Hallo Bob, hoe gaat het?

Een geschiedenis van de twintigste eeuw in ansichten, dat is wat Tom Phillips bijeensprokkelde. Onbedoelde kunstgeschiedenis levert dat op, volgens hem.

Zouden er op dit moment nog ansichtkaarten verstuurd worden met de skyline van New York erop?

Honderd afbeeldingen van die skyline staan in The Postcard Century van de Britse kunstenaar Tom Phillips, een kleurig en hoogst intrigerend boek waarin hij de geschiedenis van de vorige eeuw in ansichten heeft vastgelegd. Phillips verzamelde grotendeels in Amerika en Engeland en koos als rode draad de meest `ge-ansichte' plekken van die twee landen. Voor elk jaar nam hij, behalve een heleboel andere, ook een kaart op van Piccadilly Circus, waar in een eeuw tijd vooral het verkeer verandert, en van een van de beroemdste skylines ter wereld, waar in de loop van 452 pagina's de tall buildings gezelschap krijgen van echte wolkenkrabbers en de zeil- en stoomschepen op de Hudson plaats maken voor bruggen.

Op 18 juli 1900 stuurt Oscar Lager een kaart met een pentekening van de skyline, gevat in een sierlijke omlijsting van waterlelies en viooltjes. De kaart is gericht aan Mr Neberlein in de 156ste straat 606E. Lager heeft lidnummer 594 van een herenclub en hij vraagt Neberlein om met hem van nummer te wisselen. Hij schrijft op de voorzijde van de ansicht, waarop nog geen spoor te bekennen is van het Empire State Building, laat staan van het WTC. Het was in 1900 nog verboden op de achterzijde van een kaart iets anders te zetten dan een adres.

Op 28 september 1909 stuurt Marion een kaart aan mevrouw O'Harris in Providence, RI. Het is een prachtige grijze kaart met hier en daar een geel accent. `Lower Manhattan To-Day' staat aan de onderzijde. Marion schrijft: ,,Dit deel van de stad ziet er nu net uit als Sprookjesland. Elk van de hoge gebouwen heeft een rand van elektrische lichtjes en de torens rijzen op als paleizen. De verlichting van de oorlogsschepen en het vuurwerk van zaterdag vormden een schouwspel dat ik nooit zal vergeten.'

Op de ansicht uit 1913 staat de Manhattan Bridge, die werd afgebouwd in 1909. Er vaart een schip onder, en om de dynamiek te verhogen is een vliegtuigje in de lucht getekend, in een krankzinnige positie die ons nu te denken zou geven.

Op 3 mei 1974 verschijnt het WTC pal op de voorgrond van de skyline, een met wolken dit keer. De torens zijn net af, de mast op de noordelijke toren staat er nog niet.

Op 22 augustus 1979 heeft King Kong zijn harige voorpoten beschermend om de twee torens geslagen, onder het motto: `I love New York!' ,,Ik ben bang dat ik alleen maar heb gegeten en niets aan sport heb gedaan zoals de meeste Amerikanen', schrijft John aan Mark B. in Stockwell.

Op 9 november 1998 stuurt Mark T. een kaartje aan RD in Sacramento: ,,Hallo Bob, hoe gaat het? Ik ben eindelijk een beetje gesettled in N.Y. en op school, wat geweldig is. Ik woon op dit moment in het Chelsea Hotel, ken je dat?' Op de kaart doemt een aapachtige gestalte op achter de twee torens van het WTC, het Empire State Building in zijn knuisten vrij naar de kinderverslindende Saturnus van een beroemd schilderij van Goya.

Handelaars

In The Postcard Century verdwijnen wolkenkrabbers soms om na een jaar weer te verschijnen mensen versturen oude ansichten, en handelaars verkopen ze, al schrijft Phillips dat ,,niemand na 1932 nog wegkwam met een skyline zonder Empire State Building' en dat na 1974 ,,de afwezigheid van het WTC opmerkelijk zou zijn'.

De prentbriefkaart dateert uit 1870, om precies te zijn van 1 oktober van dat jaar, toen de Britse Post Office Act verzending ervan mogelijk maakte, maar het duurde een jaar of vijfentwintig voordat Amerika en Engeland de schok van post-zonder-enveloppe te boven waren en plaatjes durfden toe te staan. In Europa was dat ondertussen allang gebeurd, met lyrische schetsen van Duitse toeristenoorden als eerste.

Begin negentiende eeuw fungeerde de ansicht zo'n beetje als telefoon: hét middel om aankomst en vertrek aan te kondigen of vrienden en verwanten van je doen en laten op de hoogte te brengen zonder meteen een hele brief te hoeven schrijven dat bracht voor veel mensen toch het probleem van het formuleren van correcte zinnen met zich mee. Hele families waren soms verspreid over het land werkzaam, ze hielden elkaar met ansichtkaarten op de hoogte. Aanbidders stuurden gecodeerde boodschappen aan het meisje van hun dromen, soms ondertekend met S.W.A.L.K . (sealed with a loving kiss).

