Gevecht om goedkoop medicijn

Circa vijftig WTO-lidstaten willen regels ter bescherming van octrooien voor onder meer medicijnen opnieuw ter discussie stellen. Een nieuwe handelsronde staat op het spel als zij hun zin niet krijgen.

Een dollar is meer dan genoeg voor jullie pillen. Met dat bod zetten de Verenigde Staten deze week Bayer voor het blok in onderhandelingen over het octrooi op miltvuurmedicijn dat de Duitse medicijnfabrikant in handen heeft.

De VS staan onder zware druk om de octrooibescherming die Bayer volgens WTO-verdragen in het land geniet opzij te schuiven in het belang van een snelle en betaalbare strijd tegen miltvuur. Maar de harde opsteling is koren op de molen van handelsdelegaties die zich voorbereiden op de ministeriële WTO-top, over twee weken in Qatar. De Amerikanen bepleiten in de WTO juist een strikte internationale bescherming van octrooien. Die bescherming is geregeld in het zogeheten TRIPS-verdrag, (trade-related aspects of intellectual property rights).

De soms vage bewoordingen van dit in 1995 gesloten WTO-verdrag bieden lidstaten ruimte om een buitenlandse octrooihouder opzij te schuiven als bijvoorbeeld de gezondheid in het geding is. Dat kan door het uitgeven van een zogeheten dwanglicentie aan een binnenlandse producent, wanneer de onderhandelingen met een buitenlandse octrooihouder vastlopen. Zo verzekerde de Zuid-Afrikaanse regering zich afgelopen voorjaar van het recht aidsmedicijnen lokaal en goedkoop te produceren.

De Braziliaanse regering dwong onlangs lagere prijzen af van het Franse Roche na een dreigement met het uitgeven van dwanglicenties voor aidsremmers. ,,Het TRIPS-verdrag biedt landen veel ruimte om nationale belangen te beschermen', zegt Magriet Kuster, die minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) adviseert over handelspolitiek.

Ondanks deze handvol overwinningen betwijfelen veel WTO-lidstaten of het bestaande verdrag hen voldoende zekerheid bied voor nationaal beleid, zonder risico op nieuwe geschillen. Vijftig ontwikkelingslanden willen daarom dat het onderwerp in (de aanloop naar) Qatar opnieuw aan de orde komt. Lidstaten zouden moeten vaststellen dat ,,niets in de TRIPS-overeenkomst [mag] beletten de publieke gezondheid te beschermen'. De Verenigde Staten gaat deze formulering te ver. Zij willen de verklaring laten gelden voor een beperkt aantal ziekten, aids in het bijzonder.

Maar landen als India, Pakistan en Maleisië houden hun poot stijf. Zij stellen dat een een nieuwe handelsronde uitgesloten is als deze kwestie niet wordt opgelost. Sommige lidstaten zouden door grote medicijnproducerende landen gedwongen worden af te zien van vrijheden die de WTO-verdragen hen in theorie bieden. Zo accepteerde Jordanië onlangs een `TRIPSplus' in bilaterale onderhandelinen met de Verenigde Staten. ,,Arme landen moeten van dwanglicenties gebruik kunnen maken zonder dat rijke landen hen het mes op de keel zetten', zei minister Herfkens vorige week in een toespraak.

Farmaceutische bedrijven zijn bang dat een moeizaam bereikt compromis over internationale bescherming van intellectueel eigendom alsnog op losse schroeven komt te staan. De branche wijst erop dat hoge prijzen van medicijnen niet de belangrijkste drempel zijn die de bestrijding van aids frustreren. ,,Het ontbreken van infrastructuur, een distributiesysteem en voldoende verpleegkundigen zijn veel belangrijker', zegt een woordvoerder van Nefarma, de brancheorganisatie van in Nederland gevestigde medicijnproducenten. Ondanks de juridische overwinning van de Zuid-Afrikaanse regering en lagere prijzen zijn aidsremmers daar nog steeds nauwelijks beschikbaar.

Paul Brons, bestuurslid van Akzo Nobel spreekt namens dochter Organon, het belangrijkste Nederlandse farmaciebedrijf. Hij wijst erop dat bescherming met octrooien nodig is om investeringen in onderzoek en ontwikkeling te kunnen financieren. Na het verstrijken van de looptijd van een octrooi staat productie van medicijnen voor iedereen vrij, aldus Brons. Vindingen worden formeel twintig jaar beschermd, maar door lange goedkeuringsprocedures kunnen innovatieve bedrijven zelden langer dan tien jaar van hun alleenrecht profiteren.

Elise Kamphuis coördineerde aan de universiteit van Groningen onderzoek naar octrooibescherming in de farmacie in opdracht van ontwikkelingsorganisatie Wemos. ,,Octrooibescherming ondersteunt investeringen in research en ontwikkeling', zegt zij. ,,Het probleem is dat nauwelijks is vast te stellen welke marges producenten precies op hun medicijnen behalen. Dat vertroebelt de discussie.'

Kamphuis citeert onderzoek van de Verenigde Naties waaruit blijkt dat nauwelijks een procent van de medicijnen die tussen 1975 en 1996 zijn ontwikkeld specifiek bestemd was voor de bestrijding van tropische ziekten.

Een focus op medicijnen voor industrielanden rechtvaardigt volgens Kamphuis prijsdiscriminiatie ten gunste van ontwikkelingslanden, een thema dat in de lopende WTO-besprekingen hoog op de agenda staat.

Farmaciebedrijven lopen in principe wel warm voor een prijsonderscheid tussen industriële en ontwikkelde en landen. Probleem daarbij zijn de parallelimporten, de doorverkoop van medicijnen vanuit `goedkope' landen. ,,Parallelimporten zijn niet verboden', zegt Kuster van Buitenlandse Zaken. ,,In de Nederlandse apotheek kunt u goedkope medicijnen verkrijgen uit Spanje die daar tegen een lagere prijs op de markt gebracht zijn.' Vooruitlopend op de ministeriële conferentie in Qatar onderhandelen lidstaten over een compromis dat het mogelijk maakt dat ontwikkelingslanden medicijnen tegen kostprijs kunnen

kopen terwijl wordt voorkomen dat medicijnen vanuit deze markten `teruglekken' naar de relatief dure markten dicht bij huis.

Dit is het tweede deel in een serie in aanloop naar de WTO-top in Qatar, begin november. Het eerste deel verscheen op 24 oktober.