Een soort van geniaal

Arjan Ederveen en Kees Prins zaten bij elkaar in de klas op de Kleinkunstacademie. Ze noemden zich `De Duo's'. Toen gingen ze uit elkaar. Nu werken ze weer samen, aan `De verdwijntruc'.

Een historisch moment?

Arjan Ederveen en Kees Prins zwijgen en werpen de verslaggever een onpeilbare blik toe, zoals ze wel vaker doen als een vraag hun onbegrijpelijk, bespottelijk of anderszins onbeantwoordbaar voorkomt.

Prins is de eerste die de stilte in de kleedkamer verbreekt. ,,Ja, eigenlijk wel', zegt hij. ,,Alleen is de rolverdeling nu anders, want vroeger speelde ik mee en nu niet.'

,,Maar dat is dan ook echt het enige verschil', valt Ederveen in. ,,Verder is alles precies zoals vroeger – dezelfde gewoonten, dezelfde irritaties, hetzelfde leuk en hetzelfde vervelend.'

Arjan Ederveen gaat volgende week in première met De grote verdwijntruc, een theaterrevue over een ouder wordende goochelaar die zijn geheugen kwijtraakt en op tragikomische wijze in een snel opkomend duister tast – ongeveer zoals zijn eigen vader, die lang geleden goochelaar was. Hij laat zich vergezellen door poppen van divers formaat, bezienswaardige attributen en vier jonge acteurs, die worden aangeduid als de Groep de la Troep. De voorstelling wordt geregisseerd door Kees Prins.

Een jaar of twintig geleden waren Ederveen en Prins een duo, dat zich De Duo's noemde. Op de Kleinkunstacademie zaten ze in dezelfde klas en in 1979 kwamen ze naar buiten met Grand gala, het eerste van de drie programma's die ze samen maakten. Ook liepen ze in die tijd samen stage bij het Werkteater. Hun afscheid kwam in 1983 met een drieluikje voor de VPRO, onder de titel De Duo's doen alsof. Daarna ging Ederveen verder met Tosca Niterink (Theo & Thea, Kreatief met kurk, Borreltijd) en als solist (30 Minuten), terwijl Prins zich uitleefde bij Jiskefet en vorig jaar lof oogstte met de dramaserie Bij ons in de Jordaan. Nu werken ze voor het eerst weer samen.

,,Kees was de aangewezen persoon voor deze voorstelling', verklaart Ederveen. ,,Ik ben moeilijk voor regisseurs, ik heb iemand nodig die helpt, die zegt: dit is goed en dat niet, dit moet korter, dat moet sneller. Er moet een moment komen waarop ik de hele ontwikkeling van het programma kan loslaten en het overzicht aan iemand anders kan overlaten. Zodat ik alleen nog maar hoef te doen wat ik moet doen: entertainen. Bij mijn vorige voorstelling, Fly away, is dat niet goed gegaan. Ik voelde dat ik het niet kon loslaten. Maar ik weet dat ik Kees voor honderd procent kan vertrouwen.'

,,We hebben allebei onze eigen ideeën en onze eigen stijl, en we hebben in de tussentijd ook heel verschillende dingen gedaan', vult Prins aan. ,,Maar we zijn één taal blijven spreken, waarin je elkaar begrijpt.'

,,We zijn ook even oud', zegt Ederveen (45).

Toen ze als twintigers op de Kleinkunstacademie in Amsterdam kwamen, was daar veel aan de hand. Jarenlang hadden de docenten voornamelijk hun best gedaan de leerlingen bij te brengen hoe het repertoire van Conny Stuart, Wim Sonneveld, Jasperina de Jong en andere idolen zo smetteloos mogelijk ten gehore moest worden gebracht. De belangrijkste vakken waren stemtraining en bewegingsleer, en de theorielessen gingen over de cabarethistorie volgens het evangelie van Wim Ibo. Volgens de kritiek uit die dagen leverde de opleiding vooral een schools soort uitvoerders af en te weinig oorspronkelijk talent.

Vage gesprekken

,,Toen onze klas begon', zegt klasgenoot Rik Hoogendoorn, die nu cabaretesk toneel maakt, ,,was daar net de hele democratiseringsgolf van de jaren zeventig overheen gegaan. Er was op dat moment niet eens een lespakket. Ik herinner me nu alleen heel vage gesprekken over wat we nu eigenlijk wilden. Nou, wij wilden het Werkteater – dat was een lichtend voorbeeld. Toen is Cas Enklaar op school gekomen, voor spellessen. En we wilden ook zoiets als acrobatiek, dat was op school nog nooit vertoond. Het belangrijkste was voor ons dat we de ruimte hebben afgedwongen om zèlf dingen te maken. Met het nadoen van grote cabaretvoorbeelden waren we niet zo bezig, nee. Veel meer met eigen dingen.'

