Aantal soldaten bij landmacht naar dieptepunt

Het personeelstekort bij de Koninklijke Landmacht bereikt dit jaar een nieuw dieptepunt. Dat blijkt uit interne gegevens van de landmacht, die zijn verstrekt aan deze krant na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Eind augustus was slechts 69 procent van de functies voor beroepsmilitairen met een tijdelijke aanstellingen (BBT'ers) vervuld. Volgend jaar zal de personeelsbezetting van het Duits-Nederlandse legerkorps, waarin het merendeel van de Nederlandse militairen is ondergebracht, nog verder dalen.

Het ministerie van Defensie heeft het afgelopen jaar ruim tweehonderd miljoen gulden gereserveerd om het personeelstekort te bestrijden.

Zo zijn de salarissen van BBT-soldaten verhoogd. Ook zijn forse premies ingesteld voor personeel dat bij Defensie in dienst treedt of wil bijtekenen. Er zijn maatregelen genomen om keuring en indienstneming te versnellen en de uitval tijdens de opleiding (zo'n 25 procent) te verminderen.

Volgens Defensie zijn inmiddels de eerste effecten van deze maatregelen zichtbaar, hoewel deze nog zeer beperkt zijn. Tot en met september zijn 2.080 soldaten geworven: 62 meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Daardoor zal de doelstelling om dit jaar uiteindelijk 4.200 soldaten te werven opnieuw niet worden gehaald en zal het personeelstekort blijven toenemen.

Vorig jaar was nog 76 procent van de functies voor beroepssoldaten vervuld. Dat werd destijds door de landmacht al als alarmerend gezien. De huidige situatie wordt door een woordvoerder als ,,nog steeds verontrustend'' omschreven.

De bezorgdheid binnen Defensie richt zich vooral op de `gevechtsfuncties' bij infanterie, tank- en artillerie-eenheden. De bezetting hiervan ligt nog aanzienlijk onder het gemiddelde van 69 procent.

Volgende week komt de personeelstekort aan de orde bij de behandeling van de defensiebegroting in de Tweede Kamer.

Vervolg LANDMACHT: pagina 3

Defensie: ambitieniveau voor missies nog haalbaar

Vervolg van pagina 1

Minister De Grave (Defensie) wordt aanstaande maandag door de top van de landmacht geïnformeerd over de recente personeelsontwikkelingen.

Sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1996 moet jaarlijks een flink aantal militairen worden geworven. Aangezien de voortdurende vredesmissies een zwaar beslag leggen op het personeel, werd in 1999 besloten het aantal BBT-functies te verhogen. Deze plannen konden door de slecht lopende werving nooit worden gerealiseerd.

Het toenemend tekort aan soldaten zet het zogenaamde `ambitieniveau', de maximale inspanning die de Defensie kan leveren, onder druk. Volgens de Defensienota moet de landmacht twee bataljons (800 man) gedurende anderhalf jaar naar twee verschillende gebieden kunnen uitzenden, of binnen 30 dagen een zogenaamde `peace enforcing' brigade van 5000 man kunnen formeren.

De woordvoerder van de landmacht erkent dat de personeelsproblemen een zware wissel trekken op de organisatie, maar zegt dat de landmacht nog aan de verplichtingen kan voldoen: ,,Het lukt ons nog wel, zij het met veel moeite. Als er voldoende sense of urgency is, kunnen we nog wel een en ander uit de kast halen.''

Vorig jaar ontstond er onrust toen bleek dat Defensie de Tweede Kamer jarenlang geen reëel beeld had verstrekt van de wervingsresultaten onder BBT'ers.

Zo werd slechts het aantal soldaten vermeld dat Defensie hoopte binnen te halen, en niet het aantal personen dat daadwerkelijk nodig was om de organisatie op sterkte te krijgen. Bovendien bleek het gepresenteerde aantal militairen dat was aangesteld een bruto-cijfer, omdat het de soldaten betrof die aan de opleiding begonnen, en niet om de militairen die uiteindelijk de opleiding afrondden. Dat aantal ligt ongeveer 25 procent lager.

Defensie erkende destijds het ,,onheldere beeld'', maar stelt nu dat alle cijfers inmiddels zuiver zijn.