Wij, ridder van het Gulden Vlies

Tijdens het staatsbanket met het Spaanse koningspaar viel koningin Beatrix op door de bijzondere onderscheiding die zij droeg: een gouden keten met daaraan hangend een gulden vlies. Het betrof het versiersel van de ridderorde van het Gulden Vlies. De opname van onze vorstin in deze illustere orde is opmerkelijk, want zij voldoet eigenlijk niet aan de traditionele voorwaarden. Dat zij toch toe kon treden heeft mede te maken met een hevige ruzie over de zeggenschap over de orde. Deze leidde tot een splitsing met als gevolg dat de orde nu twee soevereinen heeft. Beiden zijn van mening dat zij de énige echte opvolger van de stichter zijn.

Die stichter van de orde van het Gulden Vlies was Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Hij richtte de Vliesorde in 1430 op met als doel de bescherming van het christelijk geloof en het organiseren van een kruistocht tegen de islam. Deze religie rukte toentertijd steeds verder op naar het westen. ,,Mijn paard zal hooi eten op het altaar van de Sint Pieter'', snoefde een Turkse sultan.

Om gemeenschappelijk tegen de islamieten te kunnen optreden werden her en der in Europa speciale ridderorden opgericht. Het waren broederschappen van hoge edelen, die beloofden de christenheid te verdedigen. Het was dus niet verwonderlijk dat ook Filips van Bourgondië een ridderorde stichtte. Als symbool koos hij het Gulden Vlies. Dit verwees naar de in die jaren veelgelezen legende over Jason en de Argonauten. Zij waren er na veel moeilijkheden in geslaagd een bijzondere gouden ramsvacht (gulden vlies) te bemachtigen. Hertog Filips zag de dappere Argonauten als de eerste ridders en zichzelf als Jason, hun leider. Het Gulden Vlies beschouwde hij als zinnebeeld van wat hij wilde veroveren.

Natuurlijk had de orde ook een politiek karakter. De eerzuchtige hertog wilde de hechtheid van zijn landen graag verstevigen. De toelatingseisen waren dan ook streng. Slechts zeer hoge edelen (alleen mannen natuurlijk) konden `Vliesridder' worden. Ze mochten van geen enkele andere orde deel uitmaken, behalve als ze daarvan hoofd waren. En, heel belangrijk, ze moesten hem trouw zweren. Zo bond de hertog de invloedrijkste heren in zijn graafschappen en gewesten aan zich.

De ordebroeders kregen ook bijzondere privileges. Een belangrijk voorrecht was dat een Vliesridder nooit voor een gewone, wereldlijke rechtbank hoefde te verschijnen. Alleen mederidders mochten over hem oordelen. Helaas trok koning Filips II van Spanje, opvolger van Filips de Goede en vijfde soeverein van de Vliesorde, zich niets van dit verheven ridderlijke ideaal aan. In 1568, aan het begin van de opstand van de Nederlanden tegen zijn bewind, liet hij de graven van Egmond en Hoorne, beiden Vliesridders, in Brussel onthoofden. Dat hij dit deed zonder overleg met de ridders en aldus de ordestatuten op grove wijze schond leidde alom tot extra grote verontwaardiging over deze gruweldaad. Overigens was de oorspronkelijke droom van onderlinge broederschap op dat moment al danig verstoord. Want in de Vliesorde zaten diverse ridders die elkaar niet konden luchten of zien, zoals prins Willem I van Oranje, voorouder van onze koningin, en diens beruchte tegenstander de hertog van Alva. Toch bleef de orde onder leiding van de Spaanse koningen bestaan. Wel moesten de ridders voortaan het katholieke geloof verdedigen.

Maar toen ging het fout: in 1700 stierf de Spaanse koning Karel II kinderloos. Wie moest hem opvolgen als soeverein van de Orde van het Gulden Vlies? Twee verre neven meldden zich aan. De een was keizer Leopold van Habsburg (Oostenrijk), de ander de nieuwe koning van Spanje. Beiden begonnen meteen met het benoemen van nieuwe leden, zodat er Spaanse en Oostenrijkse Vliesridders kwamen. Na zo'n vijftig jaar ruziemaken moest men de realiteit erkennen: voortaan waren er twee Vliesorden, een Oostenrijkse en een Spaanse. De eerste, onder leiding van Otto van Habsburg, is het godsdienstig en aristocratisch karakter trouw gebleven. Slechts praktiserende katholieken van onberispelijke hoogadellijke komaf worden toegelaten. De Spaanse evenwel is in 1851 omgezet in een `gewone' ridderorde, zonder band met adel of kerk. Aldus konden de Franse president Thiers, keizer Hirohito, onze eigen prins-gemaal Hendrik, ja zelfs een Turkse sultan (!) worden opgenomen.

De huidige soeverein, koning Juan Carlos is nog een stap verder gegaan: hij benoemt ook vrouwen. En zo kon het gebeuren dat koningin Beatrix ridder werd van het Gulden Vlies.