De woorden zijn nog jong

De `Gesprekken' van Erasmus is het eerste deel van het Verzameld Werk dat de komende jaren van deze grote humanist verschijnt. Het bevat reportages, satirische portretten, diepzinnige beschouwingen en zelfs een enkele column.

Iedereen kent de naam Erasmus. Niemand heeft een woord van Erasmus gelezen, behalve misschien Zotheids Lof. Dat is niet zo gek. Hij schreef in het Latijn. Hij vertaalde veel. Hij schreef over zaken die vijfhonderd jaar geleden actueel waren. Hij schreef voor intellectuelen. Hij schreef geen romans.

Nu is een Nederlandse vertaling verschenen van een boek dat aan Erasmus Europese bekendheid gaf, dat in veel talen vertaald is en dat ook nu nog zeer lezenswaardige hoofdstukken bevat. Het gaat hier om een boek dat Erasmus helemaal niet als zodanig had willen uitgeven. In 1518 had een drukker van de teksten die hem op slinkse wijze in handen waren gekomen, gewoon een boek gemaakt. Dat gebeurde zonder dat Erasmus er weet van had.

Vijfhonderd jaar geleden scharrelde een, min of meer uit een Nederlands klooster weggelopen monnik in Parijs rond die geld verdiende met het geven van Latijnse les aan zoontjes van rijke Britten. Voor dat onderwijs schreef hij dialogen op, waarin bijvoorbeeld elke beleefdheid die je bij een etentje kunt zeggen, in het Latijn werd weergegeven. Het ging dus niet om de inhoud van die gesprekken, maar om het Latijn, dat opmerkelijk levendig en soepel was.

Een groot schrijver is simpelweg niet in staat om zelfs thema-zinnetjes in een leerboek vervelend te maken. De conversaties die Erasmus opschreef werden door zijn studenten bewaard, overgeschreven, doorgegeven en bereikten zo de clandestiene drukker. Toen Erasmus zag wat die met zijn oefeninkjes gedaan had, maakte hij zelf een nieuwe versie, waaraan hij daarna steeds nieuwe `colloquia', gesprekken, toevoegde.

Sommige gesprekken zijn diepzinnige beschouwingen, andere geven een satirisch portret van het leven in de vroege zestiende eeuw, andere zijn reportages van bijvoorbeeld een schipbreuk of hoe je een prostituee moet redden, weer andere bespotten bepaalde typen mensen, enkele zou je tegenwoordig `columns' noemen, waarin polemieken worden gevoerd of over een grote neus wordt gespot, soms gaat het om een tour de force, bijvoorbeeld een gesprek tussen twee doven, of een dialoog waarin elk antwoord de laatste lettergrepen van de gesprekspartner echoot.

Ook in het Nederlands werden de Gesprekken vertaald. Borstius gaf er in 1684 48 uit die Peter Rabus, de rector van het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam, vertaalde. Daarin echode op `vergapen', apen, en op `quezel' ezel. Rabus droeg de vertaling op aan zijn zevenjarig zoontje. Erasmus had zijn boek opgedragen aan het zesjarig zoontje van de drukker. Men vond dat kinderen niet vroeg genoeg Latijn konden leren. Dat ze daarbij de teksten van deze Gesprekken gebruikten, komt ons ongelooflijk voor.

In de eerste helft van de vorige eeuw zijn twee keer een dozijn gesprekken vertaald door de rector van het Utrechts Stedelijk gymnasium, Singels, en daarna nog eens twee dozijn door Sobry, van wie ik niet weet van welk gymnasium hij rector was. Die vertalingen zijn niet meer te koop. Je moest de `Colloquia' dus in het Latijn, Engels, Frans of Duits lezen. Ik las ze in de vertaling van Craig Thompson, die later ook in het Engels verzameld werk van Erasmus is opgenomen.

In de buitengewoon lovenswaardige opleving van het vertalen van Klassieken heeft Athenaeum nu van Erasmus' Gesprekken een nieuwe Nederlandse vertaling laten maken door de Belgische classica Jeanine de Landtsheer, die `opvallende belgicismen aan Nederlandse oren liet aanpassen'. Er zijn er nog wel een paar in te vinden, maar dat stoorde mij niet. Ik denk dat Erasmus in Leuven ook heel wat Belgisch hoorde.

Het is niet eenvoudig om over de kwaliteit van de vertaling te oordelen. Als, in een zeer vermakelijke en instructieve conversatie tussen vier oude heren, Eusebius aan Polygamus vraagt `Erat uxor?' dan zijn die twee woorden pregnanter dan het vijftal Nederlandse woorden `Was ze dan je vrouw?' En als hij even later vraagt: `Non taedet Polygamia?', dan is `Raak jij dat niet beu, al die vrouwen?' omslachtiger dan het Latijnse `Verveelt veelwijverij niet?' Ik hoop dat u nu nieuwsgierig bent hoe dat gesprek verder gaat.

