Afghaanse offensieven

Het ziet er uit als een eend, het kwaakt als een eend, het waggelt als een eend, dus zal het wel een eend zijn. Deze redenering lijkt van toepassing op de mededeling van minister Rumsfeld dat Amerika voor onbepaalde tijd de proeven voor de bouw van een raketschild uitstelt. Het uitstel komt na de ongeclausuleerde steun die president Poetin afgelopen weekeinde in Shanghai gaf aan de Amerikaanse campagne tegen de Afghaanse Talibaan. Poetin: ,,Ik meen dat zijn (Bush) actie afgewogen en doelmatig was, gezien het gevaar waarmee de Verenigde Staten werden geconfronteerd.'' Als dit geen ruil is, wat is het dan wel? Rumsfeld over het uitstel: ,,Het is geen kluif voor wie dan ook.''

Sinds 11 september zijn er in het internationale krachtenveld meer factoren in het spel dan daarvoor. Volgens uitspraken van de afgelopen weken houdt de Amerikaanse regering vast aan haar voornemen een raketschild te bouwen als verdediging tegen aanvallen door zogenoemde `schurkenstaten'. Bij een overstroming schrapt men beter niet de brandverzekering, was de redenering. Maar nu het moment nadert waarop voortzetting van de proeven een feitelijke schending van het ABM-verdrag zou opleveren, schrikt het Bush-team terug. Prioriteiten zijn verschoven. Op de afzienbare termijn gaat het in de eerste plaats om het overeind houden van de coalitie achter de antiterreurcampagne. Rusland is daarvan het belangrijkste lid.

De bombardementen op doelen in Afghanistan duren ononderbroken voort en houden begrijpelijkerwijs de publieke aandacht vast. Maar tegelijkertijd is er een diplomatieke campagne op gang gekomen die zich dagelijks verder verwijdert van het oorspronkelijke doel: uitschakeling van de vermeende daders van de aanslagen in New York en Washington. De toekomst van Afghanistan, of, nauwkeuriger gezegd, van het bestuur over dat land, is inzet van een breed opgezet politiek offensief waarin de VN, alle Afghaanse facties (inclusief `gematigde' Talibaan) en de buurlanden een rol spelen. Dat offensief speelt zelfs in zekere zin het militaire offensief parten. De luchtoorlog wordt in de tijd uitgesmeerd om de druk te handhaven. Partijen moeten intussen een `pan-Afghaanse' oplossing zien te vinden voor de historische bestuurlijke impasse in hun land.

Het is eerder vertoond: het gebruik van het luchtwapen om politieke resultaten af te dwingen. Vietnam, Bosnië, Irak en Servië komen in gedachten. Het zijn geen voorbeelden die tot optimisme aanleiding geven. (In Servië bood Russische hulp op het laatste moment een uitweg). Zelfs in de gevallen waarin een crisis kon worden bezworen, duurt de impasse voort. Ook het gebruik van de VN belooft weinig. Cambodja geldt nog steeds als een geslaagd VN-experiment waar het gaat om het stichten van een duurzame vrede in een verscheurd land.

Diplomaten en politici zwermen nu uit naar de getormenteerde regio. De politiek poogt het heft in handen te krijgen in een gebied waar chronisch het geweld heerst. Dogma's van gisteren zijn vandaag ongeldig geworden. Misschien was het beter geweest wanneer de politieke bezinning was voorafgegaan aan de militaire campagne. De gekozen volgorde schept zo haar eigen problemen.