De dj die Satie's droom waarmaakt

Philip Glass waardeert zijn muziek, Karlheinz Stockhausen vindt het niks. Aphex Twin maakt muziek met huishoudapparaten.

Op zijn nieuwe dubbel-cd Drukqs wisselt de Britse muzikant Aphex Twin drukke collages op zenuwslopende ritmes af met rustieke, pastelkleurige pianowijsjes. De erfenis van Erik Satie is bij hem in goede handen, maar de pestkop van de elektronische muziek geeft er zijn eigen, stekelige draai aan.

Richard D. James, zoals Aphex Twin eigenlijk heet, is een van de opvallendste figuren in de elektronische pop. De meeste muzikanten in die wereld blijven verborgen achter een flikkerend computerscherm. Nerds zijn het vaak, abstracte computerfreaks die abstracte muziek maken voor abstracte mensen.

Richard D. James is zichtbaarder. Toen hij begin jaren negentig voor het eerst aandacht trok, kwam dat vooral door de tank waarmee hij door het landschap rond zijn geboortestad Cornwall reed. Zijn DJ-sets waren opmerkelijk omdat hij schuurpapier en keukenapparatuur gebruikte om geluid te produceren.

Hij is een pestkop, die onverwacht een paar hits scoorde. De nummers Come To Daddy en Windowlicker kregen dankzij de omstreden clipregisseur Chris Cunningham vervaarlijke en verontrustende videoclips mee. In een zonovergoten filmpje, op het eerste gezicht niet verschillend van de gemiddelde r&b- of hiphop-clip, blijkt iedereen, van de dikste zwarte tot de meest rondborstige bikinidame, het baardige, grijnzende en lelijk vervormde gezicht van Richard D. James te dragen.

James kreeg ook bijval uit de hoek van de serieuze muziek. De beroemde minimalcomponist Philip Glass maakte bijvoorbeeld een orkestversie van het Aphex Twin-nummer Icct Hedral. De nog beroemdere Duitse hedendaagse componist Karlheinz Stockhausen was minder complimenteus. ,,Hij zou er goed aan doen om te luisteren naar mijn stuk Gesang der Jünglinge. (...) Dan zou hij onmiddellijk stoppen met die post-Afrikaanse herhalingen en zoeken naar veranderlijke tempi en ritmes,' zei Stockhausen over James'muziek op de Britse zender Radio 3. James' commentaar: ,,Stockhausen zou moeten luisten naar muziek van mij, Didgeridoo bijvoorbeeld. Dan zou hij wel stoppen met die abstracte ritmes waarop je niet kunt dansen. Denk je dat hij kan dansen?'

Op een bizarre manier brengt James zijn persoonlijkheid in de muziek. Het sterkste voorbeeld daarvan is wel het single-nummer Ventolin, zo genoemd naar een medicijn voor astma-patienten zoals hijzelf. In alle twaalf mixen, destijds verspreid over twee cd-singles, klinkt het naargeestige, bijna letterlijk benauwende gepiep van iemand die in zijn astma-aanval dreigt te blijven. Niet alleen astmalijders zullen naar worden van deze schrille geluiden. Zo confronterend is elektronische muziek zelden geweest.

Toch is de meeste muziek van Aphex Twin nog net wat abstracter dan die van veel van zijn stijlgenoten. Hij neemt niet eens altijd de moeite om er fatsoenlijke titels voor te bedenken. De titel van Drukqs, zijn nieuwe dubbelalbum, is een toespeling op drugs, een onderwerp dat nog altijd gevoelig ligt in de Engelse samenleving. Bij titels als Orban Cq Trx 4 en Petiatil Cx Htdui is helemaal onduidelijk waar het allemaal op slaat. Alsof James willekeurig wat toetsen op het toetsenbord van zijn computer heeft ingedrukt.

Zo lijkt zijn muziek ook tot stand gekomen.

Op Drukqs wisselen ze elkaar keurig af: drukke, nerveuze nummers met metalige klanken en korte, verstilde miniatuurtjes waarin het is alsof de pianowerken van Erik Satie in een bad van pastelkleurige elektronische timbres gehangen zijn.

De associatie met Saties pianomuziek is niet toevallig. Op de hoes van Drukqs zijn de naam van de artiest en de titel van het album gestanst in de hamers van een piano. In een aan de pers rondgestuurd interview antwoordt James op de vraag wat hij de saaiste plaat aller tijden vindt: Drukqs van Eric (sic) Satie. Waarmee hij zijn eigen plaat aan zijn grote voorganger toeschrijft en 'm meteen onderuit haalt - zo kennen we Aphex Twin weer.

Maar `saai' hoeft in de wondere wereld van Aphex Twin overigens nog geen negatieve kwalificatie te zijn, als we dat opvatten als `slaapverwekkend'. Hij beweert dat hij zijn muziek vooral maakt in een toestand van lucid dreaming, ergens tussen slapen en waken in. Dat was de reden dat op het album Selected Ambient Works Vol 2 geen sterke ritmes en beats voorkwamen, zei hij ooit in een interview: die kwamen nu eenmaal niet in zijn dromen voor.

Dat album was overigens het meest zuivere voorbeeld van James' ambient-muziek. De naam ambient werd gemunt door de Britse muzikant Brian Eno, die droomde van een soort muziek die als het ware versmolt met zijn omgeving. Het grote misverstand rond deze muziek is dat die slechts dienst zou kunnen doen als gemakkelijk te negeren achtergrondmuziek. Eno gaf deze muziek in de jaren zeventig een naam, maar het idee gaat ver terug. Erik Satie (1866-1925) was een van de voorlopers met zijn Musique d'ameublement, muziek als meubelstuk. Zulke muziek zou, bij een diner bijvoorbeeld, het gekletter van het bestek moeten verzachten zonder het te overstemmen vond hij, het zou de stiltes in de conversaties kunnen opvullen, het zou het straatgeruis van buiten moeten neutraliseren. Satie was, wat betreft de `negeerbaarheid' van zijn muziek, wat rechter in de leer dan Eno. In zijn boek Ocean Of Sound beschrijft David Toop hoe Satie bij een uitvoering, waarbij de muzikanten verspreid in de ruimte zaten en steeds, heel postmodern avant la lettre, fragmenten van andere componisten speelden, het ongemakkelijke publiek bijna moest dwingen om de muziek te negeren.

Hoewel je het woord ambient tegenwoordig niet veel meer gebruikt wordt, heeft het idee in de hedendaagse popmuziek meer sporen nagelaten dan een paar aardige anekdotes. Het hele lounge-concept, ontspannen deinende muziek voor bij een goed gesprek en een tafel vol tapas en sushi, maakt in wezen Saties dromen waar - al was het maar omdat de bijbehorende muziek zich tegenwoordig beter negeren laat dan beluisteren. Het tegendeel is weer het geval bij de prikkelende geluiden die Aphex Twin aan zijn deels zelfgebouwde apparatuur onttrekt.

Een andere erfenis van ambient, die aan Aphex Twin wel is besteed, is die van de abstractie en de vloeiende vormen, die in de slechtste gevallen kan uitlopen op de totale vormloosheid. Muzikanten in de elektronische hoek erkennen niet langer de dwingende structuur van het liedje met zijn bijbehorende, beperkte tijdsduur, maar laten hun stukken beantwoorden aan hun eigen logica. Dat die logica niet altijd even terughoudend uitvalt als het om de lengte van die nummers gaat, is een ervaringsfeit dat veelvuldig leidt tot veel en veel te lange cd's.

Aphex Twin: `Drukqs' (Warp Records WARPCD92) distr. Zomba