Moeder en zoon

Na een trouweloze desertie van twee jaar ben ik door mijn katten weer in genade aangenomen. Er is goed voor ze gezorgd in de tijd dat ík in New York woonde en zíj in Amsterdam, maar dat wil niet zeggen dat het geen rotstreek van me was om er tussenuit te knijpen en dat dient me ingepeperd te worden.

Dus toen het mij beliefde weer mijn intrek in hun huis te nemen, convenieerde het hún eventjes niet. Ze hadden andere bezigheden dan nota van mij te nemen; toonden zich wel zo coöperatief het geserveerde eten weg te werken, en zo snel mogelijk daarop het volgende bakje graag, maar ik moest niet denken dat ze met zulke trivialiteiten te koop waren. Op schoot zitten, zich laten aaien, het was er niet bij, de eerste dagen. Sprongen ze per ongeluk op bed en keken ze eens goed wie er eigenlijk in lag, dan vluchtten ze weg alsof er een Halloweenmonster tussen de lakens oprees.

Nu zijn we weer goed met elkaar en hebben we onze oude gewoontes hernomen. De rooie komt in de badkamer belangstellend gadeslaan wat je daar doet, wil als vanouds uit de kraan drinken, en zit vooral te hopen dat er ook nagels gevijld gaan worden, want dan mag hij de vijl aflikken. De cyper (door de dierenarts deftig als `schildpad' geboekstaafd) moet het rode kleed bewaken om te voorkomen dat de ander daarop gaat liggen en bovendien in de gaten houden of er ergens in huis soms een stukje kaas genuttigd wordt. Onder het koken zitten ze in de krappe keuken allebei breeduit in de weg.

Verplaats je ze, dan zitten ze er binnen vijf minuten weer.

Laat ik echter niet de indruk wekken dat hier ten huize een idyllisch kattenbestaan geleid wordt. Dat geldt hoogstens voor één kat, de rooie. De cyper zal wel nooit meer een kans maken op enig duurzaam levensgeluk, daarvoor verkeert ze van jongs af aan te veel in de greep van angst en wantrouwen.

Ze zijn moeder (9) en zoon (8). Hoe het ooit zover heeft kunnen komen dat de moeder zwanger is geraakt blijft een raadsel, want tot de vreeswekkendste verschijningen die zij kent behoren andere katten. Het krijgen van een kind is echter de beste prestatie die ze ooit heeft verricht, althans in onze ogen; zijzelf heeft talloze bedenkingen over haar nakomeling. Maar hij maakt alles goed wat zij met haar schrikogen, haar schichtig wegschieten, haar stofzuigerhysterie, haar mannenhaat (ze is nog lesbisch ook) aan goodwill verspeeld heeft. Hij is opgewekt, onverschrokken, hevig geïnteresseerd in menselijk handelen en in alles wat mechanisch beweegt, hij kan een computer bedienen, deelt kwistig kopjes uit, het liefst tegen de hand waarin je net een glas port vasthoudt, hij bijt als je te knuffelig naar zijn zin wordt en vindt dat zelf een reuzenmop, haast net zo geslaagd als het happen in de achterflank van zijn moeder – waardoor deze weer een kwartier compleet van de kaart is. Bovendien is hij uitgevoerd in vrolijk oranje, elegant, slank en hij kan hard spinnen.

Zijn moeder is van een onbestemd, somber grijsbruin met rossige vleugen op de verkeerde plekken en onelegant dik. Ze loopt niet, ze flotst maar een beetje. Haar tragiek is dat ze in wezen het aanhankelijkste en meest aaibeluste dier van de wereld is, maar daar zelden uiting aan geven kan, vanwege de dreigingen die alweer op de loer liggen. Zodra ze zich eens een minuutje overgeeft aan verrukkingen als aaien, oor krauwelen of cat pletting (dit laatste is de techniek van de aaier om de kat die zich toevallig op kastje, aanrecht of wastafel bevindt, met de volle lengte van de onderarm op te tillen en met kracht tegen de eigen buik- of heuppartij te pletten), gaat de telefoon of – nog veel erger – de deurbel, loopt er met ferme tred een enge huisgenoot (een man dus) binnen, begint ergens een hond te blaffen, komt de bereden politie langs, duikt de glazenwasser voor het raam op of stoot de aaier per ongeluk iets om, een plastic fles bijvoorbeeld, die drie keer op de stenen vloer stuitert.

Door haar moeilijke karakter wordt zij veel minder bemind dan haar zoon en door ons voortdurend beschimpt, want redeloze angst wekt agressie. Als ze weer eens haaks als een opgejaagd konijn voor je uit spurt, omdat je probeert even snel de telefoon te bereiken in een andere kamer, roepen wij gemeen: ,,Grrr. Lekker kattensoepje trekken!'' En mijn man zegt bij iedere schielijke beweging of bij het onverhoeds opstaan uit een stoel, waarin hij nu net zo veilig opgeborgen zat: ,,Zo, eerst 'es even de kat wurgen!''

Intussen springt haar zoon op de vensterbank vrolijk naar het wissertje van de glazenwasser, die speciaal voor hem gekke bewegingen maakt, sleept het stukje kaas in de wacht of verorbert in de tuin van de achterburen (waar zijn moeder niet durft te komen) met smaak twee spinnen, een tor en een vlinder. Een merel mist hij op een veer na, maar dat geeft niet, het was toch even leuk spannend.

Het leven is wat je ervan maakt, ook bij katten.