`Liberalisme is permanente twijfel'

De eerste nieuweling op de ontwerp-kandidatenlijst van de VVD, literatuurwetenschapper Arno Visser, vindt de politiek niet saai geworden onder Paars.

,,De stijlvorm van het liberalisme is de ironie'', zegt Arno Visser, de hoogste nieuweling op de ontwerp-kandidatenlijst van de VVD voor de Kamerverkiezingen, op plaats 36. ,,Ironie is het één zeggen, maar het ander niet ontkennen. Het liberalisme kenmerkt zich door permanente zelfrelativering en twijfel: er wordt een stelling betrokken, maar de mogelijkheid opengehouden dat het anders ligt.''

Arno Visser (1966) moge dan voor het eerst op een verkiesbare plaats op de VVD-kandidatenlijst staan, een vreemdeling in de Haagse politiek is hij niet. Van 1994 tot eind 1997 was hij de persoonlijk politiek assistent van Hans Dijkstal, destijds vice-premier. Daarna vertrok hij naar Vietnam, waar zijn latere vrouw een baan kreeg. Twee jaar geleden vroeg Dijkstal, inmiddels fractievoorzitter in de Tweede Kamer, hem om zijn politiek secretaris te worden. Lang hoefde Visser over dat aanbod niet na te denken: ,,het is onvoorspelbaar en afwisselend werk. En ik ben graag generalist.''

Zijn inzichten in de stijl van het liberalisme hangen samen met zijn vroegere studie in Groningen: literatuurwetenschap. Visser studeerde in 1991 af op een onderzoek naar de relatie tussen stijl en inhoud in politieke geschriften, op basis van de theorieën van Hayden White. De ironie trof hij bij de VVD'er Bolkestein, voor het PvdA-discours greep hij naar Ed van Thijn: ,, heel anders, bij hem waren alle verhalen tragedies, vol oorlogsmetaforen over voorste linies en strijd.'' In zijn studietijd, vertelt Visser, was hij aanvankelijk politiek niet zo geïnteresseerd. ,,Ik ben zelfs thuis gebleven bij de verkiezingen van 1989, net als veel van mijn leeftijdsgenoten, die wel een mening hadden, maar niet deelnamen.'' Rond zijn afstuderen ging hem een licht op: ,,ik besefte dat als iedereen zich afzijdig hield als ik in 1989, er een groot probleem was.''

Sindsdien roept hij iedereen in zijn omgeving op, zich meer voor politiek te interesseren. En kom bij Arno Visser niet aan met modieuze klachten, dat het parlement buiten de samenleving staat, of dat de politiek zo saai is geworden. ,,Wie dat zegt, vraag ik waar hij het vandaan haalt. Het is een gebrek aan kennis. We hebben wel een heel serieus parlement, waar weinig praatjes voor de vaak worden verkocht. Maar wat heb je aan een spetterend debat, als er aan het eind geen oplossing is voor de problemen?''

Ondanks zijn jeugdige status straks in de fractie, heeft Visser al twee VVD-leiders meegemaakt. Als assistent van Dijkstal was hij tevens secretaris van het BPO (Bewindspersonenoverleg) van de VVD, de wekelijkse ontmoeting van bewindslieden en de top van de fractie, onder leiding van Frits Bolkestein. Die sprak hij dus ook veel. Is er tussen Bolkestein en Dijkstal veel verschil? ,,Ach, iedere tijd heeft zijn eigen leider'', meent Visser. ,,Bolkestein heeft de VVD begin jaren negentig op de rails gezet. Dijkstal is een echte teamspeler, een procesmanager.''

Is het toch niet een beetje bedrukkend, dat de eerste nieuweling op de kandidatenlijst van de VVD pas op nummer 36 staat? Visser: ,,Waarom, als je zoals wij zo veel kwaliteit in huis hebt, waaronder elf bewindslieden die allemaal op de lijst staan? En dan: vier jaar geleden heeft in de VVD-fractie een wisseling van de wacht plaatsgevonden. Nu gaat het erom verder ervaring op te bouwen.''