Historische order voor vliegtuigbouwers VS

Vanavond wordt bekend welke vliegtuigbouwer in de VS duizenden hypermoderne straaljagers mag gaan bouwen. Ook voor Nederland is dit belangrijk.

Het Pentagon heeft vandaag uitzonderlijk goed nieuws voor vliegtuigbouwer Boeing óf voor concurrent Lockheed Martin: veertig jaar werk. Een van de twee Amerikaanse vliegtuigbouwers mag zeker drieduizend hypermoderne straaljagers (Joint Strike Fighter, JSF) bouwen voor de Amerikaanse en de Britse krijgsmachten. En mogelijk honderden meer voor exportklanten zoals de Nederlandse luchtmacht.

Het programma ter waarde van minstens 200 miljard dollar is door het Pentagon als een competitie georganiseerd. Er wordt – vanavond om half elf Nederlandse tijd – één winnaar bekendgemaakt. Het Amerikaanse ministerie hoopte op die manier beide concurrenten aan te moedigen om de meest geavanceerde, meest flexibele jager te ontwerpen tegen een vaste, `lage' prijs (35,6 miljoen dollar voor de duurste variant in prijzen van 1994). Mooie wensen werden in ieder stadium tegen de kosten afgewogen.

Volgens aanhoudende geruchten van de laatste weken gaat de voorkeur van de Amerikaanse luchtmacht uit naar het JSF-ontwerp van Lockheed Martin. Die stem weegt zwaar omdat de luchtmacht de grootste afnemer van de nieuwe straaljager wordt. Overigens is een van de bijzonderheden van het programma dat de JSF voor alle krijgsmachtdelen is ontworpen. Iedere bouwer moest daarom ook een versie maken die van vliegkampschepen kan opereren, plus een verticaal stijgende en dalende variant, nog nooit vertoond bij een straaljager, die de Harrier gaat opvolgen voor commandotaken zonder startbaan.

De competitie gaat uit van het principe: `winner takes all', maar de laatste weken zijn er berichten verschenen die suggereren dat de verliezer als onderaannemer toch een flink deel van het werk krijgt toegespeeld. Dat is eerder gebeurd in de militaire vliegtuigbouw. Bij de F22 verloor Boeing van dezelfde tegenstander maar mocht uiteindelijk toch ruim een derde van het karwei uitvoeren. Het Pentagon wil daarmee voorkomen dat het toekomstige veld wordt uitgedund tot één speler.

De beslissing is voor de verliezer desondanks een enorme klap, ook al mag hij later meer dan kruimels van de tafel eten. Het prestige lijdt extra door de historische omvang van de order. Boeing, de underdog, heeft de laatste weken met krijgshaftig aangezette tv-reclame aangeschurkt tegen het post-11 september-sentiment. Het leek op een wanhoopsoffensief langs de rand van de goede smaak maar het bedrijf heeft net twintigduizend banen geschrapt in de civiele vliegtuigbouw en verloor sinds de ramp 21 procent van zijn beurswaarde.

Lockheed Martin won de laatste maand op de beurs een kwart aan waarde. Dat was in lijn met de defensie-industrie als geheel, maar het was volgens beursexperts ook een voorschot op de JSF-beslissing. Mocht het Pentagon kiezen voor Boeing, dan zal niet alleen de koers van Lockheed Martin het te verduren krijgen, maar ook de werkgelegenheid in Fort Worth (Texas). De regio heeft sinds de terreuroorlog uitbrak veel slecht nieuws te verwerken gekregen: bij American Airlines gingen twintigduizend banen verloren, General Dynamics schrapte zevenduizend banen en de online beursmakelaar Ameritrade sloot een hangar vol telefonisten.

Voor Nederland is de Amerikaanse keuze bijna een binnenlandse beslissing. De kans is groot dat de winnaar het toestel bouwt dat de Nederlandse F-16 in 2010 of iets later gaat vervangen. Weliswaar heeft staatssecretaris Van Hoof (Defensie) de keus opengehouden en blijven de Eurofighter en de Franse Rafale ook opties, maar uit zijn brief aan de Tweede Kamer van 3 oktober blijkt dat de hand van de bewindsman toch vooral door het Amerikaanse JSF-tijdschema wordt gestuurd. Hij wil snel nadat de Amerikaanse defensie heeft gekozen, ook beslissen. Een kabinetsbesluit zou half november kunnen vallen.

Nederland heeft de laatste vier jaar deelgenomen aan de conceptfase van het JSF-project. De Britten, die vrijwel vanaf het begin met de Amerikanen meededen en er een groter bedrag instaken, zitten op de eerste rang. Nederland heeft dankzij een tijdig verworven plaats op de tweede rang de kans gehad alles te volgen en de nationale industrie te presenteren aan de Amerikaanse overheid en industrie. Dat laatste was een direct gevolg van het besluit om na het Fokker-debâcle een `cluster luchtvaart-industrie' te gaan steunen.

In de markgerichte geest van het JSF-project kunnen bedrijven als Hollandse Signaal, Fokker Elmo en Fokker Aerostructures, SP en anderen meedingen naar opdrachten. Maar ook als partner en afnemer zal Nederland geen garanties over `compensatie-orders' krijgen. De winnaar van vandaag kiest de deuren, de landingsgestellen en de bedradingsbundels met de beste verhouding tussen prijs en kwaliteit. De Nederlandse industrie hoopt voor de levensduur van het JSF-project 10 miljard gulden omzet te kunnen verwerven.

Om actief deelgenoot te worden in de volgende fase (van 2002-2010) zou Nederland voor 1,25 miljard dollar een 5-procentsaandeel in het project moeten kopen. Dat heeft alleen zin als het op korte termijn gebeurt, want de hoofdaannemer gaat nu ontwerpkeuzen maken en onderaannemers uitzoeken. Later meedoen betekent `van de plank kopen' zonder noemenswaardige orders voor de Nederlandse industrie. Overigens is dat wat het Centraal Planbureau (CPB) volgens uitgelekte berichten aan het kabinet zou adviseren. Het CPB ziet in deelname aan het JSF-project geen noemenswaardige winst voor het Nederlandse bedrijfsleven en zou verder menen dat er zoveel onzekerheden zijn over de toekomstige rol en taak van de Nederlandse luchtmacht dat het niet verantwoord is nu al definitief te kiezen.