,,Dat klopt', bevestigt de huidige kindertoneelmaker Pieter Tiddens, ,,hoewel ik toch ook herinneringen heb aan balletles. Ik zie Kees nog in een maillootje staan, en Arjan ook. Maar inderdaad was het Werkteater een lichtend voorbeeld, daar gingen we echt met hart en ziel voor. Hun tent op het Museumplein was op dat moment het spannendste in de hele stad. Volgens mij heeft Kees eens als beoordeling te horen gekregen, dat hij de opleiding te selectief volgde. Hij pikte er alleen uit wat hij interessant vond. Arjan was meegaander, die wilde alles wel eens uitproberen.'

,,Ja, ik geloof wel dat we een revolutionaire klas waren', beaamt Marlies Helder, die als zangeres en saxofoniste haar eigen soort muziektheater maakt. ,,De voorgaande lichtingen waren veel stijver. Wij wilden iets nieuws, iets anders, hoewel we niet altijd precies wisten wat dat dan was. Mijn eerste herinnering aan Arjan is, dat hij kaalgeschoren op school kwam, in een lange regenjas met witte kaplaarzen. Ik vond hem zo gek als een deur. Kees en hij waren toen al heel bijzondere persoonlijkheden. Een soort van geniaal, eigenlijk.'

Steeds vaker zochten Ederveen en Prins elkaars gezelschap. ,,Het intrigerende van die twee was dat ze alleen maar wat leken te luieren en dwars te liggen', zegt de kleinkunstexpert Jacques Klöters, die een van hun docenten was. ,,Maar als er iets moest gebeuren, schudden ze opeens iets uit hun mouw wat een ander nooit had kunnen verzinnen. Ik herinner me dat ze op een keer tevoorschijn kwamen met een poppenspel – ook al iets dat de Kleinkunstacademie volkomen vreemd was – en dat bestond geheel uit melkpakken: de literpakken waren de ouders en de halve litertjes de kinderen. En daar stonden ze als volleerde variété-artiesten met zo'n melige grijns op hun gezichten.'

Die melkpakken worden ook door de drie klasgenoten genoemd, die moeten een onvergetelijke indruk hebben gemaakt. Ze passen dan ook geheel in het genre dat De Duo's allengs ontwikkelden: een komische schuifdeuren-variant van het oude variété, gecombineerd met een melig soort jeugdsentiment. In hun laatste programma speelden ze Swiebertje en Saartje. Kees Prins gaf een treffende imitatie van Swiebertje ten beste, en Arjan Ederveen vertolkte de rol van Saartje die voortdurend koffie wilde zetten. Het hoogtepunt vormde het moment waarop Swiebertje quasi-onverwacht het keukentje betrad en Saartje lijzig zei: ,,Is me dat schrikken!'

Kleinkunstwalhalla

De Duo's leken gouden tijden tegemoet te gaan. In mei 1983 werden ze zelfs door Kees van Kooten, Wim de Bie en Freek de Jonge gevraagd om op te treden tijdens het Carré-gala Een Gebaar voor Amnesty International – het kleinkunstwalhalla van die dagen. Hun nummer was een reportage van de wereldkampioenschappen mime. In een T-shirt van 4711 stelde Ederveen de Nederlandse deelnemer voor, terwijl Prins op fluistertoon commentaar leverde: ,,Hans heeft in deze kuur gekozen voor de figuur Muziekinstrumenten. Niet echt moeilijk, maar het levert punten op. Concentratie nu bij Hans... en daar is-ie weg... Geen slechte eerste poging, we gaan over naar de rebound. Hans moet zich opnieuw concentreren. De piano, de harp, de accordeon, de saxofoon, de fluit, de dwarsfluit en tot slot de piccolo. Een goeie start van Hans; een iets mindere tijd dan in Franeker, maar het belooft veel goeds...'

Waarom gingen ze dan toch uit elkaar?

Prins: ,,De reden was dat ik wilde gaan regisseren.'

Ederveen: ,,Nee, jij ging filmster worden, Kees.'

Prins: ,,Ja, ik ging filmster worden. En ik wou regisseren.'

