Wat zit er in de boerenkool?

Een `snoeptafel', zo noemde mijn oude Amsterdamse buurvrouw haar weelderige boezem. Een bos hout voor de deur, zeggen foute kantoormannen nog steeds. De vrouwelijke borstomvang heeft altijd aanleiding gegeven voor vreemde benamingen en mystificatie. In de jaren vijftig en zestig deed onder tienerjongens bijvoorbeeld het verhaal de ronde dat de rondborstigheid van Sophia Loren en Brigitte Bardot (en daarmee die van alle Italiaansen en Françaises) te danken was aan de grote hoeveelheden knoflook die in Frankrijk en Italië werden geconsumeerd.

Als je dit verhaal doortrekt naar het hier en nu, dan moet er toch ook iets in onze hedendaagse boerenkool zitten. Een onderzoek dat door marktonderzoekbureau GfK Fashion Scope onder 5000 Nederlandse vrouwen werd gehouden in het kader van de Week van de Lingerie wijst namelijk uit dat de Hollandse boezem elk jaar groter wordt. Die conclusie wordt onder meer getrokken naar aanleiding van de verkoopcijfers van beha's in grotere maten: meer dan 20 procent van de in Nederland verkochte beha's heeft cupmaat D of meer. Alleen in Groot-Brittannië ligt dit percentage hoger. Om onnavolgbare redenen wonen de vrouwen met een grotere cupmaat vooral in Noord- en West-Nederland, hoewel de drie grote steden in de Randstad - wegens een andere demografische opbouw - in mindere mate bijdragen aan het gestegen aandeel van de grotere cupmaten.

Het is gissen naar de oorzaak van deze groei. Eetgewoonten en het gebruik van de pil zouden een rol kunnen spelen, zo wordt gesuggereerd. Wat minder wordt benadrukt, is het feit dat vrouwen zich meer bewust zijn van het belang van een goedzittende beha en deze minder snel te klein kopen. Bovendien is het aanbod van mooie beha's in grotere maten de laatste jaren aanmerkelijk verbeterd; moest je enkele jaren geleden nog met een lichtje zoeken naar een cup G die niet in de vorm van een vleeskleurig harnas was gegoten, tegenwoordig heeft zelfs een massazaak als Hunkemöller een aardige keus in mooie beha's met cup DD en groter. Zou dat niet ook een oorzaak kunnen zijn van de stijgende verkoop?

Maandagavond werd de Week van de Lingerie (die op 27 oktober begint en waarin media en speciaalzaken extra aandacht aan het fenomeen besteden) alvast ingeluid met een gala-met-modeshow waarbij de nieuwste trends in `bodywear' (ondergoed, bad- en nachtkleding) werden gepresenteerd en enkele producten een prijs van een modejury kregen voor innovatief design. De bodywear-branche droeg een wat tegenstrijdige boodschap uit. Aan de ene kant wordt benadrukt dat elk moment van de dag (slapen, opstaan, werken, sporten, vrije tijd, uitgaan) zijn eigen bodywear kent - voor elk uur van de dag een ander slipje, zoiets. Aan de andere kant zie je dat grenzen vervagen: tussen sportief en chic, tussen boven- en ondermode, tussen wat vroeger `functioneel' of juist `luxueus' heette. Romantische lingerie is ook mooi als bovenmode naar een feestje; bij het loungen of telewerken kan je je pyjama zo'n beetje aanhouden en modieus sportondergoed zit en staat ook lekker in de disco.

Een andere opvallende tegenstelling was die van zichtbaarheid versus onzichtbaarheid. Het wemelt van de hemdjes met onzichtbaar ingebouwde beha's, bijvoorbeeld, ondergoed zonder naden en flinterdunne stoffen die zich aanpassen aan de lichaamstemperatuur. Aan de andere kant is er ondermode die duidelijk zichtbaar wil zijn, in een wolk van romantiek die teruggrijpt op dromerige mode van de 19de eeuw. De details met broderie en vetersluitingen, de nostalgische onderjurken en de barokke, rode kantjes-en-bandjesmode lijken zo te zijn weggegraaid uit de garderobe van de film Moulin Rouge: niet voor niets bestond de finale van de gala-show uit een wervelende cancan. Het beeld dat bij de bezoekers op het netvlies bleef hangen, was dus vooral theatraal en sensueel: damesondergoed in zwart en bloedrood, veel kant, tule, fluweel en satijn met borduursels en oriëntaalse motieven - tentoongesteld op een hele rij dansende snoeptafels.