Op naar Wall Street voor een Hollandse gouden handdruk

Naast elkaar stonden de twee vrouwen zaterdag op de voorpagina van De Telegraaf. `Alweer pech voor Máxima' was de openingszin van het nieuwsbericht. De verloofde van de kroonprins was met haar auto op een `klein tweepersoonswagentje' gebotst. Een Smart. Niet de berijder van de Smart, die een been brak, was hier de vanzelfsprekende underdog die ons aller sympathie verdient, maar Máxima.

De andere vrouw werd wat minder welwillend bejegend. `Burgemeester stapt op met 2 miljoen' kopte de krant boven een foto over vijf kolommen, waarop, zo meldde het onderschrift, Loekie van Maaren-van Baalen `,demonstratief' haar ambtsketen als burgemeester van Leeuwarden neerlegde. Zij was tweeënhalf jaar burgemeester geweest.

Niet de omvang van de gouden handdruk baarde afgelopen week opzien, maar de clausule in de overeenkomst dat beide partijen over de precieze redenen zullen zwijgen op straffe van een dwangsom van 50.000 gulden per publicatie. De officiële formulering – een ,,onoverbrugbaar verschil van inzicht'' met de wethouders over het dagelijks bestuur, de gemeentelijke organisatie en de bestuurscultuur – spreekt natuurlijk boekdelen.

Zo'n frase klinkt al bijna duidelijker dan wat aandeelhouders van bedrijven te horen krijgen als een bestuurder, laat staan een bestuursvoorzitter, van de ene op de andere dag zijn biezen pakt. De gouden handdruk dient ook als gouden slot op de mond.

Waarom ging hij weg? ,,We hebben afgesproken daar niets over te zeggen'', zegt voormalig topman J. Hovers van Oce deze maand in Quote over de redenen van zijn plotselinge vertrek bij de kopieergigant.

Dat was twee jaar geleden. Maar ja, staatsgeheim is staatsgeheim. Hovers zat toen nog maar anderhalf jaar bij Oce.

De argumenten voor het vanzelfsprekende stilzwijgen over gouden handdrukken zijn niet sterk. Men wil de vuile was niet buiten hangen. Men is bang voor de gevolgen voor de concurrentiepositie, als bekend wordt dat de topman is vertrokken omdat de commissarissen bijvoorbeeld een beoogde fusie, overname of reorganisatie weigerden.

Aandeelhouders staan erbij, kijken ernaar en zijn doorgaans niet eens in staat vragen te stellen. In veel gevallen duurt het nog maanden voordat een (buitengewone) aandeelhoudersvergadering wordt belegd waar de commissarissen, die verantwoordelijk zijn voor de benoeming en het ontslag van bestuurders, ondervraagd kunnen worden.

Ook de verantwoording van de commissarissen in het jaarverslag op dit punt is meestal schamel. Steeds meer ondernemingen durven achterin hun jaarverslag, onder de kopje `bezoldiging van het bestuur' inmiddels wel het bedrag te geven dat aan een gouden handdruk is besteed.

Die getallen zullen oplopen. Het aantal gedwongen opstappers in de top van het bedrijfsleven neemt de laatste jaren toe; de neergang van de economie zal het aantal conflictsituaties alleen maar opdrijven. Nu al betalen grote ondernemingen jaarlijks gezamenlijk tientallen miljoenen guldens aan gouden handdrukken voor hun eerste echelon.

Uitzendbureau Vedior betaalde vorig jaar 2,8 miljoen euro (6,1 miljoen gulden) in verband met de `reorganisatie' van de raad van bestuur, zoals dat in het jaarverslag heet. Topmanagers die het niet vertrouwen, vragen van hun werkgever bij voorbaat een bankgarantie.

Het rumoer over de geheimhouding in Leeuwarden kan beleggers moed geven om hun pressie op commissarissen en topmanagers te intensiveren om openheid te krijgen. Boter bij de vis: een gouden handdruk kan een welbestede investering in het bedrijfsbelang én het aandeelhoudersbelang zijn, maar dan wel in samenhang met informatie en verantwoording.

Beleggers hebben echter geen Gemeentewet waarop zij kunnen terugvallen, om `wethouders/commissarissen' tot een snelle publieke verantwoording te dwingen. Wellicht moeten zij vaker een gerechtelijk onderzoek (enqûete) uitlokken bij de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof.

Maar openheid is ook gewoon een zakelijke afweging, van regels en voordelen. Het financiële handelshuis Van der Moolen ging vorige week naar de Amerikaanse effectenbeurs. Deze stap moet meer Amerikaanse beleggers lokken, een betere beurskoers opleveren en overnames van Amerikaanse concurrenten gemakkelijker maken. Tegenover die toekomstige voordelen staat de verplichte Amerikaanse openheid.

In documenten die Van der Moolen vorige week bij de Amerikaanse beurscommissie SEC heeft gedeponeerd staan niet alleen details over de inkomsten van de tweehoofdige directie – die niet in het Nederlandse jaarverslag staan. Samen ontvingen de twee directeuren vorig jaar 0,7 miljoen euro basissalaris, zo blijkt uit het F-20 document dat bij de SEC is neergelegd. En zij kregen een bonus van samen 1,5 miljoen euro.

Maar Van der Moolen gaat nog verder en vermeldt ook de mogelijke toekomstige gouden handdrukken. Dat wordt in Nederland zelden of nooit vertoond. Directeur F. Dorjee krijgt een jaarsalaris mee als hij moet vertrekken als het handelshuis wordt overgenomen. Directievoorzitter F. Böttcher krijgt 1.181.719 euro als hij na een overname moet opstappen en 945.375 euro als hij na een conflict met de commissarissen het veld moet ruimen.