Kus de grond

Koen Vermeule kijkt vaak uit zijn raam, en schildert wat hij dan ziet. ,,Dat plein bleek een onuitputtelijke inspiratiebron.'

Een warme najaarszon hult de stad in een gouden gloed. De fietsers op de grachten slepen lange schaduwen achter zich aan. Het felle tegenlicht lijkt hun silhouetten aan te vreten. Voor Koen Vermeule (Goes 1965) is dit de beste tijd van het jaar. ,,In september en oktober, als de zon flink schijnt en laag staat, krijg je een prachtige theatrale belichting', vertelt de schilder in zijn atelier in hartje Amsterdam. ,,Daar maak ik dankbaar gebruik van. Ik houd van die lange, zware schaduwen die een vorm haast kunnen verdubbelen. Daarom heb ik twee jaar geleden enkele maanden in Barcelona gewerkt. In Spanje is dat harde, onwerkelijke licht veel vaker te zien.'

Op de tentoonstelling `Septemberlicht' in het Fries Museum, waar een kleine veertig werken van Vermeule bijeengebracht zijn, worden de weidse Spaanse landschappen afgewisseld met impressies van het Amsterdamse stadsleven. Twee kinderen, in evenwicht gehouden door hun schaduwen, trappen een balletje op een strak vormgegeven plein. Een klein jochie staat onder een glijbaan die zich als een scherpe, haast abstracte vorm aftekent tegen de grijze stoeptegels. Een vrouw met hoofddoek helpt haar dochtertje op de draaimolen. Het zonlicht heeft hun rokken van een wit schijnsel voorzien.

Tien jaar lang keek Vermeule vanuit zijn woning op twee-hoog in Amsterdam-West neer op een levendig plein met speeltoestellen. ,,Dat plein bleek een onuitputtelijke inspiratiebron voor mijn schilderijen', zegt de kunstenaar. ,,Het hoge standpunt werkt vervreemdend. Doordat je een beetje half op de dingen neerkijkt, ontstaat er automatisch al een abstracte vlakverdeling. De gekleurde en zwartrubberen tegels vormen een geometrische compositie. Het plein is een pasklaar theaterdecor, waar de acteurs zichzelf ten tonele voeren. Wat ik mooi vind aan deze plek is dat het een kleine wereld op zich is. Alles wat zich in de stad afspeelt, kan hier gebeuren.'

Vanuit zijn woonkamer maakte Vermeule foto's van de spelende kinderen en toevallige voorbijgangers op het plein. De bevroren bewegingen van een hinkelend meisje of twee stoeiende jongens worden vervolgens door de kunstenaar uitgekaderd en uitvergroot met een kleurenkopieermachine. Details vallen weg, en kleuren worden harder en contrastrijker. Pas daarna zet Vermeule het fotografische beeld over op doek. En hoewel zijn monumentale schilderijen van geïsoleerde figuren in lege ruimtes nauwelijks nog zijn terug te voeren op de oorspronkelijke snapshots, blijven zijn werken een fotografisch karakter behouden. Het is alsof de beelden tijdelijk zijn stilgezet en de kinderen hun activiteiten ieder moment weer kunnen voortzetten.

Lichtbramen

,,Ik voel me geen fotograaf', zegt Vermeule. ,,Maar een rasechte schilder ben ik ook niet. Ik zet mijn werken in elkaar met knip- en plakwerk. Ik hanteer een mengvorm van fotografie, schilderkunst, collage en grafiek. Mijn techniek is gebaseerd op ontdekkingen die ik tijdens het schilderen doe. Die lichtbramen rondom de figuren bijvoorbeeld, zijn ontstaan doordat ik de figuren afdekte met papier en vervolgens de verf in brede banen over het doek smeerde. Zo krijg je een vreemde mengeling van stilstand en beweging.'

De kunstenaar wijst naar een schilderij dat aan de muur van zijn atelier hangt, een verleidelijk strandgezicht dat eruit ziet alsof het met bijzonder veel gemak gemaakt is. ,,Ook in mijn landschappen zoek ik naar onorthodoxe oplossingen. Neem nu deze lichteffecten op het wateroppervlak en het kiezelstrand: die kun je op een schilderkunstige, impressionistische manier nabootsen door met een penseel lichte stippen neer te zetten. Maar dat vind ik niet interessant. Dus heb ik met een gel kleine bultjes op het doek aangebracht, en ben daar vervolgens met een paletmes en vrij dikke verf overheen gegaan. De verf blijft achter de bultjes hangen en komt dan op een hele vanzelfsprekende manier op het schilderij terecht. Haast als de natuur zelf.'

Afgezien van drie recente schilderijen die nog aan de muren te drogen hangen, is Vermeule's atelier nagenoeg leeg. In een hoek staan enkele ingepakte werken die net teruggekomen zijn van een tentoonstelling in Duitsland. Behalve in het Fries Museum zijn Vermeule's schilderijen momenteel ook op groepstentoonstellingen in Roosendaal (Het Tongerlohuys) en Amsterdam (Galerie Loerakker) te zien. Veel van zijn werken zijn ondergebracht in de collecties van bedrijven, musea en particulieren. Vermeule is een van de weinige kunstenaars die al vrij snel na zijn afstuderen – hij volgde tussen 1990 en 1992 de Rijksakademie – van zijn werk kon leven.

