Misschien mijn laatste verloving

NEW YORK Een jaar geleden nam een fotografe van de Volkskrant in een koffiehuis hier om de hoek een foto van mij. Een dame, toevallig ook aanwezig, vroeg om tekst en uitleg, schudde mij vervolgens de hand, en de fotografe zei: ,,Feliciteer hem nog een keer.'' De maandag daarop kon ik de dame vertellen: ,,U bent voorpaginanieuws in Nederland.''

Een jaar later, op 10 oktober, veel beter was het er allemaal niet op geworden, verloofde ik me met de vrouw die eens op de voorpagina was beland in Nederland en die die voorpagina aan al haar vrienden en kennissen had laten zien. De voorpagina betekende tenminste nog iets voor haar.

Niet omdat ik van haar hield, zelfs niet omdat ik achter haar geld aan zat, maar om te voelen dat ik leef verloofde ik me. Het theater had nieuw bloed nodig.

Het eerste idee was om van de verloving een laatste avondmaal te maken met twaalf genodigden, Sinatra op de achtergrond en een diner dat door zou gaan tot het ochtendgloren. Dit stuitte op praktische bezwaren.

Bij Dempsey&CalToI1 lieten we verlovingskaarten drukken. Men vertrok geen spier. De meneer bij wie we het lettertype en het papier moesten uitzoeken, zei: ,,Jullie zijn een makkelijk stel. Soms komen ze hier met de hele familie en dan breekt de oorlog uit.'' Ik sta niet boven het leven, maar ik maak er graag een act van in een club waar de voertaal Duits is, de champagne fake en de toiletjuffrouw een meneer die zeep heeft gespoten in de handen van een stel gevallen artiesten.

Jullie willen een verloving, een huwelijk, een kind, een huis, jullie kunnen het krijgen. De verloving een laatste avondmaal, het huwelijk heel intiem met de bruid als lijk, en het kind gaat rechtstreeks naar het letterkundig museum. Kunnen ze het daar in een vitrine stoppen met een bordje: `kind'. Je kunt er ook een ander bordje bij maken: `De bestseller van de evolutie'. Alleen als farce is het leven te verdragen. Het is tenslotte een perverse uitvinding, leven.

We proefden wijnen, de verloofde en ik, zochten een geschikte locatie, vonden die in de spiegelzaal van Babetta, en stelden een gastenlijst samen.

,,Moet je moeder niet komen?'' vroeg de verloofde, ,,ik wil haar zo graag leren kennen.'' ,,Het is ver voor mijn moeder'', zei ik, ,,bovendien is ze tegen de verloving.''

Mijn moeder belde en dreigde: ,,Als ik dat oude wijf tegenkom, gooi ik haar op de grond.''

,,Ze is echt heel oud, mama.''

,,Het is een vies wijf, en die foto van je in de krant was ook al slecht. Je krullen zijn aan het doodgaan, omdat je je haar te vaak wast. En dat shirt, hoe kun je dat kopen? Met twee doodshoofden erop. Ze kunnen jou alles aansmeren. Wat ze aan niemand meer kwijt kunnen, smeren ze jou aan.''

,,Mensen vonden het mooi.''

,,En dan staat er dat je ouders een klap van de molen hebben gehad. Ik ben blij dat papa dood is, dat hij dat niet meer hoeft te lezen. Moet ik die meneer een brief schrijven?''

,,Schrijf maar geen brief.''

,,Even kijken wat er nog meer op mijn Iijstje staat. Oh ja, ik ben langs een paar boekwinkels gelopen en je ligt nergens in de etalage. Ik heb er geen vertrouwen meer in.''

,,Waarin?''

,,In jou en je activiteiten. Toen ik las dat die presentatie in een achterbuurt zou plaatsvinden wist ik al hoe laat het was. Ik heb de uitgever nog gebeld, maar er was niets meer aan te doen.''

,,Mama, je moet mijn uitgever niet zo vaak bellen. Ik bel ze ook nooit. Als jij boeken gaat schrijven en je hebt een uitgever dan kun je die zo vaak bellen als je wilt, maar dit is mijn uitgever en die je moet niet iedere dag bellen, jij schrijft mijn boeken niet.''

,,Als ik ze zou schrijven, dan zou je tenminste in de etalage liggen. Wat staat er nog meer op mijn lijstje? Ja, het enige leuke stuk vond ik dat in Het Parool, ik zou die meneer een cadeau willen geven.''

