De architectuur van de stilte

Bij Kasteel Wijlre staat een gebouw dat je niet ziet. Dat onzichtbare gebouw is ontworpen door Wiel Arets. Erin is de kunstcollectie van Jo en Marlies Eyck te zien.

In het glooiende Zuid-Limburgse landschap onder Valkenburg beheert het kunstverzamelaarsechtpaar Jo en Marlies Eyck het paradijs. Beheren is eigenlijk een te nuchter woord voor de hartstochtelijke manier waarop kunst en natuur op Kasteel Wijlre worden beleden.

Toen Jo Eyck het monumentale landgoed in 1996 verwierf, was het zeventiende-eeuwse kasteel in stijl en staat aangetast. Kamerdeuren waren donkerrood gecapitonneerd `als in een bordeel', zegt Eyck (72) en de twee buitenterrassen waren belegd met kleine, hoogglanzende tegeltjes die in een ordinaire badkamer thuishoren. Als Eyck de bloemige uitbundigheid van de vroegere tuin beschrijft, krijgt zijn gezicht misprijzende trekken. ,,Wij zijn onmiddellijk begonnen met kappen, snoeien en wieden, met zaaien en planten. De tuin als geheel moest een echte kasteeltuin worden, met bos en gazon, met struiken en bloemen, met groenten en fruit.'

Met in de ene hand een glas witte wijn en in de andere een sigaar leidt hij zijn gast door het resultaat. Alle elementen die een kasteeltuin volledig maken zijn aanwezig. Kaarsrechte, manshoge hagen, onberispelijk geschoren triomfbogen, parterres met grote, lekker ruikende rozen. Met behulp van alle toonaarden groen zijn wisselende perspectieven opgericht. De lange zichtassen leiden soms naar een beeld aan het eind, een metershoge cirkel van Ad Dekkers of een vergulde torenhaan op een sokkel. In een van de parterres staat een ogenschijnlijk gewoon houten tuinhuisje. Marlies Eyck: ,,Het was oorspronkelijk wit. Ik liep er een keer met Peter Struycken langs en zei dat ik het zo'n onbenullig wit huisje vond, tussen al het groen. Hij heeft het lichte kleuren gegeven en nu is het een heerlijke goudrenet.'

In Wijlre helpen kunstenaars de natuur een handje, en omgekeerd. In het dichtbegroeide bos heeft Guiseppe Penone een natuurlijke sculptuur aangelegd. Het kunstwerk bestaat uit een padenpatroon omzoomd met holle beukenhagen die in vorm worden gehouden door een roestig ijzeren staketsel. Het hegdek vertoont veel gaten en het zal nog minstens een jaar duren voordat van een volwassen kunstwerk kan worden gesproken. De natuurcreaties van Penone gaan sowieso niet van een leien dakje. Aanvankelijk bestond de ondergrond uit een bamboe-vlechtwerk, maar bamboe weerstaat het Hollandse klimaat niet, dus moest het door ijzer worden vervangen. Penone overweegt nog om de paden te beleggen met voetafdrukken van mos, maar vooral Marlies Eyck ziet tegen die voetstappen op omdat zij een te grote letterlijkheid vreest. Een vrees die weleens gegrond zou kunnen blijken. Aan het eind van een van de paden plantte Penone een bronzen boomstam die op een natuurlijke manier begroeid moet raken. Tot nu toe heeft geen klimgewas zich aan het bruine brons gewaagd en lijkt het kunstwerk sprekend op een dode boom die op verwijdering wacht.

Verven en lakken

Een loopbaan als handelaar in verven en lakken heeft Jo Eyck de middelen geleverd om een aanzienlijke collectie moderne kunst op te bouwen. Daarnaast speelde hij in talloze culturele raden een constructieve rol met zijn grenzeloze kunst-interesse, zijn bestuurlijke vermogen en zijn afkeer van bekrompenheid. Nu hij zich uit de meeste besturen heeft teruggetrokken, profiteert vooral zijn eigen domein in Wijlre van zijn aanstekelijke bevlogenheid. Het kasteel, de tuinen en het bos zijn voorbeeldig in orde. De jongste aanwinst op het terrein, een vrijstaand tentoonstellingspaviljoen naast het kasteel, werd dezer dagen voltooid. Het betonnen gebouw naar ontwerp van de Heerlense architect Wiel Arets is een klein meesterwerk geworden.

De eerste plannen voor het paviljoen dateren uit 1997. De orangerie, de orchideeënkas en het kippenhok in de tuin naast het kasteel verkeerden in deplorabele staat. De oorspronkelijke opstallen moesten verdwijnen of vervangen worden en Jo Eyck besloot tot het laatste. Omdat het geringe formaat van het kasteel niet veel ruimte biedt om de kunstcollectie te tonen, werd het plan voor een apart museumhuis geboren. De orangerie, het kippenhok en de orchideeënkas werden in het programma van eisen opgenomen. Van meet af aan wist Jo Eyck dat Wiel Arets het wonderlijk ensemble moest ontwerpen. Als jurylid van de Edmond Hustinxprijs, die in 1991 door Arets met zijn toenmalige compagnon Wim van den Bergh werd gewonnen, was Eyck onder de indruk geraakt van de ontwerpkunst van de toen pas vijfendertigjarige architect.

Jo Eyck: ,,Sindsdien ben ik hem nauwkeurig blijven volgen. De Academie van Beeldende Kunsten hier in Maastricht vind ik een schitterend gebouw. Zijn architectuur is eerlijk, ruimtelijk poëtisch en ambachtelijk gemaakt. Daarbij koestert zijn bouwkunst een bijzondere verstandhouding met de omgeving en dat is hier in Wijlre de omringende natuur, die zeer nadrukkelijk aanwezig is.'

