SCP: We krijgen het steeds drukker

Nederlanders hebben meer verplichtingen en krijgen het drukker. Dat constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau in het rapport Trends in de tijd.

Dat we sinds 1995 per week anderhalf uur meer slaap nodig hebben lijkt logisch: meer Nederlanders kregen het de afgelopen vijf jaar drukker. Het totaal aan verplichtingen, zoals betaalde arbeid, onderwijs en het huishouden, nam in deze periode met 1,3 uur per week toe. Het staat in het vijfjaarlijks onderzoeksverslag over tijdsbesteding van Nederlanders door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat het bijbehorend rapport Trends in de tijd vandaag heeft gepresenteerd.

Op verzoek van de onderzoekers hielden 1.813 Nederlanders van twaalf jaar en ouder in oktober 2000 een week lang een dagboekje bij, waarin ze per kwartier noteerden wat ze deden. De steekproef is representatief voor autochtone Nederlanders – het SCP wijst er op dat allochtonen ondervertegenwoordigd zijn.

Nederlanders zijn met name aan betaalde arbeid meer tijd gaan besteden: 2,1 uur per hoofd van de bevolking. Dit betekent niet dat individuen langere werkweken maken. De stijging is veroorzaakt doordat meer mensen gingen werken: vooral vrouwen en jongeren tot 19 jaar. Ook het aantal mensen dat arbeid en zorg combineert steeg: van 38 naar 47 procent van de mensen vanaf 20 jaar.

Trends in de tijd wemelt van de intrigerende verschuivingen in tijdsbesteding. Zo waren Nederlanders de laatste jaren weliswaar meer thuis en aten ze net zo vaak in gezinsverband als in 1995, maar werd er met huisgenoten aanzienlijk minder gesproken: de aan hen bestede tijd daalde van 1,6 naar 1,3 uur. Mogelijk heeft dit te maken met het toegenomen computergebruik, de tijd achter de pc verdubbelde tot 1,8 uur per week.

Maar ook wat juist niet veranderde is opvallend. Zo blijkt een 24-uurseconomie nog steeds niet echt op gang te komen. De toename van de werkgelegenheid concentreert zich nog tijdens traditionele kantooruren. Sinds 1995 zijn Nederlanders nauwelijks méér in de avonden, weekeinden en nachten gaan werken. Wat wel verschoof was het aantal taken op het gebied van huishouden of verzorging dat buiten traditionele uren, in de avonden en het weekeinde, werd uitgevoerd. In 1995 gold dat voor 44 procent van die taken; vijf jaar later voor 46 procent. Ruim een vijfde van de bevolking ouder dan 20 jaar deed in 2000 na half zeven 's avonds boodschappen. In 1995 was dat nog 17 procent.

De toename van de tijd voor verplichtingen en voor slaap gaat met name ten koste van de tijd die Nederlanders als `vrije tijd' reserveren: deze daalde in vijf jaar met 2,5 uur per week. Mensen van 20 tot 49 jaar, en vooral die met kleine kinderen, hebben de minste vrije tijd. Op het afleggen van visites wordt beknibbeld. En ook de tijd die aan `maatschappelijke participatie', zoals vrijwilligerswerk, wordt besteed, is afgenomen: van 2,2 tot 1,8 uur per week.

De tijd die aan uitgaan wordt besteed bleef ongeveer gelijk. Het cultuurbezoek bleef constant. Het aandeel van de bevolking dat `wel eens' een café bezoekt nam toe.

tijd: pagina 3 en 8