Sensueel rubber

Sommige mensen schrikken als ze een kunstvoorwerp van Jozefien Gronheid aanraken. Want het lijkt van keramiek, maar is van rubber. Vazen, armbanden, er kan veel met rubber. Deel 6 in een serie over jonge ontwerpers.

Strelen, trekken, duwen, knijpen en wrijven. De bezoekers van de Milanese designbeurs Salone di Mobile konden hun handen niet thuishouden zodra ze bij de stand van Jozefien Gronheid belandden. De ontwerpen hebben iets primairs, iets onmiskenbaar sensueels dat uitnodigt tot `kijken met de handen'. De brede, latex armbanden golven als een gemuteerde spierbundel om de pols. De grillige vazen zien er uit als draagbare miniatuurgrotten en trillen bij de minste geringste aanraking als puddingen. ,,De meeste mensen dachten dat de rubberen voorwerpen van keramiek gemaakt waren en het kunststof werd aangezien voor glas'', vertelt Gronheid. ,,Maar mensen moesten het aanraken; mijn werk is blijkbaar heel erg tactiel. En dan kregen ze een schok, want het was zacht.''

Gronheid (40) mag zich tot de categorie `jonge ontwerpers' rekenen in de zin dat ze zich pas in 1995, na enkele jaren als etalage-ontwerper in Engeland en docent in het volwassenenonderwijs, op de vormgeving stortte. Van meet af aan concentreerde ze zich op natuurrubber. ,,De eenvoud van het materiaal spreekt me aan. Het is slap, maar laat zich makkelijk om een frame spannen. Je kan er heel mooi vloeiende lijnen mee maken die met een massief materiaal onmogelijk zijn. Omdat er geen naden zijn, komt de vorm maximaal tot uiting. Eigenlijk is het heel vreemd dat er in de interieurvormgeving niks mee gedaan wordt. De rubberindustrie zelf is ook heel ouderwets. Ze maken industriële handschoenen en spullen voor de medische wereld, maar verder bedienen ze alleen de fetisj-markt. Daar tussenin zit niets.''

En dus was Gronheids onderzoek naar de designmogelijkheden van natuurrubber echt pionierswerk. Ze experimenteerde erop los met mallen en frames, praatte met technici en bezocht bedrijven. Haar eerste rubberproduct was een lamp waarvan de kap gespannen was over een spaarlamp en een bochtige ovaal van ijzerdraad. Voor de vazen die volgden ontwikkelde ze polyester mallen. De mogelijkheden van latex bleken groot, maar er waren ook beperkingen.

,,In het begin kan alles, maar als je bezig gaat, komen er steeds meer `maren'. Zo zit je vast aan de grootte van de rubberbaden. En omdat latex een natuurproduct is, weet je nooit precies hoe het gaat reageren op een bewerking. Het materiaal kan plotseling kuren vertonen. Ik werk bijvoorbeeld met een pigment waar parelmoer in zit. Dat ging heel lang goed totdat de kleur plotseling ging uitzakken en klonteren. Het is de reden waarom ik op een gegeven moment ook in zachtplastic ben gaan werken: dat biedt meer pigmentmogelijkheden.''

Ondanks haar voortdurende streven de mogelijkheden van materialen op te rekken, zijn de materialen niet de allesbepalende factor in Gronheids werk. Zij is zelfs een vormgever pur sang te noemen in de zin dat vormen, los van hun betekenis of functie, altijd het begin- en eindpunt van haar ontwerpproces zijn. ,,Ik ben gefascineerd door lichaamsvormen'', stelt ze zelf onomwonden. ,,Al op de kunstacademie in Utrecht maakte ik voornamelijk draagbare dingen. Sieraden, hoeden en tassen die aansluiten op de bochten en lijnen van het lichaam. Een tas moet je voelen op je rug, onder je oksel. Het moet deel worden van je.''

Voor Gronheid, die haar eigen positie kwalificeert als `op de grens tussen mode-accessoires en interieurontwerp', is de stap van een armband naar een vaas niet bijster groot. ,,De vormen komen terug op een andere manier. De diagonale golf die ik eerder had bedacht voor een serie rubberen wandpanelen gebruik ik nu weer in een tas. Dat is het leuke van vormgeven: als je a zegt dan komen b, c en d vanzelf. Soms ben ik bang dat ik geen ideeën meer heb. Maar dan kijk ik naar mijn eerdere werk en dan rolt daar vanzelf weer een nieuw ding uit.''