Wederopstanding der communisten

Communistisch links heeft een handvat om zich opnieuw te manifesteren.

Toen in 1991 de Sovjet-Unie werd opgeheven, leek het ook met communistisch links in West-Europa gedaan. Tien jaar later steekt deze vleugel ter linkerzijde echter weer de kop op. In het protest tegen de oorlog in Afghanistan komen verschillende stromingen samen. Maar naast traditioneel pacifisme is ook anti-imperialisme een van de grootste gemene delers gebleven.

Dat oogt verbazingwekkender dan het is. Nadat enkele communistische partijen zich onder druk van de onttakeling van hun grootste zusterpartij moesten omvormen tot quasi-sociaal-democratische partijen op straffe van zelfvernietiging ontstond er namelijk ruimte op de aldus verlaten flank.

In Italië, waar de communistische partij al sinds de Tweede Wereldoorlog een wat eigengereide koers had gevaren, leidde de transformatie van de PCI naar de Partij van Democratisch Links tot de oprichting van een herboren Communistische Partij. Electoraal kan deze partij niet tippen aan de voormalige PCI maar ze heeft wel meer dan marginale betekenis. Ze heeft succesvol weten in te breken in enkele oude bolwerken van het Italiaanse communisme.

In Nederland was de CPN, die medio jaren tachtig reeds haar voornaamste dogma's over de klassenstrijd had vervangen en mede daarom haar bestaansrecht had verloren, in 1990 al opgegaan in GroenLinks. De vrijgekomen ruimte werd echter niet alleen opgevuld door deze nieuwe fusiepartij. De Socialistische Partij, ooit een crypto-maoïstische organisatie die onder leiding van Jan Marijnissen een opener karakter kreeg, nam een deel van het potentiële electoraat over. De SP is nu met vijf zetels in de Tweede Kamer bijna net zo groot als de CPN tijdens haar hoogtijdagen begin jaren zeventig.

Zelfs in Duitsland hebben de oude communisten zich niet overgegeven. Aanvankelijk leek de PDS niet veel meer dan een vluchthaven voor kiezers met heimwee naar de DDR. Maar een paar jaar geleden bleek dat de PDS ook in het Westen bresjes kon slaan in de gelederen van SPD en Grünen. Afgelopen zondag werd dat nogmaals geïllustreerd bij de gemeenteraadsverkiezingen in Berlijn.

Een uitzondering op deze trend was Frankrijk, de communistische partij deed zoveel mogelijk alsof er niets was veranderd. Weliswaar is de PCF gehalveerd ten opzichte van een decennium geleden, ze kan dankzij haar vakbond CGT en de `cohabitation' van de socialistische premier Jospin nog steeds gebruik maken van haar wippositie.

Nieuwe en oude communistische dan wel socialistische partijen hebben één overeenkomst. Ze appelleren aan een grondtoon die sociaal-democraten en groenen de laatste tien jaar over het hoofd hebben gezien: de behoefte aan protest tegen een gevestigde orde die door één op de tien kiezers per definitie niet worden begrepen.