm van hart, ruit, klaver en schop niet ziet, denkt hij altijd aan de vier jaargetijden. Daarbij is herfst schoppen, want schoppen heeft een c en een o, terwijl de drie maanden oktober, november en december ook een c of een o in hun maandnaam hebben, en geen enkele andere maand dat doet. Zo is de winter harten, want de maanden januari, februari, maart bezitten de opeenvolging ar van hARten en geen enkele andere maand doet dat. Ruiten is de lente met zijn i-rijke maanden april, mei, juni. Zomer is vanzelfsprekend klaver, met zijn l (juli), a (augustus) en er (september). Maar dit houdt hij voor zich om zijn medespelers niet in de war te brengen. Die vinden het toch al verwarrend als hij `Roetbruine klavierveren!' roept wanneer een ruitenboer een klaverenvier slaat. Hoogstens kunnen zij zover komen om te joelen: `vrouwenhart gaat dierschoppen!' als ze een hartenvrouw op een schoppendrie smijten. Maar ze begrijpen er weer niets van als hun schriftvaardige vriend zegt dat er een kaart aanruiste (ruitenaas), of dat achtertuin (ruitenacht) wordt geslagen door riettuinen (ruitentien).

Onder bridgers en andere kwartetspelers wordt vaak gesproken over wonderlijke kaartverdelingen die het lot aan de vier spelers, die altijd Noord, Oost, Zuid en West heten, in het mythische verleden heeft toebedeeld. Men vertelt dat het een keer gebeurde dat Oost alle dertien schoppen in handen kreeg (Natuurlijk! dacht de kaartalfabeet, want Oost bevat de o en s van schop), en Zuid elke ruit (Juist! denkt de kaartlezer, want ui zit in Zuid en ruit), terwijl de harten naar Noord gingen (Precies! want n en r zitten in harten en noord), zodat West alle klavers kreeg. De kans daarop is klein, maar even klein als de kans op elke andere uitkomst van het verdelen van 52 kaarten onder vier personen.

Op een dag was er uitgedeeld en elke speler fluisterde de blinde, die als scheidsrechter optrad, zijn kaarten toe. De blinde rechter schrok en riep: `Stop, leg uw kaarten op tafel en maak er een foto van!' In de traditionele bridge-notatie heb ik de kaartverdeling opgeschreven. `Wat is er zo bijzonder aan?' vroegen de vier winden aan de scheidsrechter. `Maar zien jullie dat dan niet?' riep deze. Ze keken naar de kaarten en ze zagen het niet. Kijkt u ook even?

Waarom kreeg West de schoppentwee? Omdat de vier letters van de naam West in de naam schoppentwee zitten! Waarom kreeg Noord de schoppenboer en de schoppendrie? Omdat in Noord vier letters zitten die ook in schoppenboer (onor) en schoppendrie (ondr) zitten. Er is nu eenmaal geen kaart die alle vijf de letters van Noord bevat.

Is het eerlijk dat er drie azen naar West gaan? Ja, want hartenaas en ruitenaas hebben de drie letters est met West gemeen en terwijl klaveraas met West de twee letters e en s gemeen heeft, halen Oost en Noord dat aantal niet. Om die reden kreeg West ook hartenvrouw, ruitenvrouw, hartenzes, klaveracht, klavertwee, ruitentwee, schoppentwee en hartentwee.

arme klavervijf

West had ook op die manier schoppenvrouw kunnen krijgen, waarmee het sew deelt, maar Oost kreeg die schoppenvrouw, omdat Oost er ook de drie letters soo mee deelt, en West moest al zoveel andere kaarten krijgen. U kunt de verdere verdeling nu zelf uitrekenen, als uw totaal van gedeelde letters tussen de bezitters en hun kaarten maar maximaal is. Er is niet één oplossing. Bezie bijvoorbeeld de arme klavervijf. Die kan hoogstens een e delen met West of een r met Noord, maar West en Noord claimen al vettere kaarten en zo moet Zuid of Oost hem nemen. Natuurlijk krijgt Zuid veel ruiten, en krijgt Oost, naast Noord, veel Schoppen.

`Hee', riep Zuid, die erg ontevreden was over zijn kaarten waar maar één plaatje bij zat, waarom kreeg ik die hartenvijf niet, daar zit toch een i in, net als in mijn naam?' `Neen', zei de scheidsrechter, `wij moeten de ij als één letter beschouwen, want anders klopt het niet meer dat de dertien kaarten van een soort samen 52 letters hebben, en dan is er voor mij geen lol meer aan. Trouwens: Oost heeft de letter t met die hartenvijf gemeen en kreeg die kaart daarom.'

Verbaasd keken de vier windrichtingen naar hun kaarten, die ze ineens in een ander licht zagen, het leeslicht namelijk. Oost zei: `Hoewel ik de beste kaarten heb, stel ik voor dat we deze uitzonderlijke gebeurtenis memoreren door voor het eerst in de geschiedenis onze scheidsrechter tot winnaar van het potje uit te roepen.' Aldus geschiedde, en zo kwam het dat een blinde speler, zonder een enkele kaart in handen, de overwinning behaalde.