WWW-operatie

Prof. Flip de Kam geeft in deze krant van 11 oktober een interessante beschouwing over wat hij noemt de WWW-operatie. Hij bedoelt hiermee het voornemen om in elk begrotingsonderdeel antwoord te geven op drie vragen: Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag dat kosten? Op grond van de eerste vier begrotingen die hij heeft gelezen die totaal niet meer dan 0,3 procent van de rijksuitgaven bestrijken concludeert hij dat de ministers hiervan nog niet veel terechtbrengen.

Voor een deel van één van die vier begrotingen is echter niet zozeer een minister verantwoordelijk, maar de Tweede Kamer. Die staat van harte achter de WWW-operatie omdat de relatie tussen doel en middelen daardoor ook voor het parlement duidelijker wordt. De Kam vindt het inconsequent dat de Kamer dan aan haar eigen interne begroting geen opsomming van meetbare doelstellingen toevoegt.

In de Kamer is hier natuurlijk serieus over nagedacht. Daarbij was de conclusie dat de voor de burgers interessante producten van het parlement niet meetbaar zijn aan te geven. De Tweede Kamer heeft voor zichzelf een apparaatsbegroting, geen programbegroting. De aantallen te behandelen wetsvoorstellen, te stellen schriftelijke vragen, te houden commissievergaderingen en plenaire debatten zeggen immers niets over de effectiviteit van het parlement. De overtuiging dat democratische instituten, waaronder de Tweede Kamer, per saldo heilzaam zijn voor de samenleving zullen, naar ik hoop, velen delen, maar dat betekent nog niet dat dat saldo in guldens kan worden uitgedrukt.

Voor de overige in zijn column aan de orde komende begrotingen geldt min of meer dezelfde redenering. Bij die van het ministerie van Algemene Zaken geeft hij echter wel een voorbeeld. Als meetbaar resultaat van de coördinatie van het algemeen regeringsbeleid belangrijkste taak van de minister-president noemt hij het aantal gevallen waarbij ministers uitspraken hebben gedaan strijdig met het officiële regeringsbeleid. Dat kan niet serieus bedoeld zijn. Niemand hoeft zich te schamen voor de conclusie dat er enkele overheidsinstanties zijn die niet zinvol met de WWW-vragen kunnen worden geanalyseerd. De Tweede Kamer wel het minst. Maar op een andere manier krijgt die een bij uitstek meetbare beoordeling: bij de verkiezingen op 15 mei 2002.