Inmiddels komt de post allang niet meer vijf keer per dag, de telefoon en het antwoordapparaat zijn uitgevonden, de nieuwe dragers van kattebelletje en hofmakerij heten e-mail en SMS. Het lijkt Tom Phillips onwaarschijnlijk dat iemand na 2099 nog een papieren ansicht zal versturen.

Wat doet de ansichtkaartenindustrie op dit moment?

Worden er al ansichtkaarten gedrukt van de nieuwe skyline van New York? Of willen de klanten nu juist de kaarten uit het tijdperk van onschuld, die waar de torens nog op staan?

Het antwoord zal te vinden zijn in het ansichtkaartenboek van de eenentwintigste eeuw, als dat tenminste ooit wordt samengesteld. Dat van de twintigste eeuw is The Postcard Century, daar is geen twijfel over mogelijk. Van de miljoenen kaarten die er in alle jaren tussen 1900 en 2000 zijn verstuurd, heeft Phillips er tegen de tweeduizend opgenomen in zijn boek. Als datum hield hij telkens het poststempel aan; hij koos uitsluitend verstuurde kaarten en beeldde niet alleen de voorkant af, maar ook de op de achterkant neergekrabbelde woorden, voor het gemak alvast voor ons ontcijferd.

Eén oude ansichtkaart is niets, maar tweeduizend volgekriebelde ansichten uit de twintigste eeuw zijn een goudmijn. Soms krijgen we van nabij zicht op groot nieuws van lang geleden. ,,Je ziet dat dit een foto is van dat grote schip dat is gezonken ik weet niet of je het al gezien hebt', besluit GR in Streatham het bericht dat hij (of zij) op 6 augustus 1912 schrijft, achterop een zwartwitfoto van de `ill-fated white star liner Titanic'.

Vuilnistruck

Van sommige verstuurders zijn meerdere kaarten opgenomen, zoals van soldaat Max Church, die in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland vocht en bijna dagelijks kaarten naar zijn vader stuurde. Op 1 juli 1945 schrijft hij: ,,Hi Dad, ik reed op onze vuilnistruck naar de dump vandaag. Ik zag iets dat ik niet licht zal vergeten. Er zijn daar echt massa's mensen en als de truck stopt springen ze er allemaal op, graaien het brood uit het vuilnis, zoeken in het vuil naar sigarettenpeuken en zo.'

Op een kaart uit 1963 staan vier gladgeschoren, keurig geknipte heren met stropdasjes, die zich The Beatles schijnen te noemen. ,,Heb je deze al', schrijft Joan uit Bromley aan Miss P.M. Bridge in Stirlingshire. ,,Ik zag hem en ik dacht dat jij hem wel leuk zou vinden! Heb je hun muziek al eens gehoord?'

Zo werkt The Postcard Century; als een combinatie tussen een reis in een tijdmachine en even snel spieken in de agenda of het dagboek van een vreemde. Houd de honderd skylines van New York in je handen, laat ze als speelkaarten door je vingers glijden, en de geschiedenis van het beroemdste waterfront ter wereld trekt aan je voorbij als een serie frames van Eadweard Muybridge. Wie de berichten leest en niet op hun raadsels let, maar zich juist mee laat voeren door hun air van vanzelfsprekendheid, verkeert telkens voor een paar secondes in een ander leven en een ander tijdperk. `Cameo's' noemt Phillips zijn verzameling, zijn boek een geïllustreerd dagboek van honderden anonimi.

Onbedoelde kunstgeschiedenis, getuigenissen, modes en zaken die in een eeuw tijds nooit veranderen gewaagde strandplaatjes bijvoorbeeld het historische overzicht van The Postcard Century, letterlijk bijeengesprokkeld uit tientallen schoenendozen, vochtige kelders en gered uit papierbakken, heeft de futiele invalshoek van tweeduizend kleurige rechthoekjes, maar doet aan de twintigste eeuw minstens zoveel recht als een gewichtig standaardwerk. Toeval en verzamelaarsvoorkeur vormden de redactie van dit boek, maar toeval is als het om geschiedenis van alledaagse zaken gaat geen slechte leidraad, en Phillips bezit precies de combinatie van fotografisch inzicht en baldadigheid die nodig is om het grootse te herkennen in iets onbenulligs als een ansichtkaart. Neem de smakelijke raadsels die zijn boek opwerpt en die wel nooit meer opgelost zullen worden. Dat geheimzinnige geval van de levitatie van een Londense Palace Guard uit 1974 bijvoorbeeld of het diepe mysterie van dat koor van schapen, zorgvuldig opgesteld in een verder lege concertzaal met een hertengewei erboven.

Tom Pillips: The Postcard Century. Thames & Hudson f83,20