Wonen

Op de tentoonstelling in het Rijksmuseum over de omstreden zogenoemde Vinex-nieuwbouwwijken las ik dat de meeste bewoners zeer tevreden zijn over de kwaliteit van hun woningen. Ik voelde me met terugwerkende kracht hevig jaloers worden. Had ik niet zelf in het pre-Vinex-tijdperk met veel minder genoegen aan een nieuwbouwproject deelgenomen?

Het was in de beginjaren zeventig. Als je jong was en meeslepend wilde leven, ging je in die jaren met je zwangere vrouw naar een mooi, maar suf dorp waar een slecht verstaanbaar dialect werd gesproken. Kerken waren er meestal wel, restaurants behalve de afhaalchinees – en bibliotheken zelden.

Een ideale plek om je snel oud te voelen worden.

Maar iedereen deed het dus waarom jij niet?

Die rijtjeswoning zag er op het eerste gezicht best comfortabel uit. Met trots stapte je er de eerste dagen binnen. Je eerste koopwoning! Ik zie deze blijdschap terug op de foto's met die jonge mensen in het Rijksmuseum. Tegelijk voel ik weer de huiver die ons beving toen we op een avond iemand luidruchtig bij ons hoorden binnenvallen. Jezus, wie was die gek?

Vergissing. Het was de nieuwe buurman aan onze rechterkant die voor het eerst zijn eigen woning was binnengestapt. Aardige man, maar hij had iets te veel talent voor rumoer. De rest van het gezin trouwens ook. Hun stemmen schalden door het huis, trappen werden met geestdriftig geklos beklommen en radio en tv stonden permanent op volle oorlogssterkte aan.

Het was algauw niet meer te harden. Uitslapen in de weekends was er niet meer bij, omdat de kinderen dan joelend bij hun ouders in bed kropen. Op zondagmiddag moest ik mijn vingers in mijn oren stoppen om te voorkomen dat ik bij de buurman de voetbaluitslagen op de radio hoorde. Ik wil die nooit horen omdat ik 's avonds liever in spanning naar Studio Sport kijk. Een vertrouwd geluid werd ook de opgewekt klaterende urinestraal van de buurman.

We hadden qua geluidsisolatie een volstrekt ondeugdelijke woning gekocht.

Een deskundige van het Instituut voor Gezondheidstechniek TNO uit Delft kwam, zag en vernietigde onze laatste hoop. Hij constateerde dat er B-33 blokken waren gebruikt. B-33 blokken? Nooit eerder van gehoord, maar vanaf dat moment zouden ze een heel eigen, onheilspellende plaats in ons leven innemen. Die blokken zijn van een zeer lichte, dunne steen waarvan het effect gelijkstaat aan een halfsteensmuur.

Na veel getouwtrek bood het verantwoordelijke bouwbedrijf alle huiseigenaren gratis voorzetwanden aan. Onze TNO-man reageerde sceptisch: daarmee viel deze bouwblunder niet te herstellen.

Na een jaar lijden besloten we ons huis te verkopen. Maar hoe? We mochten het gebrek niet verzwijgen. Met lood in de schoenen stelden we de aspirant-kopers op de hoogte. De man keek ons met een kort grijnsje aan en zei: ,,Wij zijn zelf ook een druk gezin, dus dat is geen probleem.''

Ik wilde nog maar één ding: een vrijstaand huisje, al was het een hut op de hei. Want niet alleen de muur, maar ook de mens bepaalt de gehorigheid van een huis.