Is Latijn werkelijk krachtiger dan Nederlands? Of is Erasmus een beter schrijver dan zijn vertaler? Of kon je in 1530 de dingen korter zeggen dan nu? Het beste is om te vergeten dat het om een vertaling gaat maar te proberen om de prozastukken te lezen zonder iets over hun hersprong te weten. Dan valt op dat ze zeer ongelijk zijn. Het thema met beleefde zinnen bij een etentje is hoogstens hilarisch door de opsomming van clichés, die allemaal hetzelfde, en dus weinig, betekenen. De stukken waarin Erasmus zijn afkeer van vis toont, zijn onbegrijpelijk voor wie niet weet hoe in zijn tijd de vis werd bewaard en bereid. Maar zijn beschrijvingen van de Europese herbergen is, ook al is de hotel-ellende nu anders van aard, nog steeds zeer lezenswaard. Zijn stukken tegen het toerisme van zijn tijd, dat als pelgrimage bekend stond, hebben ook niets van hun overtuigingskracht verloren. Het stuk over de manier waarop mensen dolgraag een oorlog beginnen, is akelig actueel.

Op basis van deze stukken zou je een heel boek over Erasmus En De Vrouw kunnen samenstellen. Nee, hij deelt niet het antivrouwisme dat in zijn tijd onder katholieke gestelijken (wat hij toch, in ieder geval nominaal, lange tijd was) hoogtij vierde. Heel beroemd is zijn receptuur voor een goed huwelijk. Een bedrogen echtgenote moest vooral een lekker schoteltje gaan brengen naar de vrouw met wie haar man haar aan het bedriegen was, om hem zo weer terug te winnen. Het is een strategie die door veel schrijvers, van Boccaccio tot Belcampo, is beschreven, maar die door Erasmus serieus werd verdedigd. Het artikel werd direct in alle Europese talen vertaald. Maar als je het goed leest is het, behalve natuurlijk een instemming met de nederige positie van de echtgenote, toch ook een bespotting van de man.

Het lukt je niet om de stukken te lezen zonder je af te vragen hoe dit of dat vijfhonderd jaar geleden in elkaar zat. Dan zijn de korte inleidinkjes bij elk gesprek en de noten achterin van de vertaalster nuttig. Ik vind het altijd eerst een beetje beschamend te merken dat zulke noten vaak rechtstreekse vertalingen zijn, in dit geval van de noten die mijn Thomson gaf, maar eigenlijk is daar niets tegen. Bij de gekozen vijfenveertig gesprekken miste ik eigenlijk alleen de Echo. Dat moet Rudy Kousbroek of Ivo de Wijs, de enige moderne echo-vers-makers die ik ken, maar eens vertalen.

Athenaeum – Polak & Van Gennep belooft ons nog zes delen vertaalde Erasmus en als die van even hoog niveau worden als deze Gesprekken, dan hoop ik ze allemaal te kunnen lezen. Latijn is mooi, het Neolatijn van Erasmus is mooi, het Engels van de Engelse vertalers is ook mooi, maar wij hebben recht om onze beroemde landgenoot in het Nederlands te lezen.

Dat in dit eerste van de zeven delen stukken staan die eigenlijk bedoeld waren om ons Latijn te leren, is een grap die Erasmus niet voorzien zal hebben. Zo gaat het met grote boeken. Het Oude Testament en de Koran staan vol van schandelijke verhalen en misdadige aanmaningen, maar als literatuur zijn ze groots. U hoeft niet alle overtuigingen van Erasmus te delen om van zijn stijl te kunnen genieten. Het zal u trouwens opvallen in hoeveel zaken u het vijfhonderd jaar later wel met hem eens zal zijn.

Het probleem is vaak dat je niet zeker bent wat Erasmus werkelijk zelf vindt. Dat is het mooie van de gespreksvorm. Wie een dialoog van Socrates leest, weet ook vaak niet wat hij nu eigenlijk echt meent. De vergelijking is niet vergezocht. Hier en daar nadert de Erasmiaanse wijsheid en geestigheid die van Socrates. Vroeger kon je `wijsheid en geestigheid' eenvoudig in één woord vatten: spiritualiteit. Maar dat woord is nu `stommigheid en slapheid' gaan betekenen. Bij Erasmus heb je het gevoel dat de woorden nog jong en sterk zijn. Gezichtsbedrog natuurlijk (klassiek Latijn was al duizend jaar dood), maar een bewijs van het grote talent van Desiderius Erasmus. U kende zijn naam, u kunt nu ook zijn boeken lezen.

Desiderius Erasmus: Gesprekken. Vertaald en toegelicht door Jeanine Landtsheer. Athenaeum Polak & Van Gennep, 624 blz. ƒ65,01