`Toen het af was, kreeg ik ademnood'

De Engelse auteur Andrew Miller schreef een boek vol zuurstofmetaforen. ,,Je moet echt ten einde raad zijn voor het verlossende idee komt.'

Met prijzen had Andrew Miller al wel ervaring. Voor zijn debuut, Ingenious pain, ontving hij de commerciële IMPAC-award, met 75.000 pond de grootste literaire prijs ter wereld, meer dan drie keer zo groot als de prestigieuze Booker Prize. Voor die Booker, wat literaire status betreft onaantastbaar, werd Millers derde roman genomineerd. Oxygen, dat in het Nederlands de wat pathetische titel Levenslucht heeft gekregen, kreeg de Booker Prize op woensdag 17 oktober niet. Maar dat kwam eigenlijk wel zo goed uit. Dat past veel beter bij een boek dat het menselijk falen in kaart brengt.

Miller, een fit ogende man van 41, dacht geen moment dat hij de prijs zou winnen – die ging naar Peter Carey's True History of the Kelly Gang. Achteraf is dat makkelijk gezegd, maar Miller bezweert dat het waar is. ,,Ik had vijf pond op mezelf gezet, maar dat was echt alleen voor de vorm. Er is in de weken voor de slotceremonie zoveel gedoe rond je, dat je een soort ballon wordt, opgeblazen door alle gebakken lucht. Pas als ze dan de winnaar bekend maken, loop je leeg. Omdat die spanning verdwijnt. Teleurstelling kun je dat niet noemen. Echt, het voelt als leeglopen.'

Oxygen ligt al een tijdje in de winkels, maar het centrale beeld ervan is kennelijk nog niet uit het hoofd van de schrijver verdwenen. Zijn boek is bijna letterlijk een luchtkasteel, gebouwd uit zuurstofmetaforen. Een van de hoofdpersonen, de lerares Alice, sterft aan kanker, haar inademingen zijn als `momenten van verstilde verrassing, zodat het leek alsof ze bij elke ademtocht meer verloor dan ze won.' Alice's kleindochter Ella lijdt aan astma.

Ademnood

Een zekere ademnood heerst ook bij de overige hoofdpersonen, zij het in meer figuurlijke zin. Ja, ze hebben het benauwd, de beide zonen van Alice, Alec en Larry. Als het boek begint is Alec, de jongste, al aangekomen in het huis van zijn moeder, als de dood voor wat hem daar te wachten staat. De oudste zoon, Larry, onderweg naar huis vanuit Amerika, heeft net zijn eerste optreden in een pornofilm achter de rug, omdat met het aflopen van zijn rol als dokter in een soapserie ook zijn eigen succesverhaal tot staan is gebracht. Larry vreest zijn toekomst en die van zijn huwelijk. Miller vervlecht dit familieverhaal met de geschiedenis van László, een succesvolle Parijse toneelschrijver wiens laatste hit, Oxygène, door Alec vertaald wordt. László is in 1956 gevlucht uit Hongarije. Een herinnering uit die tijd lijkt hem eenenveertig jaar later – het boek speelt in 1997 – alsnog te verwoesten.

Met het verschuivend perspectief van Alec en Larry, die zich realiseren dat hun jeugd voorbij is en dat het stadium van voorbije veelbelovendheid allang is aangebroken, lijkt Oxygen het verhaal van een dubbele midlife-crisis. Het is een boek over mannelijkheid, zei de voorzitter van de Bookerjury, doelend op dat cruciale tijdstip in het mannenleven dat het harde besef daagt: sommige mogelijkheden – een beroemd voetballer worden bijvoorbeeld – zitten er nu echt niet meer in. ,,Vrouwen lijken daar toch minder last van te hebben', zegt Miller. ,,Maar misschien denk ik dat alleen omdat ik zelf een man ben.'

Hij grijnst. ,,Ik ben eenenveertig, en je zou zeggen dat ik er rijp voor ben, die midlifecrisis. Maar ik heb er nu geen last van. Ik had juist problemen na het verschijnen van Ingenious pain. Ik kreeg ademhalingsmoeilijkheden, het was alsof ik geen lucht meer kon krijgen. Het was een puur neurotische aandoening, angst voor wat me overkwam.'

Rookwolken

Toch was de aanleiding voor Oxygen niet zijn eigen medische conditie, vertelt Miller, dikke rookwolken uitblazend. ,,De vaders van twee van mijn vrienden stierven in korte tijd. Pats boem, van de een op de andere dag. Ik realiseerde me dat ook het leven van mijn ouders niet eeuwig was; daar wilde ik over schrijven, misschien als om mijn eigen angst te bezweren.'

