Angst

Volgens een recente opiniepeiling vreest iets meer dan de helft van de Amerikaanse bevolking binnenkort het slachtoffer te worden van een terroristische aanslag. Ik moet bekennen dat die vrees mij niet geheel vreemd is. Ik heb me al menig rampenscenario in het hoofd gehaald wanneer de New Yorkse metro weer eens een van zijn vele vertragingen opliep.

Het is natuurlijk flauw de media de schuld te geven van je eigen irrationele angsten, maar onschuldig aan het voeden ervan zijn ze (we) beslist niet. Het aantal presentatoren, verslaggevers en commentatoren dat de afgelopen weken geen onzin heeft uitgekraamd is minimaal. ,,In Cipro we trust'', meldde presentator Tom Brokaw recentelijk terwijl hij een doosje pillen omhooghield. Goed, zijn assistente was slachtoffer geworden van een antraxbrief, maar geruststellend is zo'n opmerking geenszins. CBS News-presentator Dan Rather benadrukte deze week dat vooralsnog slechts enkelen aan miltvuur zijn overleden, desalniettemin wijdde hij weer een hele uitzending aan de anthrax scare.

Het feit dat `onschuldige' zaken als de griep of salmonella in de afgelopen twee weken veel meer slachtoffers hebben geëist, zoals The New Yorker fijntjes meldde, raakt op zo'n manier ondergesneeuwd. Het probleem wordt nog verergerd door de vele tegenstrijdige berichten. Op een avond hoor je de ene expert bij CNN vertellen dat het uiterst moeilijk is antrax te produceren, terwijl een volgende geleerde bij Fox News beweert dat een eerstejaars biologiestudent het met de juiste middelen ook kan.

Ook kranten doen vrolijk mee. The New York Times drukt dezer dagen nieuws af waarvan je je kunt afvragen of het werkelijk ,,fit to print'' – zoals de slogan van de krant luidt – is. De gerespecteerde columniste Maureen Dowd begon een column met de opmerking dat ze haar bijdrage zat te tikken met handschoenen aan. The New York Post had een verhaal met de opbeurende kop ,,Attacks will probably get worse.''

De vrees onder het Amerikaanse journaille is begrijpelijk: de antraxbrieven zijn behalve aan politici ook aan journalisten gericht. Maar tegelijkertijd hebben de media de taak irrationele angsten onder de bevolking weg te nemen. En wat je van de media mag verwachten, dat geldt in nog sterkere mate voor de overheid. Maar zelfs diverse officiële instanties doen ongebreideld mee aan het aanwakkeren van angst. Vorige week vaardigde de FBI een waarschuwing uit dat een nieuwe terroristische aanslag binnen enkele dagen kon worden verwacht. Wat, waar en hoe, daar wist niemand antwoord op. De miltvuurbacteriën in de brief aan leider van de Senaat Tom Daschle werden door de autoriteiten aanvankelijk omschreven als `weinig bijzonder', maar gisteren moest men toegeven dat het goedje juist `extreem gevaarlijk' is.

Niet dat de media niet proberen de feiten van onzin te scheiden. Maar zoals Ted Koppel, die elke avond in zijn programma Nightline een fact check uitvoert, deze week opmerkte: ,,Het is alsof je de oceaan met een lepel probeert leeg te scheppen.'' Voor 11 september was het voor iedereen met een beetje gezond verstand niet moeilijk idiote geruchten die op internet circuleren naast zich neer te leggen. Maar nu het onwaarschijnlijke waarheid is geworden – de Twin Towers vernietigd, biologische terreur per post – lijken voorheen belachelijk samenzweringstheorietjes opeens niet meer zo vergezocht. Zelfs nuchtere nieuwsprogramma's als het eerder genoemde Nightline en 60 Minutes brachten deze week ronduit sensationele reportages die in de boulevardpers niet zouden misstaan: Nightline liet de gevolgen zien van een eventuele antraxaanval op het metrostelsel van New York en 60 Minutes onderzocht de mogelijkheid van een aanslag op een kerncentrale.

Intussen is nieuws over Afghanistan geheel afhankelijk van het bioterrorisme in Amerika. Als er weer iets nieuws te melden valt over antrax verdwijnt Afghanistan onmiddellijk van de radar. Time vatte die schizofrene situatie nog het best samen door het omslagverhaal van deze week, `Shadow of Fear', zowel over de bommen op Afghanistan als de miltvuurangst in Amerika te laten gaan.