Ederveen: ,,We zijn gestopt omdat we zeven jaar getrouwd waren geweest. Dat heb ik met Tosca ook gehad. Na zeven jaar ben je klaar, dan wil je nieuwe wegen inslaan. Na die tijd heeft Kees met Jiskefet een jongensclubje gemaakt, terwijl ik steeds in meisjesclubjes heb gewerkt.'

Een andere verklaring komt van Rik Hoogendoorn. ,,Arjan vond dat Kees niet hard genoeg werkte, en dat gaf conflicten', zegt hij. ,,Het is een ruzie die eigenlijk nooit helemaal is overgegaan. Ik vind nog steeds dat Arjan gelijk had: Kreatief met kurk was met veel meer tijd en zorg samengesteld dan Jiskefet.'

Weer die onpeilbare blik bij Ederveen en Prins, als hun deze theorie wordt voorgelegd. Om de stilte te verbreken, tracht de verslaggever het nog scherper te formuleren: is Ederveen de perfectionist en Prins de nonchalantere van de twee? Nu kijken ze elkaar aan; op hun gezichten staat te lezen dat ze daar nooit eerder over hebben nagedacht.

,,Schrijf jij alles uit?' vraagt Prins.

,,Ja', antwoordt Ederveen.

,,Wij schrijven bij Jiskefet zelden iets uit', reageert Prins. ,,Dat is dus een duidelijk verschil. Een doodenkele keer ligt de tekst vast, maar voor de rest is het gewoon rock & roll. Als iets niks is, gooien we het na afloop weg, of we proberen het een andere keer nog eens.'

,,Hoe iets uiteindelijk gezegd wordt, maakt me niet uit', zegt Ederveen. ,,Maar er moet wel een script zijn. Ik verdeel het ook in blokjes, hier moet het over dit gaan en dáár over dat. Ik moet helder voor ogen hebben wat ik ga doen. In dit geval was het zelfs heel erg duidelijk, dat ik iets over mijn vader met Alzheimer wilde maken. Dat was moeilijk, want ik snap nog steeds niet wat er in die man z'n hoofd omgaat.'

Kees Prins werpt de vraag op of hij zich, nu hij regisseur is, heeft aangepast aan Arjan Ederveen. ,,Niet zozeer aan Arjan', antwoordt hij zichzelf. ,,Wel aan het product dat hij wilde maken. Het is zijn verhaal, niet het mijne. Ik heb de taak er objectief tegenaan te kijken. Ik ben Jan Publiek en moet me afvragen of ik het snap en of de grapjes werken. In de beginfase heb ik ook wel suggesties voor scènes gedaan, en af en toe heb ik voor Arjan een kladje gemaakt waarop hij dan weer ging zitten schrijven. Maar nu is het script een gegeven. Dat staat vast. Ik moet alleen zien of het werkt.'

Sinds ze uit elkaar gingen, heeft Ederveen herhaaldelijk theatervoorstellingen gemaakt. Prins niet; hij regisseerde wel, maar ging niet meer zelf op tournee. ,,Ik wil niet meer het toneel op', zegt hij. ,,Ik zie veel te veel tegen het reizen op.' De tournee van De grote verdwijntruc loopt daarentegen door tot maart. ,,Ik vind het theater heel zwaar', geeft Ederveen toe. ,,Ik zal blij zijn als ik het volgend jaar niet wéér hoef te doen. En toch moet ik eens in de drie jaar weer het theater in. Televisie zuigt je leeg, en je mist het directe contact met publiek. Dan is het heel goed om af en toe back to the roots te gaan, en meteen afgerekend te worden op wat je doet. Ik vergelijk het wel eens met een kok, ik zeg tegen de visite: kijk eens, ik heb koekjes gebakken, alsjeblieft, vind je ze lekker? Bij de televisie krijg je geen antwoord.'

En voor zo'n teruggetrokken type als hij vormt een theatertournee natuurlijk ook een prettig tegenwicht: ,,Het is heel sociaal. Elke dag met z'n allen de bus in, gezellig. Het is toch een kwestie van: hoe krijgen we Arjan Ederveen de winter door?'

Kees Prins blijft liever binnen; hij begint in januari weer aan Jiskefet te werken. ,,Arjan is geen spat veranderd', zegt hij. ,,Volgens mij veranderen mensen niet.'

,,Nee, niks', zegt Arjan Ederveen.

De grote verdwijntruc: première 31/10 in theater Nieuwe de la Mar, Amsterdam. Tournee t/m 1/3. Inl. (020) 6825737, www.degroteverdwijntruc.nl