Schone schaduw

In een wasserette in Assen

Probeerde een meisje haar schaduw te wassen.

Haar moeder zei: ga je verschonen,

Zo kun je je niet meer vertonen.

Dat sleept maar slonzig langs de grond,

Door wat voor smeerboel weet geen hond,

Je trapt er steeds op met je schoenen,

Ik zou dat vod nu maar eens boenen.

Zij deed hem in de wasmachine,

Met groene zeep en lodaline;

Zo, na wat draaien aan de knop,

Tolde haar schaduw in het sop,

En iedereen begon te joelen:

Kijk wat er af komt bij het spoelen!

Maar 't meisje zag het al bij 't pompen:

Haar schaduw was de helft gekrompen.

Nu is haar schaduw smetloos rein,

Maar hij is ook een stuk te klein.

Hij komt niet hoger dan haar buik;

Maar niemand merkt het in 't gebruik.

Toch moge ik voor de fijnwas raden:

Schaduwen nooit meer dan dertig graden.