Het eerste ontwerp waarmee Arets kwam aanzetten was een eenvoudige, platte doos. De hoogte van de oude orangerie en kas bepaalde de maat. Opdrachtgever en architect draaiden de doos om en om, bekeken hem van alle kanten en kwamen tot de slotsom dat het een saaie bedoening was. Een jaar later, na vruchtbare discussies, onvermijdelijk gedoe over geld en momenten van totale wanhoop, lag het ontwerp op tafel waarover beiden tevreden waren.

Onzichtbaar

Als er één werk voldoet aan het verlangen van Wiel Arets om onzichtbare architectuur te maken dan is het wel deze kunstgalerij. Letterlijk onzichtbaar, omdat het bouwwerk voor de helft onder de grond ligt en het bovengrondse gedeelte aan de toegangszijde verdwijnt achter manshoge hagen die als schuttingen om de gevels zijn geplaatst. De hagen, die nu nog jong en doorschijnend zijn, hebben het gebouw zijn naam gegeven, Hedge House.

Over de figuurlijke onzichtbaarheid heeft Arets ooit (1994) in algemene zin geschreven: ,,Het zou mooi zijn als het ontwerp zou kunnen leiden tot onzichtbare architectuur, tot een gebouw waar je doorheen kunt gaan, maar dat je niet kunt zien en dat je brengt tot onverwachte ontmoetingen en gebeurtenissen.' Het Hedge House benadert dit uiteraard onbereikbare ideaal. In het hoekig slakkenhuis van beton en glas heeft de bezoeker aan het licht en de ruimtelijke compositie voldoende om zijn weg te vinden en van de `afwezige' architectuur te genieten. Niet alleen de geëxposeerde kunst zorgt voor de onverwachte ontmoetingen en gebeurtenissen, in het interieur biedt ook het wisselend perspectief, net als in de tuin, de ene verrassing na de andere.

Er is nog een aspect in het werk van Arets waardoor zijn architectuur zich nergens opdringerig manifesteert: het kent geen details waaraan het oog blijft haken. Geen sierrandje, geen kleur, geen relief. De strakke geometrische vormen zijn samengesteld uit gepolijste, betonnen vlakken waarachter alles is weggestopt. Binnen is geen leiding, stopcontact of lichtknopje te zien. En buiten ook het hellende dak is van beton – zoekt men tevergeefs naar goten en regenpijpen. De gladde huid, die met zijn aardse kleur uitnodigt om er liefdevol overheen te wrijven, heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht. De grote glasvlakken waarmee het beton wordt afgewisseld halen de natuur met volle teugen binnen. Arets is een meester in het creëren van doorzichten waardoor het licht reikt tot in de diepste uithoeken van het gebouw.

De materialen – het gepolijste beton voorop –, het ascetische karakter van de architectuur en de wijze waarop Hedge House volledig in de natuur ligt ingebed, verraden de grootste inspiratiebron van Wiel Arets, Japan en in dat land vooral de architectuur van Tadao Ando. Het is de bouwkunst van de stilte die de bezoeker een bijna verheven stemming bezorgt. Alle elementen dragen tot die stemming bij, de sobere trappen, de orangerie en de orchideeënkas die boven de expositieruimte zweven, zelfs het kippenhok, een juweel van roestvrij staal, schaart zich moeiteloos tussen natuur en kunst.

Het is de droom van Jo Eyck dat de bezoekers van het Hedge House en de tuinen rond Kasteel Wijlre, gelijkelijk genieten van kunst, architectuur en natuur. Het echtpaar Eyck kijkt met hetzelfde genoegen naar een prunisboom als naar keramiek van Guido Geelen. Om deze overtuiging tot uitdrukking te brengen zijn bij de tentoongestelde kunstwerken geen namen van de makers te vinden. Jo Eyck: ,,Het is hier geen museum. Je komt bij privé-mensen in huis. De bezoekers moeten eerst maar kijken wat zij ervan vinden. Op aanvraag kan men een plattegrondje krijgen waarop staat waar welk kunstwerk hangt of staat en wie het heeft gemaakt.' Op de eerste tentoonstelling van werken uit de eigen collectie zijn dat onder andere Carel Visser, Leo Vroegindeweij, Tony Cragg, Donald Judd, Richard Long, Ger van Elk, René Daniëls en Marlene Dumas. De beelden, schilderijen en tekeningen zijn zo ruim gearrangeerd, dat de kunst niet de kans krijgt om de architectuur en de natuur te overvleugelen.

Over het groene tuinpad op weg naar de uitgang, waar nog een elegante stalen poort moet komen, uiteraard naar ontwerp van Arets de Japanner met de zachte g vertelt Eyck dat hij heeft besloten om het Hedge House en de tuinen twee dagen per week voor publiek open te stellen ,,omdat er in deze streek op cultureel gebied helemaal niets gebeurt. Nu kan men vanuit Maastricht een kleine dag-excursie maken. Na Wijlre misschien nog door naar Vaals, naar de prachtige kloosterarchitectuur van Dom van der Laan. Bij elkaar is dat tenminste íets.'

Intussen zijn de auto's het is een van de eerste dagen van openstelling op de smalle kasteelweg met elkaar verstrikt geraakt. Een heuse opstopping. Jo Eyck geniet. Het paradijs slaat aan.

Het Hedge House is elke donderdag en vrijdag geopend van 11 tot 17 uur. Toegangsprijs tien gulden. Adres: Kasteel Wijlreweg 1, Wijlre. Zuid-Limburg.