En dat terwijl een gefrustreerde kunstenaar hem tijdens een voorlichtingsdag op de middelbare school nog zo gewaarschuwd had dat er in de kunst geen droog brood te verdienen viel. Om die reden besloot Vermeule in 1983 om niet naar de kunstacademie, maar naar de lerarenopleiding TeHaTex (tekenen, handvaardigheid, textiele werkvormen) in Tilburg te gaan. Vermeule: ,,Dat leek me veiliger. Ik kom niet uit een kunstzinnig nest. We gingen nooit naar musea. Wel heb ik alle pretparken in Nederland gezien. Na die opleiding heb ik een maand lesgegeven op een middelbare school, en ben vervolgens een jaar als interieurarchitect gaan werken. In de avonduren ploeterde ik verder aan mijn eigen werk. Hopeloze schilderijen waren dat. Maar toen mijn docent Emo Verkerk een keer langskwam om naar mijn werk te kijken, vond hij toch dat ik me moest aanmelden op de Rijksakademie. Zonder hem was ik waarschijnlijk nu nog kantoren met notenhouten tafels en stoelen aan het inrichten.'

,,Op de Rijks duurde het zeker driekwart jaar voordat ik mijn draai gevonden had. Mijn probleem was dat ik opzag tegen alles en iedereen, tegen de studenten en de kunstenaars, maar ook tegen het maken van een kunstwerk. Ik wist niet waar ik moest beginnen. Toen vond ik een oude kindertekening van mijn moeder.' Vermeule haalt een vergeeld schoolschriftje uit een kast een zeker zestig jaar oude lesmethode van Jo Spier en laat een knullige tekening van een kersttafereeltje zien. ,,Ik begon een serie schilderijen te maken naar de tekeningen van mijn moeder, door kleine details uit hun context te lichten en die op te blazen tot grote formaten.'

Pose

Een volgende stap was het uitknippen van figuren uit kranten en tijdschriften: voetballers die zich na een doelpunt ter aarde storten of hardlopers die uitgeput door hun knieën zakken. Een van de vroegste werken op de tentoonstelling in het Fries Museum, een groot citroengeel schilderij uit 1994, toont een jongen die de grond lijkt te kussen. ,,Het is een pose die je in iedere maandageditie van de krant wel drie keer tegenkomt', legt de schilder uit. ,,Het is een typische sporthouding die puur geluk of diepe ellende uitdrukt. Ik judo zelf wekelijks en dit is de houding waarmee je elkaar begroet. In mijn schilderij heb ik de figuur losgeweekt van zijn sportcontext, door hem een ander kostuum te geven en hem in een neutrale omgeving te plaatsen. Pas later ontdekte ik dat de spelende kinderen voor mijn huis zich op eenzelfde ongedwongen manier bewogen als die sporters, en ben ik voor het eerst mijn eigen foto's gaan gebruiken.'

Op mijn vraag hoe zijn landschappen binnen deze ontwikkeling passen, antwoordt Vermeule: ,,De landschappen en straatbeelden lopen door elkaar heen. Dat is puur tegen de verveling. Ik moet er niet aan denken om jarenlang alleen landschappen te schilderen. Ik heb altijd bewondering gehad voor een kunstenaar als Andy Warhol, omdat hij zoveel verschillende onderwerpen durfde aan te pakken en die toch allemaal zijn eigen signatuur gaf. Mijn werk gaat over een bepaalde manier van kijken. Wat me het meest boeit is de esthetiek van het vormgegeven landschap, van een snelweg of een buitenwijk. Laatst noemde iemand mijn werk politiek correct, omdat ik vaak allochtonen schilder. Maar mijn schilderijen zijn nooit met die intentie gemaakt: ik schilder eenvoudigweg het hedendaagse straatbeeld.'

Een van Vermeule's grote voorbeelden is de Belgische schilder Léon Spilliaert (1881-1946), die aan het begin van de vorige eeuw het straatbeeld, maar ook de zeegezichten van Oostende vastlegde in kleine schilderijen. Spilliaert was een schilder die er niet voor terugdeinsde triviale en banale onderwerpen te kiezen en die, net als Vermeule, een grote liefde voor dramatische schaduwen had. Als Vermeule op reis gaat, neemt hij steevast een boek met afbeeldingen van de Belgische schilder mee. ,,Spilliaert wist een soort spanning te vinden tussen het dagelijks leven uit die tijd en de overweldigende lege ruimtes van de zee en het strand. Ik probeer iets vergelijkbaars, met het grote verschil dat mijn schilderijen door hun formaten ook een fysieke uitstraling hebben. Mijn doeken zijn geen vensters op de wereld. Als het goed is wordt de toeschouwer van mijn werk bijna onderdeel van het landschap, en lijkt het alsof hij zelf met zijn voeten in de klei staat.'

`Septemberlicht. Stadspleinen en landschappen van Koen Vermeule'. T/m 6 januari in het Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Di t/m zo 11-17u. Informatie: www.friesmuseum.nl. Catalogus fl.29,50.

Galerie Tanya Rumpff laat van 31 oktober t/m 4 november op de kunstbeurs Art Cologne nieuwe schilderijen van Koen Vermeule zien.