Cultuurbezoek neemt toe

Nederlanders van twaalf jaar en ouder brengen minder vrije tijd door buiten de deur – 2,5 uur per week – maar gaan wel vaker naar cultuurinstellingen. Vooral het bezoek aan bioscopen en cabaretvoorstellingen is toegenomen. Dat blijkt uit het vijfjaarlijke vrijetijdsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), vastgelegd in het rapport Trends in de Tijd.

Nederlanders besteden gemiddeld een half uur per week aan cultuurbezoek. 71 Procent van de ondervraagden zei in 1999 wel eens een culturele instelling te hebben bezocht. In 1991 was dat 66 procent. Bezoek aan de `elitaire kunsten' (klassieke muziek, ballet en toneel) liep terug van 42 procent in 1991 naar 42 procent in 1999. Bezoek aan de `populaire kunsten' (popmuziek, musical, film, cabaret) steeg van 50 naar 57 procent. Amateur- en beroepstoneel blijft de populairste cultuuruiting: 24 procent van de ondervraagden ging in 1999 naar toneel. Elf procent daarvan ging alleen naar amateuruitvoeringen.

Uit het onderzoek blijkt dat de smaakscheiding tussen hoger- en lager opgeleiden verder is vervaagd in de jaren negentig. Ook laag opgeleide bejaarden gaan naar een klassiek concert, en ook hoog opgeleide jongeren gaan naar popconcerten en publieksfilms. Volgens het SCP is deze vervagende smaakscheiding de oorzaak van een bescheiden cultuurspreiding, en draagt het overheidsbeleid hier nauwelijks aan bij. De trend dat cultuurbezoekers steeds meer alleseters worden, die elitaire- en populaire cultuuruitingen door elkaar zien, is gestagneerd.

Ingedeeld in leeftijdsgroepen laten de Nederlanders wel verschillen in smaak zien, al zijn hier ook enkele verschuivingen zichtbaar. Mensen van onder de vijftig jaar gingen minder vaak naar klassieke concerten, mensen ouder dan 65 gingen juist vaker. Film is niet alleen meer voor jongeren; ook 35plussers gaan vaker naar de bioscoop. Vijftigplussers gaan vaker naar cabaret. Mensen onder de vijftig doen sowieso minder aan cultuur. De enige gunstige uitzondering vormen de jongeren (twaalf tot 19 jaar), die vaker naar toneel gaan.