Tegelijkertijd speelde nog iets anders. ,,Ik was in Wenen en zag daar een demonstratie van Kosovo-Albanezen. Ik realiseerde me hoe afzijdig ik me altijd had gehouden van alles wat politiek was. Ik wilde schrijven over het maken van die keuze; hou je je afzijdig of niet, en wat doe je dan. Ik bedoel; over deze nieuwe oorlog, zoals we het schijnen te moeten noemen, móet je je wel uitspreken. Anders doen Bush en Blair dat namelijk voor je en ik wil dat althans niet.'

László Lázár kon in 1956 op een cruciaal moment de trekker niet overhalen, waardoor zijn geliefde gedood werd. Hij is vervolgens succesvol geworden als schrijver van toneelstukken met `de nadruk op de nutteloosheid van handelen', maar op zijn zestigste merkt hij dat die oplossing niet langer voldoet. Hij heeft zijn leven lang gedacht. Nu wordt het tijd te gaan doen.

Als motto's bij zijn hoofdstukken gebruikt Miller regels uit Hamlet, een man die zoals bekend ook niet uitmuntte in actiebereidheid. Beschouwt hij denken als een handicap? ,,László', zegt Miller, ,,heeft een brein dat voortdurend naar zichzelf kijkt. Zo heeft hij zichzelf tot stilstand gedacht, als Hamlet inderdaad. Toch denk ik niet dat dat een probleem is, want je instinct gaat altijd zijn eigen gang. Je hebt een besluit vaak al genomen voordat je je dat realiseert.'

Niet alleen László en Alec `die nooit de moed heeft gehad iets beters te verlangen', ook Larry lijkt zichzelf tot stilstand te denken. In het vliegtuig, hoog in de lucht, realiseert hij zich dat `de laatste goede weg' `het falen zelf' is, `en dat noemde hij weer hoop'. Hier raken we de schrijver een beetje kwijt. Is dit stilstand of vooruitgang?

,,Ken je dat niet', vraagt Miller, ,,Dat punt dat je iets totaal, maar dan ook totaal moet opgeven voordat je het verlossende idee krijgt? Bij het schrijven van dit boek had ik het bijvoorbeeld; ik las het eerste deel over en ik vond het echt he-le-maal niets, ik had het al bijna opgegeven en pas op dat punt zag ik hoe het verder moest. Doen alsof kan niet, je moet echt ten einde raad zijn. Of klink ik nu te Zen-achtig?'

Zen of zijig wordt Oxygen niet, daarvoor is het waas van vergeefsheid en onvervuldheid dat erover ligt te fijn. Zelfs de scène van biecht en absolutie tussen Larry en Alice is te stevig geworteld in het onzuivere alledaagse leven om wee te zijn. Als Alice zich heeft besmeurd met haar eigen uitwerpselen, maakt Larry – tot dan toe alleen soapdokter – haar schoon en biecht haar alles op; zijn rol in de pornofilm, zijn drugsgebruik, de ware staat van zijn huwelijk. Zo wassen Larry en zijn moeder elkaar, en al hoort Alice niets van wat Larry zegt, na afloop heeft de een zich verzoend met zijn al half mislukte leven, de ander met haar naderende dood.

Net zo geeft Miller ook Alec en László een tweede kans, László om alsnog een vriend te redden, Alec doordat hij de `zelfmoordpil' vindt die Larry heeft laten slingeren. Miller besluit zijn boek als Alec en László beiden onderweg zijn naar een kamer. Wat er zal gebeuren in die kamers, waar László's beste vriend met een pistool staat te zwaaien en waar Alec een bezoekje gaat brengen aan zijn moeder, onthult de schrijver niet. Het is met het slot van Oxygen precies zoals met het slot van Oxygène, het toneelstuk van László over de futiliteit van het menselijk streven. Dat de personages uiteindelijk handelend zouden optreden, `was natuurlijk onwaarschijnlijk, hoogst onwaarschijnlijk – maar er was niets in de tekst wat een dergelijke gedachte verbood.'

Andrew Miller: Oxygen. Sceptre, 323 blz. ƒ49,95. Vertaald (door Inge de Heer en Johannes Jonkers), als: Levenslucht. Ambo/Anthos, 256 blz. ƒ44,50