De angst van België

Filip Rogiers was tot voor enkele jaren een van de nuchterste journalisten van de Belgische krant De Morgen. Tegenwoordig schrijft hij voor het weekblad Knack. Op weinig plaatsen in Vlaanderen wordt meer gereflecteerd over een principiële houding tegenover het Vlaams Blok. Die bezinning zet Rogiers verder in Eigen schuld eerst. Met dit boek steekt hij de hand in eigen boezem, de boezem van alle verlichte geesten die sinds de eerste zwarte verkiezingszondag van 1988 op kruistocht zijn tegen het fascistische gevaar.

Al 13 jaar sloven mediamensen, politici en kunstenaars zich uit om hun afkeer te bewijzen van het Vlaams Blok en intussen rukt extreem-rechts verkiezing na verkiezing rustig verder op. Bij weldenkende mensen wekt dit geen verbazing. De stijl zelf van de strijd tegen rechts werkt contraproductief. Het zijn die fouten in de strijd die Rogiers tracht te detecteren.

Eigen schuld eerst is kritisch van de eerste bladzijde tot de laatste. Toch maakt Rogiers geen deel uit van een klein, maar groeiend peloton zwartkijkers. Integendeel, zijn boek bepleit het herstel van het geloof in de maakbare samenleving. Niet alle journalisten zijn goede boekenschrijvers. Soms laat Rogiers zich nogal meeslepen door zijn betoog. Hij wordt dan wijdlopig en verliest aan helderheid.

Maar globaal genomen getuigt Rogiers van een juist inzicht in de sterkte van het Vlaams Blok en in de zwakheden van zijn tegenstanders. Laatstgenoemden zijn geobsedeerd door het Blok. In plaats van uit te gaan van de eigen kracht van de democratie, concentreren ze zich op retoriek en strategie. Dat wil zeggen dat hun uitspraken en hun beleid belast worden door de aanwezigheid van het Blok op de achtergrond. In de media wordt het paradijs van de multiculturele samenleving niet alleen gepromoot, maar zelfs voorgesteld als grotendeels gerealiseerd. Migranten of sociale werkers die kritiek uiten op het beleid komen niet aan het woord, omdat ze lijken te bevestigen wat het Blok zegt. De politieke wereld vertoont een gelijkaardige denktrant. De problemen van de multiculturele samenleving worden er genegeerd.

Sinds 1988 is bijgevolg niet de minste vooruitgang geboekt in de relatie tussen Vlamingen en allochtonen. Een beleid is er volgens Rogiers gewoonweg niet. De desintegratie zet zich verder. Migranten rekenen in feite al lang niet meer op een verbetering van het algemene klimaat en scheppen hun eigen samenleving.

De origineelste bladzijden van Eigen schuld eerst analyseren de Belgische politieke praktijk. Daar situeert Rogiers de dieper liggende oorzaken van het succes van rechts. En daar liggen dus ook de mogelijkheden tot remediering, vindt hij. De wetgeving, legt hij helder uit, loopt op alle domeinen achter op de veranderingen in de samenleving. Van de huidige samenlevingsvormen of beroepssituaties worden sommige wel, andere niet door de wet geregeld. De wet is niet meer representatief. Hij discrimineert. Rogiers geeft toe dat bepaalde factoren in het succes van rechts aan de controle van de politiek ontsnappen. Het enige wat ze wel kan doen, is het Vlaams Blok zelf te vergeten en te zorgen voor een aangepaste wetgeving.

Filip Rogiers: Eigen schuld eerst. Wat we niet willen horen over extreem-rechts in Vlaanderen. Nijgh & Van Ditmar, 184 blz. ƒ26,33