Elk mens zijn dier

Een mot, een jachtluipaard, een vleermuis: in Het Noorderlicht van Philip Pullman wordt ieder mens vergezeld door een dier. Een soort dier althans, een `daemon' (uitgesproken als `demon'). Echt dierlijk is zo'n daemon niet. Mens en daemon vormen een vanzelfsprekende twee-eenheid: de daemon is zoiets als de ziel.

In Groot-Brittannië is Het Noorderlicht, net als de volgende delen van de trilogie Het gouden kompas, een doorslaand succes. `Fantasy'-boeken zijn het, met een zeer moralistische onderlaag. Want zo'n daemon kiest in de puberteit voor een vaste vorm. Tot die tijd is de mensenziel nog vrij, de verbeelding grenzeloos.

Naar gelang de stemming van zijn mens neemt de daemon een gedaante aan. Bij angst wordt hij een haas, bij valsheid een slang. Als een soort Barbapapa, maar dan bloedserieus. Het is menens, voor humor is geen plaats in deze moraliteit.

Meeslepend is de geschiedenis van de elfjarige Lyra aanvankelijk wel. Dit meisje, met haar daemon `Pantalaimon', groeit ouderloos op in Oxford. Zij is voorbestemd de mensheid te redden van een bende slechteriken die erop uit is om kinderen van hun daemons te scheiden. Verder is men op zoek naar het magische `Stof'. Waarom precies blijft in het midden, dat is voor de volgende delen.

Lyra's wereld lijkt op de onze. Zigeuners heten er om de een of andere reden zigeuzen, er vliegen heksen rond en beren, een soort trotse krijgerskaste, kan er praten. De ziel van die beren wordt gevormd door een harnas. Een daemon hebben zij dan weer niet. Lyra onderkent het verschil tussen haar eigen soort en de beren, maar heeft oog voor de overeenkomsten. Alweer een levensles: in wezen is iedereen gelijk.

Het Noorderlicht is ondoorgrondelijk en overduidelijk tegelijk. Storend is ook de paradox waarop het hele boek rust. Lyra is in het bezit van een `alethiometer', een soort kompas dat haar precies vertelt wie wat waarom doet en denkt. Dit maakt de helft van de problemen die ze op haar queeste ondervindt ongeloofwaardig: ze kon ze zien aankomen. Maar dan had ze het bijvoorbeeld te koud om het ding te raadplegen, of hij zat in haar andere jas.

Philip Pullman zit zijn eigen avontuur in de weg, inhoudelijk, maar ook stilistisch: `Als een golf die tijdens een tocht van duizenden kilometers over de oceaan was aangezwollen en die in diep water nauwelijks een rimpeling veroorzaakt, maar zich in de ondiepe wateren tot hoog in de lucht opricht en de kustbewoners schrik aanjaagt, voor hij met een onverbiddelijke kracht op het land beukt, verhief Iorek zich in zijn volle lengte tegenover Iofur.' Er moet toch een eenvoudiger, aantrekkelijker manier bestaan om een berengevecht te beschrijven.

Philip Pullman: Het Noorderlicht. Uit het Engels vertaald door Ronald Jonkers. Prometheus. Vanaf 13 jaar. 394 blz. ƒ29,75