,,Nee, alsjeblieft, geen cadeaus, geen brieven, houd je gewoon heel rustig. Alles komt goed. Ik bel je morgen weer op dezelfde tijd, dag mamaatje, dag mamaatje. Ja.''

De verloofde vroeg: ,,Wie was dat?''

,,Mijn moeder.''

En de verloofde zei: ,,Iedereen is belangrijker dan ik.''

Het werd tien oktober, mijn eerste, misschien wel mijn laatste verloving. Uit Nederland waren Karol en Blonde Aap gekomen. De tafelschikking zorgde voor spanning. Een halve dag had een make-up-artieste aan mijn verloofde gewerkt. Ze zag er prachtig uit, voor haar doen. Haar borsten waren halfbloot, de satijnen jurk had ze in Beiroet in de jaren vijftig op de kop getikt.

Op mijn kosten had de verloofde rozen gekocht die de vrouwen in hun haar konden steken en de mannen in hun knoopsgat. Obers liepen rond met ganzenlever, de stijfheid heerste die bij de betere klasse hoort. Het einde was het beste.

,,Wij nemen de flessen Riesling die over zijn mee naar huis'', zei de verloofde. ,,We hebben alle Riesling uitgeschonken'', zei de gerant. De verloofde wilde de lege flessen zien.

De gerant vertrok, kwam terug en zei: ,,Ze staan al bij de vuilnis, wilt u de vuilniszakken zien?''

Zo moest het eindigen, mijn verloofde die de vuilnisbakken van Babetta doorsnuffelt om te bewijzen dat ze bestolen is. Dat was het theater van de wreedheid, het theater dat mijn moeder weigerde in het leven te zien.

Blonde Aap ging naar huis, haar oren kwelden haar.

,,Heeft ze niet genoeg aandacht gekregen?'' vroeg de verloofde. ,,Ze is hier alleen gekomen om jou van mij af te pakken. Ze is zo hard als ijzer. Zorg dat je van haar af komt.'' Haar stem sloeg over. ,,Ik meen het, zorg dat je van haar af komt.''

De volgende dag had de verloofde een champagneontbijt georganiseerd in het koffiehuis waar we elkaar hebben ontmoet. Twee mensen kwamen, Karol en de portier van het gebouw waar de verloofde woont. De conversatie stokte, de felicitaties werden eindeloos herhaald en af en toe vroeg mijn verloofde: ,,Waar is iedereen vanochtend?''

Na dit ontbijt werd de verloofde steeds heviger gekweld door het idee dat ik toch niet van haar was.

Ze belde om het uur en zei: ,,Ze mag je hebben, die kut. De dag dat jij voor haar koos, heb je je carrière vernietigd. Ik heb met mijn vriendin gesproken, je zult nooit in The New Yorker komen, je zult net zo onbeduidend blijven als die Blonde Aap.''

Eén keer nam ik op. ,,Zonder kwelling geen inspiratie'', zei ik. ,,Als je niet af en toe flink gekweld wordt, is het leven echt in niets meer te onderscheiden van de dood.''

Het koffiehuis moest tijdelijk worden gemeden. Onberekenbaar als die van God is de woede van de verloofde.

Tegen Blonde Aap zei ik: ,,Als je eenmaal met onveilig vrijen bent begonnen, kun je er beter mee doorgaan.''

En Karol zei: ,,Dit waren misschien wel de mooiste dagen uit mijn leven. Ik probeerde je verloofde te bellen om haar te bedanken, maar ze hing op, denk je dat ik haar een brief kan schrijven?''

,,Een brief kan nooit kwaad'', zei ik.

Toen was ik weer alleen met Blonde Aap. Blonder en meer aap dan ooit.

Genegenheid verbergt zich op de gekste plekken en ik verstop de mijne graag goed.

In de vagina vonden wij ons Afghanistan en rond het middaguur speelden wij de slag om Stalingrad na. De geschiedenis wilde ons niet loslaten. Hebberig van die geschiedenis. Witte vloed bleek als twee druppels water op sperma te lijken, we hebben het uitvoerig onderzocht met vergrootglas en pincet.

Geloof me, niets is zo vruchtbaar als een kwelling voor twee, of drie, waaraan geen einde komt.